Economie van de schrijver

Vooral in deze tijd, met de boekenweek en het boekenbal, komen weer veel jongens en meisjes in de verleiding om schrijver te worden. Je wordt beroemd, rijk, onsterfelijk, je boeken worden verfilmd, de spelers en het publiek bewonderen je, men wil je handtekening, staatshoofden komen bij je over de vloer. Je hebt macht. Veel mensen zijn zelfs bang voor je. Wie kan nee tegen zo'n toekomst zeggen? Degenen die dit stukje hebben gelezen. Schrijver worden, schrijver zijn is een van de domste dingen die je je wensen kunt.

Het is een kwestie van economie. Gesteld: je krijgt het idee voor je eerste roman. Het laat je niet los, dat boek moet geschreven worden. Je begint en ontdekt dat het moeilijker is dan je had gedacht. Zinnen maken is niet ieders werk, het is een vak dat zoals ieder vak moet worden geleerd. Je zet door. Na een paar maanden merk je dat het al heel wat beter gaat, maar het idee blijkt te dun te zijn voor het meesterwerk van 400 pagina's. Je denkt er nader over, na een lange behandeling in je bovenkamer zie je tot je opgetogen verbazing dat het idee vertakkingen krijgt, de intrige zich uitbreidt of strakker wordt; in ieder geval het geheel beter.

Het boek is klaar. We zijn een jaar verder. Hoe heb je je al die tijd in leven gehouden? Je ouders gaven je geld, je vrouw of man had een baan, je had iets geërfd, je had zelf een baantje of je had geld geleend, tegen een schappelijke rente. En terwijl andere mensen naar de televisie keken, zat jij aan je onvergankelijkheid te tikken. Een jaar is er in je nog onbewezen talent geïnvesteerd. Nu ga je met het manuscript naar een uitgever. (Bewaar in ieder geval op veilige plaatsen een paar kopieën). Je meesterwerk komt in handen van een redacteur.

Laten we aannemen dat alles verloopt volgens je verwachtingen. Je krijgt een contract. Dat boek gaat in de winkel 19,90 euro kosten. De eerste druk omvat 2.000 exemplaren. Van ieder verkocht boek krijg je tien procent. De uitgever stuurt ook gratis exemplaren naar de critici. Eén vindt het veelbelovend, en tot je enorme woede word je door de rest op een meewarig of beschermend toontje bij voorbaat uit de eeuwigheid verwijderd. Na een jaar krijg je van de uitgever een in enigszins beteuterde stijl gesteld briefje. Er zijn 230 exemplaren verkocht, en nu zijn wij tot ons vreselijk verdriet genoodzaakt uw boek in de ramsj te doen.

Hoeveel geld heeft een mens minimaal nodig om van te leven, met huur en eten maar zonder vakanties? Ik schat: 25 euro per dag, bij een spartaans bestaan. Dat is in een jaar naar boven afgerond 1.304 euro. Een goede gebruikte computer kost 500 euro. Je hebt dus weer ruim naar boven afgerond 2.000 euro en een jaar van je leven geïnvesteerd. De opbrengst van het boek is 457,70 euro. Verlies: 847,30 euro plus de onbekende opbrengst van ongeveer 300 werkdagen die je in ieder geval lucratiever had kunnen besteden. En geen roem en macht, maar spijt en ergernis.

Geachte aanstaande schrijvers, zo gaat het natuurlijk niet altijd. Kijk maar naar, anciënniteitsgewijs, Jan Wolkers, Harry Mulisch, Joost Zwagerman en Arnon Grunberg. Maar hun succes zegt niets over jullie economisch risico. Want bewandel je de gebruikelijke weg, dan is dat, louter zakelijk gezien, onaanvaardbaar groot. Jaren geleden heb ik daarover al eens een stukje geschreven. Vergeefs. Er komen steeds meer boeken. Toen ik eergisteren langs de magazijnen van De Slegte bij Amersfoort reed, zag ik dat daar nu meer dan dertig miljoen boeken liggen opgeslagen. Als de vergeefs bestede arbeidsuren en de verloren illusies zichtbaar konden worden gemaakt, zou daar een huiveringwekkend monument van vergeefsheid staan.

Wat kun je eraan doen? Toevallig heb ik het altijd met mijn uitgevers getroffen. Maar als dat niet het geval zou zijn geweest, zou ik het zelf hebben gedaan. Economisch gezien is schrijven niets anders dan taxichauffeur zijn in je eigen auto. Het is de bedoeling, de klant `in vervoering' te brengen, mee te voeren van het begin tot het eindpunt. Op de opiniepagina van deze krant, afgelopen maandag, staat een bijdrage van Paul Sebes, literair agent. De kop geeft het advies: `Schrijver kan beter ondernemer worden'. Wat volgt is ingewikkelder en enigszins anders dan de kop doet vermoeden. Dat komt meer voor. Het gaat Sebes erom dat de schrijver zich losmaakt van de uitgever-boekenfabrikant, zichzelf gaat zien als risicodragend ondernemer. Hij moet de uitgevers om zijn talent laten concurreren met tijdschriften en instellingen die `wel in klinkende munt betalen', in plaats van hem op een hongervoorschot te laten voortworstelen.

Het nadeel is dat aan de vraagzijde de belangstelling pas toeneemt als de schrijver heeft bewezen dat hij er iets van kan. Het gaat nu om de debutanten, of – zoals ze in het bedrijfsleven worden genoemd – de jonge starters. De traditie wil dat het voor hun talent gezond is als ze hun eerste werk op een koud zolderkamertje, een mansarde in Parijs beginnen en voltooien. Maar ook hier stelt de vrije markt andere eisen. Ik stel me een schrijver voor die het publiek in staat stelt aandelen in zijn werk te nemen. Risicodragend kapitaal. Wordt het een succes dan krijgen ze dividend. Blijkt het een flop, dan is de investering verloren. Misschien is dat verlies dan nog aftrekbaar van de belastingen, omdat het een goed doel heeft gediend. Cultureel ondernemerschap, zegt Sebes. Wat let ons.