Een doosje met power

In het spel van Mark Rietman draait alles om angst en moed. ,,Je moet je niet door je beperkingen laten regeren.''

Justus in de voorstelling Raak me aan is ten dode opgeschreven. Op een van zijn archeologische expedities in zwart Afrika heeft hij een infectie opgelopen die hem nu vermoordt. Waarmee auteur en regisseur Ger Thijs een levensgrote valkuil voor de vertolker heeft gegraven: die van de larmoyantie. Maar acteur Mark Rietman kijkt wel uit om daar in te trappen. Hij houdt de sentimentaliteit op een afstand met weerbarstigheid: zijn personage sprankelt en is tegelijkertijd vreselijk cynisch. Soms komen er zulke gemeenheden uit zijn mond dat het medelijden met zijn ellende in verontwaardiging omslaat.

De globetrotter klopt bij zijn zus aan om te sterven. Daar zegt hij haar recht in het gezicht dat zij de ziekte maar van hem moet overnemen, want in tegenstelling tot hemzelf is zij toch maar ,,een totaal overbodig wezen''. Het knappe aan Rietmans spel is niet alleen de veranderlijkheid maar ook de dubbelheid van veel emoties. Want natuurlijk wil Justus niet alleen maar kwetsen. Hij is gewoon wanhopig, en het beledigende appèl aan zijn zuster lijkt op een bezwering, op een laatste formule om het onheil af te weren.

Mark Rietman en zijn tegenspeelster Carine Crutzen geven samen een enorme intensiteit aan het drama, dat zich in de Limburgse provincie afspeelt. Je merkt dat de broer en de zus ondanks alle obstakels hartstochtelijk contact met elkaar zoeken – maar elkaar aanraken mag niet, dat is het taboe dat op de band van het bloed rust. Al in de eerste scène hangt er een ondergangsstemming in de lucht: op het land is het akelig stil omdat het vee door mond- en klauwzeer is getroffen. Toch blijft de toon licht en sierlijk. Met zijn zwartgallige humor brengt Rietmans figuur de zaal telkens weer aan het lachen. Dwars tegen de aftakeling in behoudt zijn lichaam een zekere elegantie, als een waardig protest tegen de man met de zeis.

Raak me is door de pers lovend ontvangen. In het Amsterdamse artiestencafé waar Rietman zit te lunchen prevelen passanten hem felicitaties toe die de acteur met een kort lachje beantwoordt. Zijn vrolijke krulhaar contrasteert met de ernst van zijn achter een brilletje verscholen ogen. De smalle lippen zijn geneigd tot een sceptische grijns; de rechte neus heeft iets nobels en de spitse kin drukt een grimmige nuchterheid uit. Een man van middelbare leeftijd, zoon van een verzekeringsagent uit Amsterdam-Osdorp, nu zelf een huisvader en door verantwoordelijkheden getekend.

Vijfendertig jaar toneelervaring heeft hij achter de rug: ,,Ik speel al vanaf mijn negende'', zegt Mark Rietman, ,,Op de lagere school had ik een onderwijzer die met de klas toneelstukken maakte waarin ik de hoofdrollen vertolkte. Het eerste stuk was een door ons bewerkt jeugdboek over een buurman die zeehonden in een vijver verstopte. Op de middelbare school speelde ik in stukken van Max Frisch. Ik was een paljas. Ik durfde alles. In de puberteit kroop ik in mijn schulp. Sindsdien ben ik een gereserveerd persoon, dus het is altijd een beetje strijden om mij los te krijgen.''

Stille, serieuze, moeilijke mannen speelde hij het vaakst. Zoals de getroubleerde accountant Nico Tegenkamp in de verfilming van Familie. Of de gesloten bankierszoon Kiet Bussink in de televisieserie Oud Geld. Shakespeares zachtmoedige wereldverachter Timon van Athene, Thomas Bernhards boosaardige mensenhater Herrenstein en Bernard-Marie Koltès' ondoorgrondelijke moordenaar Roberto Zucco was hij ook.

Maar ineens, na een lange periode bij Toneelgroep Amsterdam en een korte bij het RO Theater, had hij genoeg van het acteren. Een jaar of zes geleden was dat. ,,Ik zat helemaal vast. Ik bevond me in een grijs middenveldersgebiedje en ik dacht: ik ben vast een nuttig en goed acteur – maar het groeide niet door. Ik ben toen een tijdje artistiek leider van de toneelschool van Amsterdam geweest, ik ben gaan regisseren, ik moest een andere kijk op het theater krijgen. Gelukkig ontmoette ik Victor Löw. In De dans van de reiger regisseerde hij mij met de bedoeling nu eens de grenzen op te zoeken. Geen enkele zin mocht in het grijze gebied van `dat klinkt wel aardig' terechtkomen. Hij heeft me geholpen de deurtjes van mijn acteurschap verder open te zetten. Zodat ik weer even voort kan.''

Mark Rietman speelt dus weer – met lef. En dat is precies wat hij aan het stuk van Ger Thijs waardeert: ,,Raak me aan is een moedige tekst, want het is link om het over een stervende man te hebben. De eerste impuls voor Thijs om het stuk te schrijven was dat hij bij zijn zus was in Limburg en zich afvroeg: `Als ik nou doodga, waar ga ik dan naartoe? Dan zal ik toch hier aanbellen, ja, en wat zal er dan gebeuren?' Bij het repeteren haalde hij soms Eugene O'Neill aan. Hij zei: `Er zit zoveel gevoel in de stukken van die man, hij had zo'n grote drang om die verhalen te vertellen. Wat hij gemaakt heeft is niet overal geweldig mooie literatuur en het neigt soms naar de soap, maar het is zo brutaal en theatraal zo sterk.' Ger Thijs was door O'Neills moed gegrepen.''

De broer in Raak me aan is volgens Rietman een man die nog niet klaar is met zijn pas overleden vader. ,,De wil om die vader te overstijgen bepaalt zijn leven. In dat huisgezin met die vier mensen moet er een heel sterke band geweest zijn tussen die zus en die vader. Het jongetje ziet hen maar steeds met de veeartsenij bezig terwijl hij er buiten staat. Op een dag pakt hij zijn biezen en denkt: `Ik zet het je nog wel betaald, pa!''' Mark Rietman kent het van zichzelf, die geforceerde poging om met je afkomst te breken. ,,Ik ben maar gewoon een jongen van de Sloterplas en ik heb geprobeerd dat weg te fabuleren. Maar het is ook de plek waar je jeugdherinneringen liggen en waar je gevormd bent. Dus het is onverstandig om net te doen alsof dat allemaal niet bij je leven hoort.''

Routine

In de voorstelling is de zus altijd in het ouderlijk huis blijven wonen en zij komt de provincie niet uit. ,,Een klein leven, volgens de broer. Hij wil haar veranderen, hij roept haar als het ware toe: Kom op meid, ga weg uit dat huis, trek de wijde wereld in, vind de liefde. Het heeft iets paternalistisch om de ander naar jouw ideaalbeeld te willen vormen. Niet iedereen is avontuurlijk ingesteld en wat voor de één duffe routine is, is voor de ander al een heel waagstuk.'' En toch: ,,Je moet je niet door je angsten en beperkingen laten regeren. Niets is frustrerender dan ergens spijt van te hebben. Om iets in je leven niet te hebben gedaan. Zo had ik eens de gelegenheid om een jaar in Londen toneellessen te volgen. Maar ik bleef een zomer lang en ging toen weer naar huis. Nog steeds denk ik: had ik die kans maar gegrepen. Een mens moet zo min mogelijk had-ik-maartjes verzamelen, weet ik nu.''

Hij leerde het ook van zijn vorig jaar gestorven vader, die in dat opzicht het slechte voorbeeld gaf. ,,Mijn vader was een knorrige, moeilijke man. Een lief hartje, maar hij had niet echt zijn plek gevonden in het leven. Als jonge jongen was hij een goeie wielrenner. Toen hij mijn moeder leerde kennen stopte hij daarmee, want er moest geld verdiend worden. Ik denk dat hij er altijd spijt van heeft gehad dat hij niet meer voor dat wielrennen is gegaan.'' Niet dat ambitie alléén zaligmakend is. ,,Het personage Justus kent de hele wereld, maar eigenlijk heeft hij niemand. Zijn leven is één grote tocht langs de mensen heen.''

In Rietmans eigen leven is het niet de ambitie waardoor hij zijn naasten soms verwaarloost. ,,Het komt meer door hoe ik in elkaar zit. Ik ben erg op mezelf, kom moeilijk in contact met anderen, laat mijn vrienden liggen.''

Ja, met alles wat Justus meemaakt heeft Rietman wel ervaring, alleen niet met het doodgaan. Door goed naar verhalen over ziekte en sterven te luisteren leefde hij zich in. ,,Ik hoorde veel over een beroemd acteur uit Den Haag die een jaar of vijftien geleden is overleden. Die acteur wist dat zijn ziekte terminaal was en toch had hij nog hoop. Je klampt je vast aan die hoop, aan de geruststellende woordjes die anderen tegen je zeggen. En tegelijkertijd doet niks er nog toe, de oude waarden vallen weg, je laat je gaan, je feest, uit wanhoop en tegen de wanhoop in, met een grimmige energie.''

Zulke dingen ontdekt Mark Rietman niet bij regisseurs die hem erg op de huid zitten. Hij moet de ruimte krijgen en bij de repetities veel kunnen lachen. ,,Een dramaleraar, een Amerikaan, zei: `Don't be serious, be sincere.' Ga eerlijk en oprecht met het materiaal om, maar wees niet zwaar op de hand. Met een zekere lichtheid van werken raak ik eerder de diepte.'' Voor hem is een goede acteur iemand die je in zijn ziel laat kijken. ,,Hij moet bereid zijn om wanhoop te tonen – maar nooit zonder spelplezier. Hij moet ook sámen kunnen spelen. De intimiteit tussen twee mensen is in de grote zaal extra mooi omdat de acteurs daar meer moeten overwinnen. Je hebt een doosje nodig, hier op je buik, om power uit te halen.'' Die kracht bereik je door ontspanning.

Kunstmatig

,,En ontspannen word je door ècht te zijn op het toneel. Een misverstand over techniek is: techniek is kunstmatig. Volgens mij betekent techniek dat je weet hoe je bij dat echte komt. Bij je verdriet, je plezier, je schoonheid en je lelijkheid. Daar moet je vertrouwen in jezelf voor hebben en in je tegenspeler. Je moet van elkaar kunnen ontvangen. Dat de één een goeie recensie krijgt en de ander niet, dat kan niet, want je kunt het nooit alleen doen, het is altijd een over een weer.'' Rechtstreeks contact maken met het publiek, daar is Rietman niet zo geweldig in. ,,Merkwaardig, want mijn eerste theaterimpuls was cabaret: Toon Hermans en Wim Sonneveld, mensen die met de zaal spélen. Terwijl ik de vierde wand liever overeind houd, ik speel altijd een beetje van de zaal àf. Kennelijk ben ik toch nog steeds wat verlegen. Of ouderwets, ik weet het niet.''

Zijn eigen regies hadden soms iets ouderwets en ze werden wel eens slecht ontvangen. `Tandeloos machotheater', schreef een recensent over Requiem voor een zwaargewicht. `Breed uitgemeten boerenlolseks', vond een ander van De vossejacht. Rietman reageert er gelaten op: ,,Bij Requiem voor een zwaargewicht ben ik niet scherp genoeg geweest over de kern van de vertelling, het verraad tussen een vader en een zoon. En van De vossejacht heb ik niets begrepen. Maar ik ben goed in barokke sfeertekening en het orkestreren van uitbundig spel. Ik ben als regisseur nog aan het leren.''

Behalve Victor Löw beschouwt hij ook Johan Greter en Gerard-Jan Rijnders als zijn helpers, zijn grote leraren. ,,Greter was op de Amsterdamse toneelschool de enige die een malle liefde voor toneel en het spelen had. Een theatergek die wist wat spelen was en die wat in mij zag. Ik was een muurbloempje in het eerste jaar, maar hij zei steeds: ,Kom maar, kom maar.'' En Rijnders bewonder ik vanwege zijn economie. Bij hem heeft het al effect als een acteur in de grote zaal zijn pink opsteekt.''

Waar is toneel goed voor?

,,Toneel kun je angsten verwoorden, kun je verlangens uitroepen, kun je wanhoop delen. Bij toneel mag het zwarte in de mens er zijn, akelige gedachten mogen worden uitgesproken, ze mogen over de beschavingsgrens heengaan. En wanneer jij als toeschouwer concludeert: `Ik wil niet zo worden als die mensen daar op het toneel, ik ga het thuis anders doen', dan is dat zeer hoopgevend. Je spiegelt je aan de personages en je neemt je steeds weer voor om wijzer dan zij te zijn. Zo blijf je in beweging.''

`Raak me aan' door Het Toneel Speelt is t/m 28 mei in vele schouwburgen te zien. Inl.: 020-6269550 of www.hettoneelspeelt.nl.