Amsterdam in dagelijkse stilstand

Op het leven van fotograaf en somberman Frits Weeda (Amsterdam, 1937) hoeft men niet jaloers te zijn. Uit het ouderlijk huis gestuurd, met weinig geld de straat op, terechtgekomen in de oudijzerhandel, opgenomen in psychiatrische inrichtingen, verslaafd aan medicijnen en alcohol en dan hebben we het verder niet over het afbranden van het huis waarin zijn dagboeken en tekeningen lagen. Maar in 1985 komt er dan toch een eind aan die ellende. Weeda vestigt zich in een `burgermanswoning' in Friesland. En twee jaar later stelt het Gemeentearchief in Amsterdam een tentoonstelling van zijn foto's samen. Daarvoor is vooral dank verschuldigd aan conservator jonkheer Quarles van Ufford, want die wist begin jaren zestig diens werk al op waarde te schatten.

Het Gemeentearchief, in bezit van 600 Weeda-opnamen, laat nu opnieuw zijn foto's zien. En bij uitgeverij De Verbeelding is net In de schaduw van de welvaart verschenen, met 130 zwart-wit beelden van Amsterdam en omstreken tussen de jaren 1958 en 1965. De stad maakt een ingrijpende inhaalslag, woningen moeten en bloc wijken voor verkeersaders, er wordt gesloopt bij het leven, en het duurt niet lang meer of het dorpse karakter van Sloterdijk en Buiksloot verzuipt in oprukkende nieuw- en hoogbouw.

Weeda, net 21 jaar, graast als gepassioneerd fotograaf de stad af en probeert van zijn fotoverkoop te bestaan. Hij zag datgene waar de meest vooraanstaande wederopbouw-fotograaf Cas Oorthuys geen oog voor had: het gesappel van de middenstand, de met troep dichtslibbende grachten, het oprukken van het autoblik en de verduistering van polderluchten door openbare vuilverbranding. Allemaal rampspoed dus, zou je denken, waar een boze jongeman eens flink tegenaan wil trappen. Maar dat is een vergissing: `Mijn foto's waren niet als protest bedoeld, zo was ik niet. Ik zag het gewoon zo', aldus Weeda in Rik Suermondts tekstbijdrage aan het boek.

Dat `ik zag het gewoon zo' zegt alles over de vrije blik waarmee Weeda zijn `schaduwbeelden' heeft vastgelegd. Als leerling van Dirk de Herder (1914-2003) wist hij strijklicht en contrasten uit te buiten, maar dan wel zonder veel weemoedige opsmuk. Weeda registreert vooral mild, feitelijk en onnadrukkelijk datgene wat de `gewone' man met een handeltje bezighield, hoe jongetjes – zonder hangplek – op straat hun tijd doodden en hoe Amsterdamse gezinnen in groten getale naar Artis en het Oosterpark trokken. Opvallend vaak zwicht hij voor het fotograferen van alles wat wrakkig en ruïneus is. Dat zegt wel wat over zijn somberheid. Maar wat zijn werk klassiek maakt is het gebrek aan weeë anekdotiek. Goed, er was grootschalige vooruitgang, maar toch ook veel alledaagse stilstand. Dát Amsterdam is kernachtig en waarachtig waargenomen. Knap dat de archief-jonkheer dat meteen al in de gaten had.

Frits Weeda: In de schaduw van de welvaart. Amsterdam 1958-1965. Tekst Rik Suermondt. De Verbeelding, 142 blz., €34,50, na 1/4 €39,50. Expositie tot 20/3 in Gemeentearchief, Tolstraat 129, Amsterdam. Open: ma. t/m zo. 11-17 uur.