De krokodil komt uit mijn buik

Ingrid en Dieter Schubert scheppen in hun boeken een fantasiewereld met eivolle prenten. Dit jaar vieren ze hun 25-jarig jubileum met een overzichtstentoonstelling. ,,Wij geven elkaar flink kritiek.''

et de deurkruk nog in haar hand staart een meisje van een jaar of twee in haar slaapkamer, waar het duister opgloeit in het binnenvallende licht. De duisternis boven het bed heeft met zijn groene en paarse tinten iets geheimzinnigs en tegelijk uitnodigends. Toch schrikt het meisje ergens van. `Er ligt een KROKODIL onder haar bed; zijn grote groene ogen glinsteren in het ganglicht', staat onder de afbeelding.

In hun met daglicht overgoten woning in Amsterdam-Noord bekijken Ingrid en Dieter Schubert desgevraagd hun eigen meer dan vijfentwintig jaar oude prent. ,,Dit is kleurpotlood'', zegt Ingrid. Het ziet er zo wasco-achtig uit met die ribbels. ,,Nee, het is gewoon kleurpotlood, maar het papier heeft een structuur; dat geeft diepte.'' Na dit boek zijn Ingrid en Dieter Schubert overgegaan op aquarel. ,,Dat is beweeglijk en vloeibaar en geeft ons daardoor heel veel mogelijkheden.''

De prent van de slaapkamer is voor de Schuberts het begin van het begin geweest. ,,Onder het bed ligt een krokodil die is gemaakt van een eierdoos. De schets daarvan was de oorsprong van Er ligt een krokodil onder mijn bed!'', vertelt Ingrid Schubert. Er ligt een krokodil onder mijn bed! was in 1980 het succesvolle debuut van Ingrid en Dieter Schubert als maker van prentenboeken. Inmiddels worden hun boeken tot in Brazilië en Japan voorgelezen aan jonge kinderen; hun boeken zijn in meer dan twintig landen vertaald.

Het 25-jarige jubileum van `de Schuberts' zoals ze doorgaans worden aangeduid, wordt gevierd met een grote overzichtstentoonstelling in Baarn. Met tal van personages uit de Schubert-boeken: de krokodil, Platvoetje de heks, Beer en Egel, Woeste Willem de zeerover en Monkie, het speelgoedaapje dat verloren raakt en teruggevonden wordt. De Schuberts praten over hun werk – Ingrid wat meer dan Dieter. Ze vullen elkaar zo vaak aan dat ze uit één mond lijken te spreken.

Ingrid en Dieter Schubert tekenen een fantasiewereld met eivolle prenten. Vol kleuren, vol details, vol gebeurtenisjes. Neem de openingsplaat van Woeste Willem. De zeerover-in-ruste zelf is al een bezienswaardigheid, net als zijn met gras overwoekerde huis en gestrande piratenschip. Daarnaast spelen jonge everzwijnen in een hangmat, confereren egels achter een steen waar twee konijnenoren boven uitsteken, kruipt een mol uit een hoop en staat een muizenfamilie op de uitkijk.

,,Als ouders hun kind uit ons boek voorlezen, hopen we dan ook dat ze niet te snel de tekst gaan lezen, maar samen met het kind de platen bekijken en zich afvragen wat er is te zien aan kleine verhaaltjes en subplotjes'', zegt Dieter. Ingrid: ,,Het is jammer dat kinderen vaak zo snel uit de wereld van de prentenboeken worden gegooid. Laatst hoorde ik een kind van een jaar of zes zijn moeder vragen om een prentenboek. `Nee', zei die moeder, `daar ben je nu te oud voor, je kunt lezen.' Laat kinderen wat langer in de fantasiewereld vertoeven – en dus langer kind blijven?''

Ingrid (1953) en Dieter (1947) Schubert komen uit Duitsland. In de jaren zeventig ontmoetten zij elkaar op de kunstacademie in Münster. Na hun opleiding wilden Ingrid en Dieter Schubert zich verder bekwamen op een universiteit in Berlijn, München of Hamburg: ,,We wilden beeldend kunstenaar worden en daarvoor leek een grote stad ons een geschiktere plaats dan een provinciestad als Münster.'' Het werd de Gerrit Rietveldacademie in Amsterdam, omdat ze daarvoor een beurs konden krijgen.

Voor de jonge Duitse kunstenaars was de Rietveldacademie een teruggang in de tijd. Ingrid: ,,In Duitsland heerste de geest van Joseph Beuys: iedereen kan schilderen. De opleiding was heel theoretisch, heel intellectualistisch. Je moest veel nadenken en vertellen over je werk. De Rietveld was behoudender, traditioneler.'' Dieter: ,,Ja, in Duitsland kon je een verschrikkelijk slecht schilderij maken, maar als je er een goed verhaal bij had was het in orde. Ik heb op de Rietveld voor het eerst constructieve kritiek gehad op mijn werk. Het was een verademing.''

Bekering

De Rietveldacademie betekende voor Ingrid en Dieter Schubert een bekering, dankzij de lessen van de vermaarde tekenaar Piet Klaasse: ,,We kwamen daar om ons te bekwamen in vrije grafiek. Dus geen plaatjes maken bij andermans verhalen. Piets lessen hebben ons overtuigd alle tijd te steken in illustratie. Hij stimuleerde ons om prentenboeken te gaan maken.'' In werkgroepen ontdekten Ingrid en Dieter Schubert dat ze goed konden samenwerken. ,,Tot dan toe leefden we alleen samen. Nu merkten we dat het professioneel tussen ons klikte: we hadden dezelfde humor, reageerden sterk op elkaars ideeën.''

In zo'n werkgroep moest ook een prentenboek worden gemaakt. Ingrid: ,,Ik had een idee over het verhaal van de krokodil onder het bed. En deze tekening (wijst op de prent van het meisje dat een donkere slaapkamer inkijkt) en nog wat schetsen. Dieter zei meteen: `Die krokodil kan ik veel beter tekenen. Zullen we het samen doen?' En dat vond ik goed.''

Toen hun boek klaar was adviseerde Piet Klaasse om het aan te bieden aan uitgeverij Lemniscaat, een bedrijf van de familie Boele van Hensbroek in Rotterdam. ,,We moesten bij de oude mevrouw Boele thuiskomen, ergens in de omgeving van Rotterdam. Ze bekeek het boek en zei: `U blijft lunchen. Buiten ligt een roeiboot, pak die maar.' We gingen roeien, terwijl zij boodschappen ging doen. Ze gaf meteen tips, zoals: vermijd te veel sprongen in de tijd, kinderen kunnen dat niet volgen. Over het boek zei zij: `Het tweede gedeelte is niet goed, dat moet anders.' Ze had gelijk, het was veel te omslachtig.''

De Schuberts herschreven het verhaal en Ingrid belde enthousiast mevrouw Boele. ,,Zij vroeg alleen: `Hoe zijn de tekeningen?' Die hadden we nog niet. `Ik kan niets zonder tekeningen', zei ze. Daarna zijn we de tekeningen gaan maken, in een paar weken, en bij haar langs gegaan. Ze bekeek de dummy en zei niet veel. Toen belde ze haar man en vroeg hem te komen. Terwijl wij wachtten ging ze met haar man wandelen in de tuin. Toen ze terugkwamen zei ze: `We gaan het uitgeven'.''

De Schuberts bleven vervolgens in Nederland wonen: ,,We konden terug naar Duitsland, maar dan hadden we opnieuw moeten beginnen.'' En op advies van Piet Klaasse begonnen ze meteen aan een tweede prentenboek.

In Er ligt een krokodil onder mijn bed! bezweren de ouders van het meisje Peggie dat er onder het bed niets is, zoals ouders dat nu eenmaal doen. In de slaapkamer van het meisje blijkt zich echter wel degelijk een krokodil te bevinden. Karel is wel een aardige krokodil. Hij helpt Peggie bij het maken van een speelgoedkrokodil van een beschilderde eierdoos. Dan vertelt Karel – in het tweede gedeelte – dat hij vroeger een stoute krokodil is geweest die voor straf naar de mensenwereld is gestuurd om kinderen te troosten. 's Ochtends is Karel verdwenen; onder het bed ligt alleen nog de eierdoos-krokodil.

Het verhaal is een originele verbeelding van een menselijke oerangst, de angst dat er een monster onder je bed ligt. ,,Die krokodil komt uit mijn buik'', vertelt Ingrid. ,,Ik ben nog steeds bang. Toen ik net samenwoonde met Dieter, moest hij altijd onder het bed kijken of er niets onder lag. Als we nu een dag weg zijn geweest, ben ik altijd bang voor het huis – dat er iemand is binnengedrongen of zo. In het boek komt de krokodil tevoorschijn en blijkt hij niet zo eng. Angst moet je onschadelijk maken door hem zichtbaar te maken.''

Sprookjes doen dat, maar zijn die vaak niet te angstaanjagend voor kinderen? Nee, juist niet, vinden Ingrid en Dieter Schubert: ,,Het spookje van Hans en Grietje is erg eng. Dat de heks Hans vetmest en aan zijn vinger voelt. En dat Grietje de heks in de oven duwt. Het is allemaal gruwelijk. Toch moet het zo. Het goede moet het kwade overwinnen, desnoods met geweld. Voor kinderen moet het wel goed aflopen natuurlijk.'' De vaak gruwelijke verhalen van Wilhelm Busch zijn voor de Schuberts dan ook een belangrijke inspiratiebron geweest.

Tot de personages van de Schuberts behoren archetypische griezels zoals heksen en zeerovers, maar echt eng zijn ze niet. Heks Platvoetje is eerder een beetje zielig; ze is verjaagd door andere heksen. Zeerover Woeste Willem is inderdaad woest, maar blijkt waterangst te hebben. Krokodil is alleen vroeger stout geweest. ,,We willen altijd iets dat aansluit bij het bekende en toch eigen is. Een heks is een icoon. De heks Platvoetje lijkt op een traditionele heks, met een hoed en een bezemsteel. Maar uiteindelijk hebben we bedacht dat ze een kleine heks moest zijn. Ze ziet er daardoor minder gevaarlijk uit, veel liever.''

Schetsen

Hoe rijk de prenten van de Schuberts mogen zijn, de tekst is er altijd het eerst. ,,We bedenken eerst helemaal het verhaal, en schrijven de tekst uit; in het Duits, ja, dat gaat gewoon zo. Dan gaan we schetsen, met potlood. Eerst tekenen met potlood, tot het goed is.'' Ingrid onderbreekt de toelichting en vraagt Dieter: ,,Haal jij even de dummy van Mijn Held, alsjeblieft.'' Dieter legt de vellen op tafel: schetsen boordenvol muizen, in alle denkbare lichaamshoudingen.

Mijn Held gaat over een mannetjesmuis die enorm zit op te scheppen tegen een meisjesmuis over hoe hij haar zal redden. Als er gevaar is rent hij weg. Vlucht hij of lokt hij de aanvaller weg? ,,Met twee muizen die zitten te praten op een boomtak gebeurt er weinig. Daarom hebben we veel aandacht besteed aan de gezichtuitdrukkingen van de muizen: verbaasd, verschrikt, bewonderend.'' De echte actie zit in de platen van wat de muis zegt te zullen doen – met steeds een touw als oplossing voor alle problemen. ,,Dat touw geeft het verhaal samenhang.''

Als de schetsen klaar zijn en de teksten bladzij voor uitgeschreven gaan de Schuberts naar de uitgever. Ingrid: ,,Ik vertel dan eerst helemaal het verhaal na, dus mondeling, en uit mijn hoofd. Dieter kijkt dan naar de reacties, om te zien of het verhaal overkomt. Dan pas laten we de schetsen zien.'' Pas als de uitgever het verhaal ook voor zich ziet, worden de tekeningen ingekleurd met waterverf.

De Schuberts willen niet praten over de werkverdeling. ,,We zeggen niet wie precies wat doet, of de een beter is in mensen en de ander in dieren. We doen het echt samen. We bedenken samen het verhaal en praten daar voortdurend over tot het af is, 's avonds of 's ochtends aan het ontbijt als iemand een inval heeft. We zitten ook samen te schetsen en te tekenen aan een werktafel.'' Een grote werktafel in het volle licht dat door de hoge ramen naar binnenvalt.

Ingrid en Dieter Schubert bekritiseren tijdens het maken van een boek voortdurend elkanders werk. Dieter: ,,Tekenaars zijn te lief voor elkaar. Als je een collega een tekening laat zien, zegt ie altijd: `Prachtig'. Wij geven elkaar flink kritiek. Dat kan, want als gehuwden zitten we toch in hetzelfde schuitje.'' Dat kan ook een reden zijn om elkaar te sparen. Ingrid: ,,Nee hoor. Kijk wij blijven als man en vrouw bij elkaar, dus dan kunnen we als collega's goed van mening verschillen.''

Dikke kater

Ze wijzen weer op de dummy van Mijn held. Ingrid toont een schets van de kat die aan het einde van het boek de twee muizen dreigt te vangen: een mooie dikke kater, ten voeten uit getekend. Ingrid: ,,Zo was ie. Dieter was helemaal verliefd op zijn kat, maar ik vond hem niet goed. Die kat is te dichtbij, hoeft maar een poot uit steken om een muis te pakken. Die muizen kunnen niet ontsnappen, terwijl de mogelijk open moest blijven dat ze dat wel konden. Het kostte moeite om Dieter te overtuigen. Uiteindelijk is het zó geworden.'' Ze wijst op het boek, waar je alleen de katerkop dreigend ziet opdoemen achter een boom. ,,Zo laat je meer open.''

De Schuberts erkennen dat ze de de neiging hebben te veel te laten zien: ,,We hebben veel beelden in het hoofd en het is moeilijk om er afscheid van te nemen. Vaak is het beter wat weg te laten.'' Maar je kunt ook te veel weglaten, zegt Ingrid en wijst weer op een schets. ,,Kijk hier pakt de muis de rovers. Ik had alleen de poten van de dassen getekend. Dieter vond dat niet genoeg, dat zei te weinig. Hij had gelijk. Dus hebben we het zó gedaan.'' Ze wijst op de plaat in het boek, waarop een muis twee enorme dassen vangt – met zijn touw.

Wie het laatste boek van de Schuberts naast hun eerste legt, kan zich haast niet voorstellen dat de makers dezelfde personen zijn. De prenten in Mijn held zijn ingenieus, vol beweging en warme tinten. De prenten in de Krokodil zijn vrij kaal, soms wat stram en vol lichte en heldere tinten. De lagen kleurpotlood over elkaar heen geven de tekeningen in de Krokodil veel diepte. Gaan de Schuberts nog eens werken met kleurpotlood? Ingrid en Dieter Schubert: ,,Dat we stopten met kleurpotlood had destijds een druktechnische reden. Bij het fotograferen van de tekening voor het prentenboek kreeg je schaduwwerking door de kleine bobbeltjes; dat zag er rommelig uit en was moeilijk te corrigeren. Nu is de druktechniek zo ver ontwikkeld dat het wel weer zou kunnen. Maar we doen het niet. We zijn vergroeid met aquarel.''

De tentoonstelling `Monkie, Platvoetje & Co' is t/m 9 januari 2006 te zien in kasteel Groeneveld, Baarn. Inl.: www.platvoetje.nl of www.kasteelgroeneveld.nl

De tentoonstelling `Monkie, Platvoetje & Co' loopt tot 9 januari 2006 in Kasteel Groeneveld in Baarn. De boeken van Ingrid en Dieter Schubert worden uitgegeven door Lemniscaat.