Britten in de ban van Afrika

Geen wonder dat de Britse regering zich sterk voor Afrika maakt. Afrika is `cool' en leidt de aandacht af van Irak. ,,Hun ogen leven op zodra het over Afrika gaat'', zei popster Bob Geldof.

Begin vorig jaar kreeg de Britse premier Blair een opgewonden Bob Geldof aan de telefoon vanuit Ethiopië . ,,Het gebeurt weer'', tierde de Ierse popster, die halverwege de jaren tachtig aan de wieg stond van een grote hulpactie voor Afrika. Geldof had zojuist geconstateerd dat de koffieboeren in het zuiden van Ethiopië weer honger leden. Door een enorme expansie van de koffieteelt in Azië was de koffiemarkt ingezakt en beten de Ethiopiërs op een houtje.

Blair nodigde Geldof uit voor een gesprek en kort daarna werd er een nieuwe internationale Commissie voor Afrika opgezet, onder voorzitterschap van de premier zelf. Ook Geldof nam zitting in het prestigieuze, internationale gezelschap, naast onder andere de Ethiopische premier Meles Zenawi. De commissie bracht de problemen met het donkere continent grondig in kaart. Vanmorgen trad ze onder grote belangstelling van de media naar buiten met haar aanbevelingen in het British Museum, waar op het moment de tentoonstelling `Made in Africa' loopt.

Het is geen toeval dat juist de Britten hun nek voor Afrika uitsteken. ,,Afrika is hier op het ogenblik cool'', zegt Richard Dowden, directeur van de Royal African Society . Hij polste een paar jaar geleden bij wat Lagerhuisleden of er misschien een Afrika-werkgroep zou kunnen worden opgezet, met vertegenwoordigers van alle partijen. De respons overtrof zijn stoutste verwachtingen. Dowden: ,,De groep telt nu 170 leden en is numeriek gezien de op twee na grootste groep in het Lagerhuis.''

Verder is de gepassioneerde inzet van Geldof voor Afrika een niet onbelangrijke factor. Hij staat op zeer goede voet met zowel Blair als diens minister van Financiën, Gordon Brown. Tevreden glimlachend namen beide politici, nog wat bleekjes door nachtelijk overleg over de vastgelopen antiterreurwetgeving, vanmorgen lof van Geldof in ontvangst. ,,Hun ogen leven op zodra het over Afrika gaat'', zei de popster. Welke politicus hoort dat, een paar maanden voor de verkiezingen, niet graag? Een prettige bijkomstigheid is bovendien dat zo de aandacht even wordt afgeleid van `Irak', door de meeste Britten niet beschouwd als Blairs meest roemrijke project.

Een niet onbelangrijke vraag is intussen in hoeverre de ambitieuze plannen van de commissie daadwerkelijk kunnen worden verwezenlijkt. Dat is nog hoogst onzeker. Het lijkt bij voorbeeld niet waarschijnlijk dat de Franse president Chirac op korte termijn bereid is de Europese landbouwsubsidies te schrappen. Evenmin ligt in het verschiet dat de Verenigde Staten 0,7 procent van hun nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking besteden, zoals de Afrika-commissie bepleit. Zo mogelijk nog lastiger zal zijn om ervoor te zorgen dat zowel overheidsfunctionarissen als zakenlui in Afrika én de rijke landen zich voortaan onthouden van corrupte praktijken.

Ook is de vraag of de Afrikaanse landen wel in staat zijn de extra miljarden in hulp op een doeltreffende manier te absorberen. Met de fondsen die nu worden verstrekt, gaat al veel mis. De commissie zelf erkent dat overigens ruiterlijk in haar rapport. Ze hoopt echter dat door een grotere afstemming van de donoren op dit terrein snel vooruitgang kan worden geboekt.

Gordon Brown stelde vanmorgen dat het nieuwe actieplan voor Afrika ,,stoutmoediger'' is dan het Marshall-plan, waarmee de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog Europa op de been hielpen. ,,Als we het nu niet doen, wanneer dan wel'', luidde de retorische vraag van Brown.

Sommigen fronsten echter hun wenkbrauwen over de timing van het actieplan. Vandaag is het namelijk in Groot-Brittannië Red Nose Day, een dag waarop Britten worden aangemoedigd lachend aan liefdadigheid te doen. De drijvende kracht achter dit curieuze fenomeen is Comic Relief, een organisatie die met medewerking van befaamde humoristen als John Cleese maar ook Woody Allen probeert het geestige met het nuttige te verenigen. ,,Het heeft iets vernederends voor Afrika om zo'n hulppakket op zo'n dag naar buiten te brengen'', stelt Richard Dowden van de Royal African Society. ,,Alsof je louter door wat geld te geven en wat te lachen de problemen van het continent zou kunnen oplossen.''