Dol op dialect

Steeds minder mensen spreken dialect. De organisatoren van de Dialectendag, morgen in Ede, zetten zich in voor het behoud en de bestudering van dialecten.

Gaat het nu goed of slecht met de Nederlandse dialecten? Daar lees en hoor je namelijk uiteenlopende dingen over. Er zijn muziekgroepen die liedjes in het dialect zingen, op radio en televisie hoor je – in vergelijking met 25 jaar geleden – een bonte mengeling aan accenten, maar schijnt bedriegt, want nee, het gaat niet goed.

Steeds minder mensen spreken dialect en als zij het nog wel doen, dan doen ze het in steeds minder omstandigheden. Bijvoorbeeld alleen nog met hun ouders, en niet op school of op het werk. Bovendien beginnen de kenmerken van steeds meer dialecten te vervlakken: vroeger kon je soms van dorp tot dorp kleine verschillen horen, tegenwoordig zijn er nog maar een beperkt aantal zogenoemde regiolecten – dialecten die voor een heel stuk van het land ongeveer hetzelfde klinken.

Is dat erg? Daar moet Veronique De Tier even over nadenken en dat is opmerkelijk, want De Tier is bestuurslid van de Stichting Nederlandse Dialecten (SND) en een van de organisatoren van de Dialectendag, een dag die morgen in Ede wordt gehouden. ,,Het is'', zegt ze, ,,op een bepaalde manier onvermijdelijk. We leven niet langer in besloten gemeenschappen, we zijn steeds mobieler geworden en de telefoon, de radio, televisie en internet hebben dialectsprekers in toenemende mate in contact gebracht met mensen met een andere dialectachtergrond. In 1969 werden er in Nederland en Vlaanderen nog 28 verschillende dialecten onderscheiden. Nu onderscheiden we binnen het Nederlandse taalgebied nog maar vijf dialectgroepen: het Hollands, het West-Vlaams en het Zeeuws, het Oost-Vlaams en het Brabants, het Limburgs en het Saksisch. Het is een ontwikkeling die je niet kunt tegenhouden.''

Toch zet De Tier zich dagelijks in voor het behoud en de wetenschappelijke bestudering van het dialect. Zij is consulent streektalen bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland in Middelburg en zij is redacteur van het wetenschappelijke Woordenboek van de Vlaamse Dialecten, dat gezeteld is in Gent. Bovendien besteedt zij veel energie aan de Dialectendagen, die eens in de twee jaar worden gehouden, morgen in Ede voor de achtste keer.

Hoewel het in grote lijnen niet goed gaat met de dialecten in Nederland en Vlaanderen, zijn die dialectendagen van de SND een groot succes. Dat komt omdat ze meestal erg leuk zijn. 's Ochtends worden er een aantal lezingen gehouden en 's middags, na de lunch, verschillende workshops.

Dit jaar heeft de dialectendag het thema `voedsel'. ,,Centraal staat'', aldus De Trier, ,,de dialectvariatie in het Nederlandse taalgebied voor allerlei zaken die in de keukensfeer thuishoren. Het gaat daarbij in de eerste plaats om dialectbenamingen voor alledaagse etenswaren en instrumenten uit de keuken.''

Ook de lezingen gaan hierover. De Amsterdamse dialectoloog Jan Stroop zal spreken over de benamingen van groente en fruit, de titel van de lezing van de Nijmeegse dialectoloog Joep Kruijsen luidt `Taartenpom of hoe ver reikt de fijne Franse keuken?' en de journalist Derk-Jan Eppink zal spreken over de verschillen tussen de Nederlandse en Vlaamse dialecten. De `werkwinkels', zoals de organisatie ze noemt, gaan onder meer over streekgerechten, over streektaal en streekmuziek.

Er is nog een andere reden waarom de dialectendagen van de SND telkens honderden belangstellenden trekken. Vrijwel alle dialectverenigingen uit Nederland en Vlaanderen, en dat zijn er tientallen, presenteren op deze dag hun nieuwste dialectuitgaven. Daar zitten verhalenbundels of dichtbundels tussen in het plaatselijke dialect, maar ook woordenboeken en woordenlijsten.

Overigens presenteert ook de SND bij iedere dialectendag een `Dialectenboek', een boek waarin de lezingen zijn aangevuld met allerlei kaarten en regionale bijdragen. Zo is er een boek over kenmerken van dialecten in familienamen, over de mooiste dialectwoorden en eentje over de manier waarop dieren in het dialect worden ingezet om uitspraken kracht bij te zetten (denk aan ,,doof als een erpel'' en ,,kijken als een zieke koe'' enzovoorts).

Wat voor mensen komen er nu op zo'n dag af? De Tier: ,,Het gaat doorgaans om oudere mensen, liefhebbers van dialecten die zijn aangesloten bij een dialectvereniging. Daar zijn er nog heel wat van.

Limburg heeft met `Veldeke' de grootste dialectvereniging met dertien kringen met in totaal drieduizend leden. Maar de Zeeuwse dialectvereniging heeft toch ook nog 850 leden en er zijn ruim twintig organisaties die zich met het Nedersaksisch bezighouden.''

Voor meer informatie: 06 309 11 599. Het dialectenboek (15 euro) is te bestellen via snd@mail.be.