Gezichten in zwart-wit

De portretten die fotograaf Maarten Corbijn, alias Corb!no, exposeert in de vorige maand geopende HUP Gallery in Amsterdam, zijn gemaakt voor kranten en tijdschriften. In de eerste plaats zijn het dus journalistieke beelden, die geen hoger artistiek doel hebben dan een geïnterviewde krachtig voor het voetlicht te brengen. Corbijn, die zich zijn pseudoniem aanmat om zich duidelijk te onderscheiden van zijn beroemde broer Anton, ook fotograaf, slaagt daar uitstekend in. Maar houdt zijn werk ook los van tekst en actualiteit stand, opgehangen in twee rustige benedenkamers in Amsterdam-Zuid?

Het antwoord hierop is ja, en dat komt door de tegelijk uitbundige en beheerste manier waarop Corbijn licht en donker manipuleert. Alle foto's zijn in zwart-wit, en hij lijkt hier alles mee te kunnen, als een hedendaagse Man Ray. Actrice Loes Luca (1992) doemt op uit een gitzwarte achtergrond; haar huid is een licht gekreukt grijs laken, haar bloot gelachen tanden zijn glanzend parelmoer, haar wijdopen ogen spierwit.

Countryheldin Dolly Parton (2002) is bij Corbijn een zilveren engel, gehuld in een glimleren jasje met diep décolleté. Zonlicht kietelt haar kerstpruik en de kraaltjes op haar revers; de fotograaf zien we links als schaduw staan. Museumdirecteur Frans Haks (2003) is een duivelskind in een t-shirt met opzichtig kantpatroon van Gaultier Jeans, één pink koket in zijn mond, zijn mond in een gemene grijns.

Bij sommige portretten kiest Corbijn voor een overdaad aan accessoires. Actrice Carice van Houten (2001) verbeeldt perfect een jaren dertig-nuf à la Fien de la Mar, met platinablonde watergolf en een groot dood beest om haar hals. Van Houten doorstaat deze verkleedpartij met glans – haar droevig-verveelde blik en pruilmond kunnen nog wel meer hebben – maar van het fijne gezicht van cabaretier Toon Hermans (1989), die met regenjas aan en strohoed op in een vol lampenlandschap achter een podium is neergezet, blijft haast niets over.

De sterkste foto's, die ook het gemakkelijkst losraken van hun celebrity-gehalte, zijn die waarop Corbijn simpelweg een gezicht onderzoekt. Actrice Will van Kralingen (1995), het haar strak naar achteren, de schouders bloot, lijkt als een bezetene tekst op te zeggen, te zingen misschien – ze staart schuin naar beneden in het niets en praat maar. Komiek Rowan Atkinson (2003) kijkt ons aan met een blik die met het woord `fronsen' tekort gedaan zou worden; hij perst zijn hele gezicht samen in de kloof tussen zijn zware wenkbrauwen en door de wirwar van strepen en schaduwen die zo ontstaat kijkt hij meedogenloos, misprijzend, víes. En toch is hij mooi.

Corb!no, `C'est a light of love', t/m 31/3 in: HUP Gallery, Tesselschadestraat 15, Amsterdam. Inl. 020-5158589 of www.hupgallery.com.