Geestdrift van een breinman

`Alleen dode vissen zwemmen met de stroom mee', zo citeerde psycholoog Piet Vroon (1939-1998) graag George Bernhard Shaw. Vroon zelf zwom tijdens de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw graag in tegen de tijdgeest. Terwijl Nederlanders massaal op zoek gingen naar hun `ware zelf' en vochten voor een ideaal als zelfontplooiing, benadrukte Vroon vooral het gebrek aan controle van mensen over hun gedrag en gevoel. Uit de met vaart geschreven biografie Weg met Piet Vroon van Vittorio Busato komt Vroon naar voren als een vreemde maar bevlogen man. Tijdens zijn colleges zaten studenten tot in het gangpad ademloos te luisteren en Nederland las gretig zijn boeken en columns. Maar de ondertoon van Vroons leven was somber. Hij leed aan depressies en ook zijn wetenschappelijke denkbeelden – die tegenwoordig veelal worden beschouwd als slordig en te speculatief – waren weinig opbeurend.

Vroon betoogde dat het menselijk brein was opgebouwd uit drie lagen. Het oudste `reptielenbrein' regelde primitieve instincten. Het later ontstane zoogdierenbrein was verantwoordelijk voor de emoties. De nieuwste laag, de neocortex, droeg zorg voor onder meer de moraal. Maar het reptielenbrein was de mens vaak de baas, dacht Vroon. Hij zag de mens vooral als toeschouwer van zijn eigen leven, terwijl dat zich voor hem ontrolde.

Busato gaat op zoek naar de betekenis van Vroon voor het vakgebied van de psychologie. Niet alle lezers zullen even geboeid zijn door de gedetailleerde beschrijvingen van universitair-politieke perikelen en psychologische stromingen. Bovendien is die context niet eens zo relevant, want Busato's conclusie luidt dat Vroon vooral belang had als popularisator. Hij bracht anderen liefde voor het vak psychologie bij, maar wetenschappelijk gezien heeft hij geen school gemaakt.

Busato maakt duidelijk dat de populariteit van Vroon veel te maken had met fascinatie voor diens persoonlijk leven. Typerend is dat Vroon in 1976 naam maakte met een artikel over het tragische lot van zijn vader. Die was kort tevoren met pensioen gegaan na dertig jaar arbeid als vertegenwoordiger. Als dank kreeg hij een fles jenever, die door collega's werd opgedronken, een bosje bloemen en een minuscuul pensioentje. De volgende ochtend overleed hij aan een hartaanval. In interviews vertelde Vroon vaak over zijn beklemmende jeugd in een gereformeerd milieu. Zijn ouders sloten zich volgens Piet en diens broer Jos soms op in de keuken om zich te vergassen; zoon Piet draaide dan de hoofdgaskraan dicht.

Vroon was belast met een erfelijke aanleg voor depressies, die hem in de jaren negentig fataal werd. Na tegenslagen op persoonlijk en professioneel vlak raakte hij aan de drank en werd hij steeds meer paranoïde. Nederland kreeg Vroons verval in 1997 te zien in de media, met als dieptepunt een tv-programma waarin Vroon, duidelijk labiel, de psycho-goeroe Emile Ratelband onbeheerst aanviel. Hij overleed in januari 1998 aan een acute alvleesklierontsteking mogelijk een gevolg van alcoholgebruik in combinatie met medicijnen. Gelukkig weet de biografie van Busato naast alle pijnlijke feiten, ook de oude geestdrift van Vroon weer tot leven te wekken.

Vittorio Busato: Weg met Piet Vroon. Een biografie. Amsterdam University Press, 236 blz. €24,90