Moby

Hij is bijna voorspelbaar in zijn onvoorspelbaarheid. In het verleden nam Moby drastische stijlwendingen, van ambient en hardcorepunk naar een soort gospeldance, waarvoor hij de vocalen plukte van oude veldopnamen. Zelfs het feit dat zijn vorige cd 18 zich volgens datzelfde stramien ontwikkelde als voorganger Play mocht al evenmin verbazen. Net als wat hij ons nu weer voorzet. Op Hotel is geen gesampelde stem meer te bespeuren: Moby (Richard Hall) zingt zelf en zijn wat dunne, sombere stem past aardig bij het soort half-elektronische doem/wave/rock waar hij nu weer op uitgekomen is. Hoewel zijn sobere versie van New Orders klassieker Temptation, gezongen door Laura Dawn, er verrassend genoeg best wezen mag, haalt Moby het qua raffinement en zeggingskracht niet bij jongere bands als Interpol, British Sea Power en The Killers, die zich met meer aplomb op dit erfgoed hebben gestort. De instrumentaaltjes doen sterk denken aan de statische ambient-stukken die Brian Eno destijds voor zichzelf of voor David Bowie in elkaar zette. Bowie's invloed duikt ook op in het gloedvol gezongen Drifters, en niet alleen daar. De kreet ,,There's new wave. There's old wave. And there's Moby'' werd bijna 30 jaar geleden al gebruikt voor Bowie, die stukken stijlvoller en vooral vernieuwender met dat kameleontisme in de weer was.

Moby: Hotel (Mute, distr. EMI)