Olieprijs zwaard van Damocles

Het ziet er niet goed uit. De olieprijs is naar een nieuwe recordhoogte gestegen en hangt als een soort zwaard van Damocles boven de economie. En toch zijn de wereldeconomie en de aandelenmarkten nog niet ingestort. Dat lijkt raar, omdat de laatste keer dat de olieprijs dit niveau - omgerekend in huidige dollars - bereikte, de crisis van 1973-'74 was.

Gelukkig is er sindsdien veel veranderd - onder meer de structuur van de economieën van de olieproducerende landen. In de jaren zeventig konden de olie-exporteurs hun nieuwe inkomsten niet snel genoeg uitgeven, hoe hard ze hun best ook deden. De gevolgen daarvan waren enorm. Als zij het geld weer net zo snel hadden laten rouleren als zij het hadden verdlend, zou de groei van de westerse economieën zo'n twee procentpunten hoger zijn, volgens schattingen van zakenbank Lehman Brothers. Maar omdat die landen dat niet deden, gleed de wereldeconomie af in een recessie. Tegenwoordig pompen de olieproducenten hun petrodollars veel sneller terug in het internationale betalingsverkeer.

Saoedi-Arabië heeft zijn overheidsbudget met een verbluffende 40 procent verhoogd voor dringende binnenlandse investeringen. De betrekkelijke zuinigheid van Noorwegen en Rusland, die hun olie-inkomsten opzij hebben gezet voor slechte tijden, is de uitzondering die de regel bevestigt: Venezuela heeft haar appeltje voor de dorst er vorig jaar in rap tempo doorheen gedraaid. Dergelijke bestedingsgolven hebben het neerdrukkende effect van de hoge olieprijs op andere sectoren van de economie gecompenseerd. Als het beeld van de petrodollar-recycling in de jaren zeventig werd bepaald door Arabische prinsen uit de Golfstaten die in Londen gingen shoppen, is het nu het Emirates Palace dat de toon zet - 's werelds duurste hotel, bekleed met 6040 vierkante meter bladgoud en gebouwd voor twee miljard dollar, dat deze week opengaat in Abu Dhabi. Er ontstaat echter een probleem als de olieprijs boven het huidige tarief van 55 dollar per vat uitkomt, hetgeen het IIMF beslist niet onmogelijk acht. Saoedi-Arabië heeft gewaarschuwd dat de prijs zelfs 80 dollar per vat kan worden. Dat niveau ligt een eind boven de prijs van 60 dollar per vat - in huidige dollars - die in 1973-'74 werd bereikt, en niet ver beneden de piek van 100 dollar per vat van 1978-'79. Een dergelijke prijs zou een zware belasting voor de westerse economieën vormen. In dat geval zou zich een herhaling van de stagflatie van de jaren zeventig kunnen voordoen (een combinatie van economische stagnatie en hoge inflatie).

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.