De stad zoemt van de poëzie

Steeds meer middelgrote steden hebben of krijgen hun eigen stadsdichter. Die wordt gezien als promotiemiddel voor het literaire leven én de bekendheid van de stad. ,,Zwolle moet op de kaart.''

,,Starter, ijs, ik. Schot. IJs, ik, ik, ijs. Ik.'' Staand achter een katheder in de Zwolse bibliotheek zwaait Berrie de Boer bij iedere strofe van zijn gedicht Erben wild met zijn armen. Alsof hij schaatser Erben Wennemars zelf is. ,,Ik, ik ben, ik moet, ik zal. Door de bocht.'' De Boer, docent Nederlands/tekstschrijver/animator, dingt met zijn gedicht over de Zwolse wereldkampioen schaatsen mee naar de titel `stadsdichter van Zwolle'.

Ten overstaan van vijftig belangstellenden neemt hij het op tegen het dichtersduo Firma Weijland – uitgerust met scheepstoeter – en Paul Gellings. Aan de voet van het spreekgestoelte staat een stembus. Tot 17 maart kunnen inwoners van Zwolle stemmen op één van de drie genomineerden. ,,Zwolle moet op de kaart'', verklaart initiatiefnemer van de wedstrijd Wil Cornelissen. ,,Waarom hebben andere steden wel een stadsdichter en Zwolle niet?'' Ook Nijmegen kiest binnenkort een stadsdichter.

Sinds Dordrecht in 2001 in de persoon van Jan Eijkelboom als eerste een stadsdichter aanstelde, hebben verschillende steden al een lokale uitvoering van de `dichter des vaderlands'. Het zijn met name middelgrote steden, zoals Groningen, Gouda, Middelburg en Haarlem. De vier grote steden hebben geen behoefte aan een officiële stadsdichter, al zijn daar, net als elders in het land, wel `officieuze' stadsdichters actief.

De taken zijn bijna overal hetzelfde. De stadsdichter schrijft gedichten bij belangwekkende gebeurtenissen, waarna ze worden gepubliceerd op gemeentelijke websites, in kranten of, zoals in het geval van Dordrecht, verwerkt in de huisstijl. Citaten zijn afgedrukt op briefpapier, visitekaartjes en voertuigen van de gemeente. ,,We zijn zeer tevreden, hij schrijft prachtige gedichten'', zegt een woordvoerder van de gemeente Dordrecht over het werk van Eijkelboom. In Alkmaar heerst tevredenheid over stadsdichter Joost Zwagerman. De twee gedichten die hij heeft geschreven ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad en monumentendag worden volgens een woordvoerder ,,zeer gewaardeerd''.

Veel stadsdichters doen, gevraagd of ongevraagd, meer. Zij willen het literaire klimaat in een stad verbeteren. De Firma Weijland bijvoorbeeld, een van de mededingers voor de titel in Zwolle, kondigt aan het winkelende publiek in de stad op onverwachte ogenblikken met poëzie te confronteren. ,,Als je in een pashokje een broek past en uit het andere hokje een gedicht hoort, zou dat de Firma Weijland kunnen zijn.'' De andere Zwolse kandidaat Berrie de Boer denkt erover een literaire competitie te organiseren en de derde, Paul Gellings, wil poëzieworkshops organiseren in ziekenhuizen, jongerencentra en de penitentiaire inrichting.

Chawwa Wijnberg, tot begin dit jaar stadsdichter in Middelburg, vindt dat stadsdichters de bevolking moeten leren wat poëzie is. Omdat de vier gedichten die ze contractueel moest maken in haar ogen onvoldoende waren, initieerde ze een poëziefestival in achtertuinen. ,,Ik wil dat de stad zoemt van poëzie.'' Ook de Haarlemse stadsdichter George Moormann schrijft meer dan de zes verlangde gedichten voor zijn stad. Hij houdt toespraken en voordrachten en organiseert ,,Haarlemse nachten'', een festival voor woord en beeld. In Groningen draagt de stadsdichter gedichten voor bij begrafenissen van overleden inwoners die geen nabestaanden meer hebben. Het idee is afkomstig van voormalig stadsdichter Bart FM Droog. De wijze waarop hij zich profileerde leverde Groningen veel publiciteit op. ,,Daar waren we heel blij mee. Hij was eigenlijk een soort ambassadeur van de stad'', zegt een woordvoerder van de gemeente.

Paul Gellings verklaart in de Zwolse bibliotheek dat hij ,,poëtisch Zwolle'' wil promoten. ,,Er wordt in de Randstad veel te denigrerend over deze stad gedaan.'' Ook Berrie de Boer wil Zwolle wel op de kaart zetten, maar alleen als hij onafhankelijk mag blijven. ,,Ik wil niet als een uithangbord van de VVV worden gezien.''

In Antwerpen werd de Nederlands-Palestijnse dichter Ramsey Nasr in oktober vorig jaar nog voor zijn aanstelling tot stadsdichter middelpunt van een politieke rel. Nasr sprak zich in een opinieartikel in deze krant uit tegen het Israëlische nederzettingenbeleid. Door deze stellingname was Nasr, in de ogen van de joodse gemeenschap in Antwerpen en een liberale wethouder, de functie van stadsdichter ,,onwaardig''. Nadat Nasr beloofde zijn functie niet te gebruiken om politieke ideeën te verspreiden en het stadsbestuur verzekerde Nasr niet te muilkorven, was de lucht geklaard.

,,Ze zeggen dat je kritisch mag zijn, maar als je dat bent, vinden ze het toch pijnlijk'', is de ervaring van Chawwa Wijnberg in Middelburg. George Moormann uit Haarlem heeft een contract met de gemeente waarin staat dat hij volledig vrij is om te schrijven wat hij wil. ,,Ik wil af en toe een noot kunnen kraken. Je moet voorkomen dat je gedicht op een servet of handdoek komt te staan, hoe mooi het ook is geborduurd.''

Zo heeft Moormann zich dichtend al kritisch uitgelaten over het openbaar groen en is hij in gedachten bezig met een gedicht over de esthetiek van het nieuwe gerechtsgebouw. ,,Ik ga schrijven dat het maar goed is dat vrouwe Justitia blind is.''

,,Prima'', zegt de Haarlemse wethouder Ruud Grondel (GroenLinks) over de houding van Moormann. ,,Een stadsdichter moet de stad een spiegel voorhouden.'' Hij vindt Moormann alleen soms wat te ,,cryptisch'' waardoor de boodschap volgens hem niet altijd door iedereen begrepen wordt.

Wie bepaalt wat een goede poëet is voor de stad? Een onafhankelijke commissie zoals in Groningen en Middelburg, de bewoners, of een combinatie van beiden zoals in Zwolle? Alkmaar bombardeerde Joost Zwagerman vorig jaar ,,spontaan'' tot stadsdichter nadat hij zich kritisch had uitgelaten over het literaire klimaat in zijn geboorteplaats.

In Zwolle hebben de inwoners een flinke vinger in de pap. Dat is een goede zaak, zegt een van de bezoekers van de avond Jur de Leeuw. ,,Literatuur zetelt al te vaak in ivoren torens.'' Maar wie het ook wordt, of de stadsdichter Zwolle de gehoopte extra bekendheid kan geven, betwijfelt hij. ,,Wat dat betreft kunnen ze beter Erben Wennemars nemen.''