Kernenergie, of toch maar steenkool

Eurocommissaris voor energie Andris Piebalgs zit de landen achter de broek die met de liberalisering van hun energiemarkt talmen. De gebrekkige integratie van de nationale elektriciteitsmarkten is nog steeds een hobbel. ,,Zolang de energieconsumptie per hoofd hier groeit, zal de EU nooit als een model worden gezien.''

Sinds 1995 zijn de reële elektriciteitsprijzen, zonder belastingen, in de Europese Unie met 10 tot 15 procent gedaald. Bovendien is de efficiency van nutsbedrijven in de EU volgens een recent rapport van de Europese Commissie de afgelopen jaren veel sterker gestegen dan die in de VS. Het lijdt dus geen twijfel dat de liberalisering van de energiemarkt haar vruchten afwerpt. Toch kan eurocommissaris Andris Piebalgs (Energie) niet achteroverleunen. Nog altijd hebben twaalf lidstaten de op 1 juli 2004 van kracht geworden richtlijn, die bedrijven de vrije keuze laat van elektriciteitsleverancier, niet omgezet in nationale wetgeving. Een daarvan is Duitsland, dat als grootste markt een belangrijke rol speelt. ,,Als er geen actie komt, volgt een klacht bij het Europese Hof'', zegt de 47-jarige Letse Commissaris.

De liberalisering van de energiesector, die vanaf 1 juli 2007 ook voor kleinverbruikers in de hele EU van kracht wordt, gaat niet vanzelf. In december sleepte Piebalgs op één dag Luxemburg en Griekenland voor het Europese Hof. Het groothertogdom had geen uitvoering gegeven aan een Europese richtlijn over efficiënter energiegebruik: op airconditioners ontbraken verplichte etiketten over het energieverbruik. In Griekenland had het openbare nutsbedrijf zich niet gehouden aan de verplichte boekhoudkundige scheiding van activiteiten, waardoor mogelijke illegale subsidies voor de elektriciteitsopwekking aan het oog worden onttrokken.

Energiebeleid is een essentieel onderdeel van de `Lissabon-strategie' om de Europese economie meer concurrerend te maken. Het gaat behalve om marktwerking ook om bevordering van efficiënt energiegebruik, hernieuwbare ofwel duurzame energie, nucleaire veiligheid, research en goede betrekkingen met buitenlandse energieleveranciers.

Aan werkdagen van twaalf uur of langer hoeft Piebalgs, die sinds november Europees commissaris is, in elk geval niet meer te wennen. Na zijn studie natuurkunde werkte hij in overdag en 's avonds in een dubbele lerarenbaan om een behoorlijk loon voor z'n gezin te verdienen. ,,Ik ben nu heel gelukkig met één baan'', lacht hij. Als ambassadeur bij de EU was hij nauw betrokken bij de onderhandelingen over toetreding van zijn land. Eerder was hij minister.

Piebalgs weet dat lidstaten met argusogen naar bemoeienissen van de Europese Commissie kijken. De doelstellingen van het energiebeleid zijn in de Europese grondwet opgenomen, waaronder continuïteit van de voorziening, goede marktwerking en milieubehoud. Maar daarin staat ook dat lidstaten zelf de keuze van de energiebronnen en de exploitatievoorwaarden bepalen. Intussen moeten volgens de liberaliseringsrichtlijn die op 1 juli 2004 van kracht werd, overheidsmonopolies worden opgesplitst in producenten, netwerkbeheerders en distributeurs. Onafhankelijke toezichthouders moeten de prijzen in de gaten houden, zorgen voor een vrije energiehandel en eerlijke toegang tot het netwerk.

Of dat allemaal werkt? Volgens een in januari gepresenteerd jaarrapport van de Commissie is gebrekkige integratie van de nationale elektriciteitsmarkten nog steeds het belangrijkste obstakel voor concurrentie. In een aantal gevallen is er sprake van gebrek aan hoogspanningscapaciteit (`interconnectie') tussen lidstaten, waardoor grensoverschrijdende handel ernstig wordt belemmerd. Sommige netwerkbeheerders zijn niet onafhankelijk genoeg. Het aandeel van buitenlandse elektriciteitsbedrijven in nationale markten is meestal minder dan 20 procent. Het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen doen het goed, wat zich vertaalt in lagere tarieven. Ook Nederland, waar ook de markt voor kleine huishoudens al is geliberaliseerd, scoort niet slecht.

,,We voelen een reusachtige noodzaak om verder onderzoek te doen naar de mededinging'', onderstreept Piebalgs. Zo nodig zal hij met ,,gepaste voorstellen'' komen, ,,maar er moet een duidelijke reden voor zijn. De sector heeft stabiliteit nodig wegens de enorme investeringsbehoeften.'' Dwingende Europese regelgeving op energiegebied ligt gevoelig, want lidstaten willen beleidsvrijheid behouden. ,,De Commissie heeft niet zoveel macht en u weet dat zij niet zo populair is bij de lidstaten'', zegt Piebalgs.

Zijn voorganger Loyola de Palacio lanceerde na de grote stroomstoring van 2003 in Italië een ontwerprichtlijn voor verbetering van de leveringszekerheid, die investeringen door netwerkbeheerders moet stimuleren of zelfs afdwingen. Ook moeten lidstaten rapporteren over vraag- en aanbodsituatie. Maar dit voorstel haalt niet ongeschonden de eindstreep. In 2002 spraken de EU-regeringsleiders af op hun top in Barcelona dat de interconnectiecapaciteit in 2005 10 procent van het geïnstalleerde vermogen moet bedragen, maar lang niet alle lidstaten halen dat. Piebalgs wil in elk geval gebruik maken van de mogelijkheid lidstaten voor het Europese Hof te dagen, als zij door gebrekkige interconnectie de vrije stroommarkt verstoren. Maar procedures duren lang.

Piebals maakt zich minder zorgen over het niveau van de investeringen in de stroomproductie. Wel moet veel meer worden geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen (wind, zonnecellen, biomassa, biobrandstof, waterkracht) en in een efficiënter energiegebruik (warmtekrachtkoppeling, aangepaste gebouwen en zuiniger auto's en apparaten). Dit draagt volgens de Letse commissaris niet alleen bij aan de leveringszekerheid, maar ook aan de Europese concurrentiekracht. En de afhankelijkheid van het buitenland kan afnemen. Ook komt de Kyoto-doelstelling over verminderde uitstoot van broeikasgassen dichterbij. ,,We praten al over `post-Kyoto''', onderstreept Piebalgs.

De EU kan 20 procent op energiegebruik besparen zonder dat dit de groei aantast. Er gelden al afdwingbare EU-richtlijnen om spaarzamer verbruik te bevorderen, zoals etiketten over energieverbruik op apparatuur. Bij het Europarlement ligt een voorstel over eisen aan ontwerpen van energiezuinige apparatuur. In 2006 wordt een verplichtende EU-richtlijn van kracht over energie-efficiency in grote gebouwen (boven 1000 M&Sup2;). Piebalgs denkt aan regels voor kleinere gebouwen. ,,Daarmee is nog meer te besparen.'' Voor hernieuwbare energie gelden vrijblijvende doelstellingen voor 2010: 12 procent van het totale energieverbruik en 22 procent van de elektriciteit (`groene' stroom). Volgens de voorspellingen komt de EU-15 (zonder nieuwe lidstaten) in 2010 uit op 18 of 19 procent `groene' stroom. Nederland blijft met nauwelijks 4 procent ver achter. Denemarken scoort met alleen al 16 procent windenergie veel beter. Verder zijn alleen Duitsland, Finland en Spanje op de goede weg. Om op 12 procent hernieuwbare energie te komen moet elk jaar 10 tot 15 miljard euro worden geïnvesteerd.

Moeten de doelstellingen voor hernieuwbare energie niet verplichtend worden gemaakt om meer vooruitgang te boeken?

,,Er is met de verplichte Kyoto-doelstelling nu een additionele prikkel en dat verandert de situatie. In het Verenigd Koninkrijk wordt geïnvesteerd in een getijdecentrale. Duitsland lanceerde een windgenerator met een capaciteit van vijf megawatt. In Duitsland is het een must, omdat de regering heeft besloten geleidelijk te stoppen met kernenergie. Er zijn bemoedigende tekenen dat de dingen beginnen te verbeteren. Als het tijdstip dichterbij komt, raken lidstaten meer geïnteresseerd. Ik denk dat we het doel van 22 procent `groene' energie nog kunnen halen. Maar met de 12 procent voor het totale energieverbruik is het veel moeilijker. Want dan gaat het niet alleen om elektriciteit, maar ook om het energiegebruik voor verwarming, koeling en transport. Men is het meest geïnteresseerd in opwekking van energie. Ik zal nog dit jaar met een actieplan voor het gebruik van biomassa komen.''

In Nederland klinken ook vanuit de regering pleidooien voor kernenergie, omdat anders de Kyoto-doelstelling over CO2-uitstoot niet wordt gehaald. Is dat een goed motief om meer kernenergie te gebruiken?

,,Het is fout te zeggen dat je kernenergie moet gebruiken wegens het Kyoto-doel. Ik denk dat een lidstaat kernenergie kan accepteren als men vindt dat het onderdeel is van een energiemix voor de komende jaren. Ik vind dat Finland het voorbeeldig doet. Want in Finland is het gebruik van kernenergie geaccepteerd door een grote meerderheid van de bevolking. Belangrijk is dat het beleid er volkomen duidelijk is, ook als het gaat over opslag en behandeling van nucleair afval.''

Moet Nederland het Finse voorbeeld volgen?

,,Dat zeg ik niet. Nederlands beleid is Nederlands beleid. Kerncentrales zijn een gevoelig onderwerp. Als de bevolking akkoord gaat, is het acceptabel. Ik ben niet tegen kernenergie. Het wetenschappelijk onderzoek is nu in een stadium dat we ook besluiten kunnen nemen over de opslag van kernafval. Zoals de Finnen laten zien met de opslag in diepe geologische lagen.''

Wat vindt u ervan dat de Nederlandse regering het debat over kernenergie heeft aangezwengeld?

,,Ik vind het positief. Er moeten bij energie geen taboe-onderwerpen zijn. Dat is volledig verkeerd.''

Kan de EU op langere termijn de doelstelling van schonere lucht bereiken zonder kernenergie?

,,In de EU is het aandeel van de kernenergie in de elektriciteitsproductie nu een derde. Mijn verwachting is dat het in sommige landen zal afnemen en in andere zal toenemen. We moeten niet alleen werken aan hernieuwbare energie, maar ook aan conventionele energie. Er zijn goede mogelijkheden voor steenkool. We moeten meer geld en inspanning steken in schone kolentechnologie en in het opvangen en opslaan van CO2-gassen. Dat is een duidelijke noodzaak als we over `post-Kyoto' spreken.''

Hoelang kunnen kolen ons helpen?

,,Tweehonderd jaar. Het gebruik van steenkool leidt ook tot meer differentiatie van energieleveranciers: Australië, Zuid-Afrika en Colombia.''

Zijn de hoge olieprijzen gunstig om alternatieven te stimuleren?

,,Het helpt ons meer dan dat het ons remt. Onze concurrenten betalen dezelfde olieprijs. Alle landen staan voor dezelfde uitdaging. En de landen die de kansen voor nieuwe technologie het beste gebruiken komen er als winnaars uit. Wij zijn eerder begonnen en dus hebben wij een voorsprong.''

Wat is de impact van de snel groeiende energievraag van China en India?

,,Daar zal ook vraag ontstaan naar energiebesparende technieken en naar technieken voor alternatieve energiebronnen. Europa is in een goede positie. Het grootste probleem zal de CO2-uitstoot zijn. Daarom verdedig ik sterk een schone kolentechnologie. We hebben een verantwoordelijkheid nieuwe technologieën te bevorderen, want dat helpt ook de problemen van andere landen aan te pakken. Als ik met Chinezen praat, wijzen ze er altijd op dat wij meer energie per hoofd consumeren dan wij. Dat betekent dat wij oplossingen moeten vinden die niet zo controversieel zijn.''

Kan Europa een model zijn?

,,Zolang de energieconsumptie per hoofd hier groeit, zal de EU nooit als een model worden gezien.''

www.nrc.nl dossier Energie en milieu