A-technische software in Europa niet octrooieerbaar 2

NRC Handelsblad spreekt zich in zijn hoofdartikel van 6 maart `Europa moet software niet nodeloos juridiseren', uit tegen de ontwerprichtlijn over octrooiering van software. Dat is op zichzelf een juiste conclusie, maar wel met de verkeerde grondslag. Volgens de krant zou anders de praktijk worden bestendigd dat ,,triviale patenten worden toegelaten voor software die al is beschermd door het auteursrecht''.

Het is een mythe dat het Europees Octrooibureau op grote schaal octrooien verleent voor triviale uitvindingen, met name voor software. Onderzoek waaruit dat blijkt, ontbreekt. Als dat zo zou zijn, zouden er ook veel rechtszaken moeten zijn waar over zulke triviale octrooien wordt gestreden. In de VS moge dat zou zijn, rechtszaken daarover in Europa zijn er niet. Er zijn dus geen triviale software-octrooien, of er is überhaupt geen probleem in Europa.

Verder beschermt auteursrecht andere aspecten van software dan het octrooirecht. Auteursrecht beschermt tegen het overnemen van de vormgeving, maar niet van de inventieve, functionele en technische aspecten van software. Als het goed is, wordt dat beschermd door het octrooirecht. Samenloop van auteursrecht en octrooirecht is dus niet dubbelop, maar aanvullend. Dat is normaal bij technisch bepaalde voorwerpen.

Er zijn wel andere goede redenen om tegen de ontwerprichtlijn te zijn. De bedenker ervan, de Europese Commissie, zegt met de richtlijn het octrooirecht te harmoniseren in Europa. Zij bevriest dan wel tegelijkertijd de rechtsontwikkeling van het Europese octrooirecht. De ontwerprichtlijn stelt aanvullende eisen voor software, die niet aan octrooien voor uitvindingen op een ander vlak worden gesteld. Een steekhoudende reden om onderscheid te maken in de octrooiverlening voor scheikundige, werktuigbouwkundige en elektronische uitvindingen en software is er niet. Wat niet kapot is, hoeft Europa ook niet te repareren.