`Alle verhalen gaan altijd over angst'

De Franse archeologe Fred Vargas schrijft labyrintische thrillers. Ze moeten de lezers van hun depressies afhelpen. De laatste tijd is ze in de ban van een échte moordzaak.

,,Stel je bent triest, je wilt er een eind aan maken. Dan lees je een thriller en je ziet het weer helemaal zitten. Dat is de kunst. Een goede thriller kan iemand redden, symbolisch gezien. Een goede thriller draait om angst, hij laat de lezer de nuances van die angst doorvoelen, brengt hem elders en geeft hem zo moed om verder te leven. Het goede, het kwaad, levensgevaar – die elementen geef je een plek en later volgt de oplossing. Het is de oude Griekse katharsis. De mythologie staat de mens ter beschikking als een leidraad bij het leven. Dan kun je zien waar de afgronden zich bevinden, waar het pad loopt. Waarin schuilt de angst? Daar moet je achter zien te komen, en dan kun je daarna weer rustig slapen.''

Al meer dan een uur spreekt Fred Vargas (1957), even in Amsterdam ter gelegenheid van een nieuwe vertaling, onafgebroken over wat haar hartstochtelijk bezighoudt. Dat zijn niet alleen haar thrillers (policiers), die in Frankrijk en elders in Europa bij een groot publiek aanslaan, maar ook – en misschien nog wel meer – de archeologie, de liefde en de actuele, politieke zaak Cesare Battisti, die ten onrechte zou worden beschuldigd van moord.

,,Kijk'', zegt ze, terwijl ze een labyrint tekent, vlak naast haar mobieltje waar ze de batterij uit heeft gehaald, ,,dit is de minotaurus, een belangrijke verbeelding van het kwaad, omdat hij half mens is en half dier. Beesten horen bij misdaden, let maar eens op, als er in de krant sprake is van een moord, wordt er meteen een vocabulaire gebruikt met betrekking tot dieren: beestachtig, wild, klauwen etc. Afijn, Theseus waagt zich in dat labyrint, waarom weet niemand, verslaat het beest en lost het probleem op.''

Vargas begint aan een volgende tekening, een kasteel omringd door bossen. ,,In de Middeleeuwen gingen de verhalen over meisjes die sinds hun dertiende waren opgesloten in kastelen, over schatkisten als symbolen van kennis, over queestes naar harmonie en naar Apollonische wijsheid. Er moeten draken worden verslagen, er moeten obstakels uit de weg worden geruimd. Ieder verhaal draait altijd om angst, dat is al zo sinds mensenheugenis. Een thriller doet hetzelfde. Er moet een gevaar zijn, doodlopende paden, schaduwplekken, een moeilijke zoektocht en uiteindelijk de identificatie van het kwaad. Zonder dat alles is er geen zuivering, geen katharsis. Als je dat traject achter de rug hebt, kun je er weer twee uur tegen.''

Energie

Dáár doet Vargas het allemaal voor. Mensen schrijven haar dat ze hun depressie overwonnen dankzij haar thrillers. Ze weet wat voor verhalen ze moet schrijven om anderen energie te geven, al was het maar omdat ze van zichzelf weet welke verhalen ze moet lezen ,,zodat het morgen beter gaat''. ,,Ik ben in de eerste plaats mijn eigen lezer. Als het slecht met me gaat, denk ik, allez, we schrijven er een. De macht van de thriller is de macht van de mythe. Die is enorm, omdat hij put uit het collectieve bewustzijn.''

Nog een tekening, een vogel ditmaal. ,,De romp is het verhaal, de basis. Dat schrijf ik in een paar weken op, tijdens een vakantie. Dan is de rede ver te zoeken, ik eet noch slaap. Het is alsof het verhaal aan mij gedicteerd wordt. In de periode daarna komen de vleugels, in de avonduren, dan geef ik alle aandacht aan klank en ritme.''

De thrillers van Vargas staan dichtbij de literaire roman. Haar verhalen zitten strak in elkaar, kennen een afgewogen spanningsboog, en met de terugkerende personages – veelal inspecteur Adamsberg, zijn adjudant Danglard en zijn geheimzinnige minnares Camille – krijg je als lezer snel een band. Adamsberg (,,in alles het tegenovergestelde van mijzelf, als er al een model voor hem is, is dat mijn zoon'') vaart op zijn intuïtie, in tegenstelling tot zijn assistent, die alleen gelooft in analyse en rationaliteit. Vargas' thrillers, die zich grotendeels in Parijs afspelen, zijn niet bloederig of vulgair en ontrafelen geen bloedstollende, wereldomvattende complotten. Het zijn vakkundig en intelligent aangelegde labyrinten, waarin je al ronddwalend mooie staaltjes aberratie van de menselijke geest tegenkomt.

Vanaf haar debuut in 1986, met Debout les morts (Uit de dood herrezen), koos ze het pseudoniem Vargas – hetzelfde als dat van haar tweelingzus, de schilderes Jo Vargas, met wie ze in haar jeugd een adoratie deelde voor Eva Gardner, vertolkster van het personage Maria Vargas in Mankiewics' film The Barefoot Contessa. Naast thrillers publiceerde Vargas ook een kostelijk Petit traité de toutes vérités sur l'existence, een essay waarin ze ironische antwoorden geeft op grote levensvragen. Religie, liefde, kunst – alles passeert de revue, voor alles vond Vargas een analytisch concept, een principe of een theorie die helderheid verschaft.

Als archeoloog en historicus onderzocht ze jarenlang botten van dieren op diverse locaties in Frankrijk. Afgaande op grootte, vindplaats en ontwikkeling trok ze conclusies ten aanzien van dorpen en hun sociale structuur door de eeuwen heen. Die multidisciplinaire aanpak gebruikte ze later bij het samenstellen van een synthese van honderden vindplaatsen van dierlijke botten binnen Europa. Sinds 1983 legde ze zich toe op de rat en met name op het ontdekken van de vlooiensoort die, parasiterend op de rat, de pest overbrengt. Geen wonder dat een van haar meest succesvolle boeken, Maak dat je wegkomt (Pars vite et reviens tard), zich afspeelt in een hedendaags Parijs dat als de dood is voor de curieuze tekens die verband lijken te houden met een hernieuwde pestuitbraak. Serieus is ze in alles wat ze doet. ,,Ik word soms doodmoe van mezelf. Alleen in mijn thrillers kan ik soms eens flink uit de band springen.''

Sporen

Sporen uit het verleden volgen, afdrukken nagaan, het verborgene boven water halen – dat is Vargas' passie, als archeoloog en ook als schrijfster. Sinds een jaar wordt ze gedreven door een actuele juridische en politieke kwestie, waarbij ze die vaardigheden eveneens kan aanwenden: de zaak Cesare Battisti. Ze heeft een sabbatical genomen bij het Centre National des Recherches Scientifiques (het Franse NWO), haar onderzoek onderbroken en geen literaire letter meer geschreven. Ze stelde pamfletten op, artikelen, aanklachten, juridische commentaren en ze publiceerde zelfs een essay over de zaak van de Italiaanse misdaadschrijver die als lid van het extreem-linkse PAC (Prolétaires armés pour le communisme) door de Italiaanse staat ervan beschuldigd wordt eind jaren zeventig vier moorden te hebben gepleegd. Gedetailleerd doet ze de affaire uit de doeken: de Italiaanse communistische groep, de moorden, Battisti's vlucht naar Mexico, de manier waarop zijn maten hem de moorden in de schoenen schoven, zijn veroordeling bij verstek, zijn terugkeer naar Frankrijk, zijn uitwijzing naar Italië afgelopen zomer en de uitspraak van de Raad van State, over een paar weken.

Battisti is onschuldig, meent Vargas, die zich als historica over de hele zaak heeft gebogen, alle processtukken bij nummer kent en iedere juridische uitspraak uit het hoofd citeert. Dat engagement wordt haar niet in dank afgenomen: ze verloor aanvankelijk veel lezers. Bovendien werd er gehoond dat ze wel verliefd zou zijn op de Italiaan. ,,Hebt u met hem geslapen? vroegen ze me voortdurend.'' `La passionaria', kopte Libération. Razend: ,,Als je over hartsaangelegenheden schrijft, is alles koek en ei, maar als je de schandelijke kant van Frankrijk blootlegt, berg je dan maar. De Franse justitie is verrot, de republiek functioneert niet meer. Frankrijk, land van de mensenrechten – laat me niet lachen.'' De socialisten, die in het begin aan haar kant stonden, hebben het laten afweten. Nu zijn er nog drie politici en een paar linkse intellectuelen over die haar daadwerkelijk steunen.

,,Het is niet voor niets dat ik de batterij uit mijn mobieltje haal. Ik word afgeluisterd alsof ik een misdadiger ben. Als ik in Parijs op straat loop, word ik gevolgd, als ik een café binnenga, zit er in een mum van tijd een agent aan een tafeltje verderop. Ze willen weten waar Battisti is. Ze denken dat ze hem via mij kunnen vinden.'' Natuurlijk verliest ze wel eens de moed, zeker omdat zo langzamerhand iedereen haar voor gek verklaart. ,,Maar dan denk ik aan een uitspraak van de oude man in Tolkiens In de ban van de ring: `U bent zo klein dat u misschien gelijk heeft.'

,,Ik heb me rot gewerkt het afgelopen jaar. Ik wil hoe dan ook zijn onschuld bewijzen. Dat kan ik nu – op basis van zaken die ik nog niet kan onthullen – en dat maakt me ongelofelijk tevreden. Ik ben als een archeoloog te werk gegaan, volgens methoden die ik in mijn werk altijd toepas. Binnenkort breng ik het resultaat naar buiten. En ik zal winnen.''

Fred Vargas: De man van de blauwe cirkels. Vertaald door Rosa Pollé. De Geus, 221 blz. €18,90. Ook de andere policiers van Vargas verschenen bij De Geus. `Petit traité de toutes les vérités sur l'existence' verscheen in 2001 bij Viviane Hamy.