`Jaarlijks sterven te veel baby's'

Eric Steegers, hoogleraar verloskunde in Rotterdam, wil `geboortecentra' waar vrouwen kunnen bevallen. Tevens kunnen jonge stellen daar adviezen krijgen, voor ze aan kinderen beginnen.

Jaarlijks sterven in Nederland zo'n 140 allochtone baby's te veel, zegt hoogleraar verloskunde en prenatale geneeskunde Eric Steegers. De sterfte onder allochtone baby's is 16,2 per duizend, bijna anderhalf keer zo hoog als de gemiddelde babysterfte in Nederland. Die bedraagt 11,6 per duizend.

Maar ook in achterstandswijken is de babysterfte hoger. Zo bedraagt de sterfte onder álle Rotterdamse baby's 14,4 per duizend, beduidend meer dan in de rest van Nederland. Daar schiet de verloskundige zorg tekort, vindt Steegers, die vandaag zijn oratie houdt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In de Rotterdamse achterstandswijken heeft 80 procent van de zwangere vrouwen te kampen met huisvestingsproblemen (kou, schimmel of overlast van de buurt), 15 procent met een ernstige taalbarrière, 10 procent is mishandeld, bijna 10 procent is tienermoeder en 5 procent gebruikt drugs. Van de Afrikaanse vrouwen is 10 procent besmet met hiv. De cijfers zijn afkomstig van twee grote verloskundige praktijken.

Vooral voor vrouwen in achterstandswijken moet de verloskundige zorg veranderen, zegt Steegers. Hij vindt dat ze preconceptiezorg aangeboden moeten krijgen: een consult vóór de zwangerschap. Daarbij worden risico's in kaart gebracht en krijgen jonge stellen voorlichting over gezond leven, foliumzuur, voeding én over prenatale zorg.

Via migrantenwerkers hoopt Steegers allochtone vrouwen al voor de bevruchting te bereiken. Risico's kunnen dan op tijd ontdekt worden. Zo hebben allochtonen een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen, doordat soms neven en nichten met elkaar trouwen. Ook komt onder allochtonen een levensbedreigende, erfelijke vorm van bloedarmoede voor. Nu melden veel allochtone vrouwen zich pas bij de verloskundige, als ze te laat zijn voor prenataal onderzoek.

Steegers wil de preconceptiezorg niet beperken tot allochtonen – alle stellen met een kinderwens zouden een preconceptioneel advies moeten krijgen, vindt hij. Dat vinden ook de vereniging voor patiënten met erfelijke ziekten, de VSOP, en de beroepsorganisatie voor verloskundigen, de KNOV. Nu gaan vrouwen pas naar de verloskundige als de belangrijkste periode, waarin alle organen van het embryo worden gevormd, al voorbij is. Aangeboren afwijkingen ontstaan in de eerste drie maanden van de zwangerschap.

Er komt steeds meer kennis over erfelijkheid, en over de invloed van de persoonlijke manier van leven, de lifestyle, op de gezondheid van de baby. Zo kwam de Gezondheidsraad onlangs met het advies – voor vrouwen én mannen – om al voor de conceptie het gebruik van alcohol te staken. Daar werd niet altijd positief op gereageerd. `Moet dat nou?' was een veelgehoorde reactie in de media. En zouden paren met een kinderwens wel bereid zijn om preconceptionele adviezen op te volgen?

Steegers denkt van wel. ,,Ouders'', zegt hij, ,,investeren veel in de opvoeding van hun kind als het er eenmaal is, aan kinderopvang, scholing, clubjes. Nu vraag ik om voor de zwangerschap vast enige verantwoordelijkheid te nemen. Dat is toch niet te veel gevraagd?''

Sterker nog, het is een gemiste kans om het níét te doen, vindt hij. Jaarlijks worden ruim 7.000 kinderen geboren met een aangeboren afwijking, zoals een hartafwijking, een open rug of een erfelijke aandoening. Daarnaast worden een kleine 3.000 ernstig groeivertraagde kinderen geboren.

,,Die aantallen en percentages moeten omlaag'', zegt Steegers. ,,Voeding en lifestyle hebben invloed op het ontstaan van aangeboren afwijkingen. Zo vermindert het gebruik van foliumzuur de kans op een open rug of een hartafwijking. En roken is bijzonder slecht voor de placenta en de groei van de baby.''

Preconceptionele zorg kan ouders motiveren hun lifestyle aan te passen. Steegers vindt dat die zorg geboden moet worden in de eerste lijn: laagdrempelige praktijken of centra waarin verloskundigen of speciaal daartoe opgeleide zorgverleners werken. Die verwijzen alleen bij problemen door naar een ziekenhuis. Zo blijft het eigene van de Nederlandse verloskundige zorg behouden, waarbij gezonde zwangere en barende vrouwen buiten het ziekenhuis blijven.

Gezonde zwangeren horen niet thuis in het ziekenhuis, vindt Steegers. Ziekenhuizen hebben daar de capaciteit niet voor. Maar allochtonen willen vanwege hun culturele achtergrond vaak niet thuis bevallen. Bovendien komt in de achterstandswijken de veiligheid in het gedrang, zegt Steegers – die van de moeders en hun baby's, gezien de slechte huisvesting, maar ook die van de verloskundige. Steegers bepleit `geboortecentra' in de grote steden, in de nabijheid van academische ziekenhuizen, waar vrouwen onder leiding van een verloskundige kunnen bevallen. Zo hoeven gezonde zwangere vrouwen geen beroep te doen op de overvolle ziekenhuizen. In deze geboortecentra kan ook de preconceptionele zorg gegeven worden.

Als de helft van de vrouwen een preconceptioneel advies krijgt, kost dat 4,2 miljoen euro per jaar. Daardoor gaat 80 procent foliumzuur gebruiken en stopt van de rokers 15 procent met roken, zo blijkt uit onderzoek. Dat scheelt per jaar 22 open ruggetjes, 98 te lichte baby's, 10 extreem lichte baby's en 7 doodgeboren baby's. ,,De investering betaalt zichzelf waarschijnlijk helemaal terug'', zegt Steegers. ,,En trouwens, een gezond leven mag best wat kosten.''