De duiven waren helden

Ronald de Graaf promoveerde op Oorlog om Holland, 1000-1375, over de praktijk van oorlogvoering in de Middeleeuwen, een boek dat afgelopen jaar wegens succes is herdrukt. Bijna tegelijkertijd verscheen een nieuw, nog lijviger, boek van zijn hand, ditmaal over de Tachtigjarige Oorlog. Het boek beschrijft de dagelijkse werkelijkheid van de oorlog, de middelen en technieken waarmee werd belegerd en slag geleverd. Het gaat over militaire strategieën en logistiek, over besluitvorming en financiering en over de gevolgen van de oorlog voor de bevolking.

De beschrijvingen van de militaire gebeurtenissen tijdens de verschillende fasen van de oorlog is voor liefhebbers. Ze nemen veel ruimte in en zijn door de enorme hoeveelheden personen en feiten die passeren soms moeilijk te plaatsen in het grotere historische verband. Toegankelijker zijn de thematische paragrafen over de praktische en menselijke kant van de oorlog. Ze behandelen bijvoorbeeld de bevoorrading van legeronderdelen, de medische verzorging en de manier waarop inkwartiering van soldaten in de steden was georganiseerd.

Met hermetisch belegerde steden kon in de zestiende eeuw alleen worden gecommuniceerd via postduiven die eerst de stad uitgesmokkeld moesten worden. Er zijn dramatische verhalen van zulke duivensmokkelaars en duiven die door de Spanjaarden werden gepakt. Maar briefjes werden ook verstopt in holle kogels en in de polsstokken waarmee de Hollanders de met slootjes gelardeerde graslanden trotseerden. De Graaf heeft over al deze onderwerpen veel en uiteenlopend bronnenmateriaal bijeengebracht, variërend van brieven van Willem van Oranje tot egodocumenten van stedelingen en soldaten, en van stedelijke besluiten tot populaire liedjes en spotdichten.

Helaas heeft de presentatie van al dat schitterende materiaal het meeste weg van de klassieke omgevallen kaartenbak. De Graafs enthousiasme straalt van de bladzijden af. Alles is even interessant, maar je moet wel net zo'n grote liefhebber zijn van militaire geschiedenis om je door deze bijna zevenhonderd pagina's heen te kunnen slaan.

Het boek geeft `een andere kijk op de Tachtigjarige Oorlog', aldus de ondertitel. Of toch niet? `Nogmaals,' lezen we op bladzijde 16, `dit boek heeft allerminst de pretentie om volledig te zijn of zeer vernieuwend.' Bezwaarlijker is dat de aangehaalde historische teksten vrijwel nergens geïntroduceerd worden en kritisch gewogen. Moeten we alles maar geloven van teksten uit een tijd dat zo'n beetje elk geschreven woord oorlogspropaganda was? En dan dienen die woorden ook nog goed te worden geciteerd. De boektitel is afgeleid van enkele regels uit het Wilhelmus: `Oorlof mijn arme schapen / Die zijt in grote nood / Uw herder zal niet slapen / Al zijt gij nu verstrooid'. Nu kan oorlof in een zestiende-eeuwse tekst een aantal dingen betekenen, maar in geen geval oorlog, zoals er in de titel van is gemaakt. In deze regels zegt Willem vaarwel (oorlof) tegen zijn volk als hij in ballingschap gaat.

Ronald de Graaf: Oorlog, mijn armen schapen. Een andere kijk op de Tachtigjarige Oorlog 1565-1648. Van Wijnen, 686 blz. €69,50