Tuchtcollege: arts moordde niet

Het medisch tuchtcollege in Zwolle heeft gistermiddag de 31-jarige Nijmeegse basisarts vrijgesproken, die eerder door het openbaar ministerie werd beschuldigd van moord op een 77-jarige patiënt.

De ernstig zieke man overleed vorig jaar mei in het Amphia ziekenhuis van Oosterhout na een injectie die de basisarts hem had toegediend. De arts gaf de man morfine en een hoeveelheid van het slaapmiddel dormicum. De arts had het slaapmiddel niet op de medicatielijst van de patiënt vermeld. Bovendien had de arts in de overlijdensverklaring aangegeven dat de man een natuurlijke dood was gestorven.

De arts moest voor het tuchtcollege verschijnen na een klacht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De inspectie had een klacht tegen de arts ingediend wegens onzorgvuldig handelen. Drie anesthesisten verklaarden echter afzonderlijk voor het college dat de arts wel juist gehandeld had. Het tuchtcollege oordeelde daarop dat er geen sprake was van levensbeeindigend handelen. De arts heeft daarom, volgens het tuchtcollege, terecht een verklaring van natuurlijk overlijden afgegeven.

Wel vindt het tuchtcollege dat de arts het slaapmiddel had moeten vermelden in het medisch dossier, maar het legde de arts hiervoor geen sanctie op.

Het openbaar ministerie verdacht de Nijmegenaar ervan de patiënt `opzettelijk en met voorbedachten rade' om het leven te hebben gebracht.

Ten tijde van de rechtszaak sprak de advocaat van ,,een absurde zaak''. Volgens advocaat C. Korvinus ging het om een ,,volstrekt gebruikelijke geneeskundige handeling'' waar de famlie om gevraagd had.

Eind vorig jaar werd de man vrijgesproken. Het OM ging toen in hoger beroep, de pro forma zitting is begin april.