Waarheidsserum

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag over een liesbreukoperatie.

De eerste was nog spannend, maar inmiddels, twee maanden later, heb ook ik alle respect voor `de liesbreuk' verloren. Drie per dag, ze lijken allemaal op elkaar, kwestie van productie draaien. Als Machteld me vraagt ,,Neem jij even die liesbreuk op?'' loop ik dan ook gapend naar de afdeling. Maar bij de eerste aanblik is me direct duidelijk dat dit voor meneer Van Gaalen zelf absoluut geen routine is. Gespannen zit hij op het randje van zijn bed.

Ik ga naast hem zitten en luister naar zijn verhaal. Als ik hem vervolgens onderzocht heb, pakt hij een briefje uit zijn tas. Het is een zorgvuldig opgestelde lijst met vragen, die hij nerveus op me afvuurt. Ik beantwoord ze zo goed als ik kan. Dan, als ik wil opstaan, grijpt hij plotseling mijn arm. ,,En ik wil een narcose alstublieft. Want ik wil er niets, niets, niets van meekrijgen morgen.'' Hij kijkt me smekend aan. Ik leg uit dat hij dat zo met de anesthesist kan bespreken en loop de kamer uit.

Even later zie ik de anesthesist op de gang en vertel hem het verhaal. Maar deze haalt snuivend zijn schouders op: ,,Narcose bij een liesbreuk? Wat een onzin! Die krijgt gewoon een ruggenprik met wat dormicum!'' Ik zwijg, beduusd. Het beroemde `snufje dormicum' wordt bij veel operaties ingezet. Het middel, ook wel waarheidsserum genoemd, maakt je ontspannen, slaperig, of juist ongeremd praatziek. Maar de beste `bijwerking' is wel de `amnesie': een paar uur later weet je niets meer van wat er gebeurd of gezegd is.

Als ik de volgende dag met dr. Scholten in de operatiekamer sta, klinkt er plotseling vanuit de gang een klagelijk gejammer: ,,Nee! Ik slaap niet, ik hoor u, maar ik wil niets horen!'' Ik schrik: `Meneer Van Gaalen!', en loop de gang op. Terwijl Theo, de anesthesie-assistent, het bed de operatiekamer induwt, fluistert hij tegen de anesthesist ,,Hij moet echt méér dormicum!'' Deze haalt geërgerd zijn wenkbrauwen op. ,,Hij heeft al de dubbele dosis, maar is zo belachelijk opgefokt...''

Meneer is net met zijn vierde schreeuw-serie `Ik wil narcose!' begonnen als dr. Scholten naast hem gaat zitten. Hij pakt zijn hand en begint, met zalvende stem, op hem in te praten. En dat heeft effect. Gelaten gaat meneer voorover zitten, zodat de anesthesist de ruggenprik kan geven. Vervolgens zakt hij onderuit en laat zich met steriele doeken afdekken. De anesthesist loopt de kamer uit en Theo neemt plaats bij het hoofdeinde van het bed. Dr. Scholten, de operatie-assistente en ik staan, afgeschermd door groene doeken, bij zijn lies. De dormicum lijkt nu eindelijk zijn werk te doen, want meneer begint, slaperig en met dubbele tong, zijn levensverhaal aan Theo te vertellen.

Terwijl Dr. Scholten het lieskanaal openlegt, luisteren we stiekem mee met het gesprek. Openhartig praat meneer over zijn werk, burn-out en familieproblemen. Dan begint hij over gisteren: ,,Ik zei nog tegen mijn vrouw: als het maar geen vrouwelijke arts is... En dan toch, is het er één en krijg je een erectie. Schaamde me dood. Maar gelukkig, ze was heel aardig hoor.''

Dr. Scholten trekt zijn wenkbrauwen op en de operatie-assistente begint te gniffelen. ,,Wie van jullie was er gisteren zo aardig?'' fluistert ze tegen me. Ik voel me rood worden, zelfs mijn mondkapje kan dit niet verbergen. Dr. Scholten grijnst en fluistert dan: ,,Ik wil het allemaal niet weten, Hermans. Maar ik zeg jullie één ding: als ik ooit geopereerd moet worden: dan áltijd onder algehele narcose. Er komt geen druppel dormicum mijn lijf in! Dit soort dingen hoeft niemand van me te horen.''