Overheid regelt eigen belastingvrijdom

Vorige week bleek uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam dat de overheid niet alleen met gemak de eigen regels overtreedt, maar dan ook nog eens mag rekenen op bovenmatige coulance van de eigen controleurs, in dit geval vooral milieu-inspecteurs. Ook belastinginspecteurs controleren collega-overheidsinstellingen. Sommige daarvan, zoals gemeenten en universiteiten, exploiteren gewone ondernemingen zoals jachthavens, bestratingsbedrijven en adviesbureaus.

Nog nooit is nagegaan of de fiscus soepel optreedt als het om zulke overheidsbedrijven gaat, maar het is wel een onderzoekje waard. Waarom zouden belastinginspecteurs betere mensen zijn dan milieu-inspecteurs? Overigens is al op voorhand duidelijk dat veel overheidsbedrijven er fiscaal erg goed van af komen. Ze zijn namelijk vrijgesteld van de vennootschapsbelasting, een heffing van ruim 30 procent over de behaalde winst. Die vrijstelling dateert uit 1956 en sluit niet meer aan op de huidige situatie. Gelukkig is het moderniseren van de vennootschapsbelasting het stokpaardje van CDA-staatssecretaris Joop Wijn (Financiën). Dit punt kan hij dus meteen meenemen. Maar zo simpel zal dat niet zijn.

Het kabinet knijpt al jarenlang overheidsinstellingen als gemeenten en universiteiten financieel af. Die reageren inventief. Ze zuiveren tekorten aan door hun kennis en ervaring te vermarkten; een gouden formule. Start een eigen BV en zoek binnen en buiten de overheid naar opdrachtgevers voor je adviesbureau, congresorganisatie of bestratingsbedrijf. Strijk een mooie winst op die door de vrijstelling onbelast blijft. Ondersteun met dat geld de kerntaak die anders in het gedrang zou komen. Alleen al de gemeenten draaien op die manier een omzet van ruim 600 miljoen euro, zo blijkt uit onderzoek van KPMG uit 2002 naar de effecten van het optreden van de overheid op de markt. Ondertussen kan het kabinet trots aanzienlijke bezuinigingen presenteren, kan de overheidsinstelling op een behoorlijke manier zijn taak vervullen en krijgen de klanten een deel van de belastingbesparing doorgespeeld in lagere prijzen.

Toch zijn er ook zure gezichten. Die vinden we bij de commerciële ondernemers die op dezelfde markt opereren maar wel de volle mep aan winstbelasting moeten betalen. Zij klagen al jaren over oneerlijke concurrentie. Die is bovendien harder aan het worden. Overheidsinstellingen ontwikkelen in hun financiële nood steeds meer commerciële activiteiten. Menige universiteit dekt tot een derde van haar kosten door de onbelaste winst die tientallen eigen BV's maken.

Die oneigenlijke concurrentie is al decennia een politiek discussiepunt. Met aan de ene kant regeerders die de bijklussende overheidsinstellingen eigenlijk wel makkelijk vinden en aan de andere kant ondernemers die op maatregelen aandringen. Het vertrouwde recept bij zo'n patstelling bestaat uit onderzoeken, debatten en commissies. Toen dat allemaal achter de rug was, besloot het Paarse kabinet in haar nadagen een eind te maken aan de oneigenlijke belastingvrijstelling. Maar als een van haar eerste daden draaide het kabinet Balkenende I dat besluit terug. Het kabinet vindt het geldverspilling als peperdure belastingadviseurs moeten worden ingehuurd voor het afwikkelen van belastingen die per saldo alleen maar van de ene overheidspot naar de andere verschuiven. Bovendien wil het kabinet overheids-BV's in de culturele sector graag een voordeeltje toestoppen zonder dat de Europese Commissie meteen begint te zeuren over verboden staatssteun. ,,Wij moeten niet het braafste jongetje van de klas zijn. Met dit onderzoek kunnen slapende honden wakker gemaakt worden'', aldus Joop Wijn toen de Eerste Kamer aandrong op een onderzoek naar deze situatie.

Wijn vindt overigens een andere bewindsman tegenover zich, namelijk de minister van Economische Zaken. Die moet voor eerlijke concurrentieverhoudingen zorgen. Hij wordt bij de les gehouden door ondernemersorganisaties als VNO-NCW en MKB-Nederland. Die laatste heeft vorige week boze stratenmakersbedrijven aan de deur gehad. Zij ondervinden oneerlijke concurrentie van fiscaal vrijgestelde bestratingsbedrijven van gemeenten. Ook de Tweede Kamer maakt zich zorgen over zulke oneerlijke concurrentie. Maar in september liet minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) de Kamer weten dat het kabinet een fiscaal wetsvoorstel op dit punt voorbereidt. Daarin is zelfs aandacht voor de winstgevende commerciële overheidsactiviteiten die niet in een aparte BV zijn ondergebracht.

Het spijtige voor de Kamer is alleen dat minister Brinkhorst niet over de belastingen gaat. Dat is Joop Wijn. Die maakte in december aan de ook al bezorgde Eerste Kamer duidelijk dat hij wel wat anders te doen heeft dan aan de belastingplicht van overheidsinstellingen te sleutelen. Hij moderniseert wel de vennootschapsbelasting, maar dan ten behoeve van een gunstiger belastingklimaat voor buitenlandse concerns. Die vestigen zich anders in België of Spanje, terwijl zo'n binnenlandse stratenmaker zijn bedrijfje toch niet kan verplaatsen. De Eerste Kamer reageerde ontevreden. Maar er zitten geen stratenmakers in de Eerste Kamer. Wel hoogleraren zoals de Tilburgse fiscalist Peter Essers (CDA).

De Universiteit van Tilburg, een private instelling, heeft ook last van die oneerlijke concurrentie. Net als alle universiteiten exploiteert zij eigen BV's die gewoon vennootschapsbelasting betalen. Dat geldt niet voor precies dezelfde BV's van overheidsinstellingen zoals de Rijksuniversiteit in Leiden.

VVD-senator, fiscalist en bijzonder hoogleraar Ger Biermans viel zijn collega Essers bij in zijn kritiek op deze ongelijkheid. Toen kwam Joop Wijn niet meer uit onder een herbezinning op de fiscale positie van universiteiten. Wijn kan dan gebruik maken van een proefschrift van Stan Stevens (telg uit een fiscalistenfamilie) anderhalf jaar geleden over precies dit onderwerp. Promotor was Peter Essers. De fiscale wereld is klein en stratenmakers staan daarbuiten. Voor de universiteiten wordt de fiscale ongelijkheid onder parlementaire druk vast wel rechtgetrokken; stratenmakers moeten hopen op de lobby van MKB-Nederland en dat is toch heel wat anders.