Vinden van een baan is vaak een lijdensweg

Mensen die in Nederland zijn geaccepteerd als vluchteling komen moeilijk aan een baan. Emplooi zet zich voor hen in.

Toni Owobowale leest de tekening en boort met vaste hand een gat in een plank. Met zijn groengeel gebreide muts waaronder zijn rastakapsel schuilgaat, is de Nigeriaan al vier jaar een opvallende, maar gewaardeerde verschijning in de fabriekshal van Valk Interieurbouw in Lisserbroek. Hier maken vaklui inrichtingen voor winkels, zoals balies en schappen voor reisbureaus, met de hand op maat gemaakt.

Owobowale heeft lang naar werk moeten zoeken. Twaalf jaar geleden kwam hij naar Nederland en ontmoette een Nederlandse met wie hij trouwde en die nu zwanger is van hun derde kind. Via uitzendbureaus werkte hij in slachterijen en sjouwde hij met kratten. Toen maakte hij kennis met Jan Akerboom van Emplooi, een stichting die sinds 1989 probeert vluchtelingen met een verblijfsvergunning aan passend werk te helpen. Owobowale ontmoette hem op het Emplooi-spreekuur in het Arbeidsbureau. Akerboom ontdekte dat Owobowale timmerman was en nam hem direct mee naar Valk. Dat bedrijf kende Akerboom nog uit de tijd dat hij werkte bij de Bond van Meubelfabrikanten, een werkgeversorganisatie van meubelfabrikanten. Owobowale kon meteen aan de slag. Hij mocht op cursus van zijn werkgever en binnenkort heeft hij alle diploma's die hij nodig heeft om zijn vak goed te kunnen uitoefenen. Owobowale: ,,Ik heb geluk gehad met Akerboom. Waar had ik zonder hem zoiets gevonden?''

Akerboom is een van de ruim honderd vrijwillige adviseurs van Emplooi, dat is opgericht door Vluchtelingenwerk Nederland. Sinds 2001 is Emplooi een zelfstandige stichting, het ontvangt een bijdrage van Vluchtelingenwerk.

Het ministerie van Sociale Zaken stelde in 2002 de potentiële beroepsbevolking onder vluchtelingen op 125.000. In oktober vorig jaar bleek uit het Jaarrapport Integratie 2004, gemaakt in opdracht van het ministerie van Justitie, dat minder dan eenderde van de Afghanen en Irakezen tussen 15 en 65 werk had. Van de Iraniërs en de mensen uit het voormalige Joegoslavië werkt ongeveer de helft. Rond de 30 procent van de vluchtelingen heeft geen onderwijs of alleen basisonderwijs gevolgd, tussen de 20 en 30 procent heeft een hbo- of universitair diploma. Vaak is het werk dat een vluchteling vindt ver beneden zijn niveau.

De problemen op de arbeidsmarkt worden gedeeltelijk veroorzaakt door de beperkte `plaatsbaarheid' van de vluchtelingen. De kennis van het Nederlands is soms onvoldoende. Verder hebben ze vaak, door vele jaren zonder werk, een carrièrebreuk. Velen zijn getraumatiseerd door oorlog en vervolging in hun land van herkomst. Maar zij hebben ook te maken met weerstand bij werkgevers. De door hen behaalde diploma's zijn hier vaak niet geldig of worden lager gewaardeerd, en hun werkervaring wordt niet als relevant gezien.

Emplooi probeert door maatwerk mensen aan het werk te krijgen. Cliënten krijgt Emplooi via CWI's, sociale diensten, reïntegratiebedrijven en lokale vluchtelingenwerkgroepen die vluchtelingen wijzen op het bestaan van Emplooi. Sinds de oprichting hebben zich 14.600 mensen tot Emplooi gewend. Daarvan zijn er ruim 9.000 geplaatst.

De organisatie werft voormalige ondernemers en managers als Akerboom en leidt hen op tot reïntegratieadviseur. Door hun contacten kunnen zij deuren openen voor werkzoekenden. In de kennissenkring van Akerboom zitten ondernemers. Vorig jaar heeft hij vijftien vluchtelingen aan werk geholpen en voor dit jaar staat de teller alweer op vier. ,,Het is een kwestie van erbovenop zitten en blijven proberen. Ik maak een hoop miskleunen mee, maar soms is het raak.''

Emplooi sluit bovendien voor grotere groepen vluchtelingen contracten met werkgevers en opleidingsinstituten. In december 2004 werden er overeenkomsten gesloten met onder meer de gemeente Rotterdam en Cedris, een brancheorganisatie voor de sociale werkvoorziening.

Soms gaat het initiatief van werkgevers uit. Dan profiteert Emplooi van zijn naamsbekendheid. Zo had de belastingdienst een aantal jaren geleden behoefte aan de instroom van nieuw personeel. Gedurende drie jaar leidde de dienst telkens twintig hoogopgeleide vluchtelingen op tot belastingmedewerker. Emplooi werd ingeschakeld bij het selecteren van de kandidaten. Op die manier is de Afghaanse Nazifa Bayen-Tokhi, een cliënt van Akerboom, in augustus 2001 aan haar baan gekomen. In maart rondt ze de interne taalcursus en de vakopleiding af. Dan mag ze zelfstandig belastingaangiften en bezwaarschriften gaan behandelen.

Bayen studeerde in 1986 in Bulgarije af in de economie en de politieke wetenschappen. In de Afghaanse hoofdstad Kabul doceerde ze jarenlang economie aan de universiteit tot ze in 1996 weer naar Bulgarije ging om te promoveren. Terug in Afghanistan begonnen voor Bayen de problemen. Ze moest vluchten voor gewapende strijders die Kabul innamen. Na enkele moeilijke jaren verliet Bayen uiteindelijk in 1998 Afghanistan met haar man en twee kinderen.

De laatste jaren in Afghanistan kon ze al niet meer doceren. In Nederland verbleef ze een half jaar in een asielzoekerscentrum. Toen ze werd erkend als vluchteling, deed ze de opleiding `Nederlands voor anderstaligen'. Ze zocht een baan, maar kreeg slechts schoonmaakwerk aangeboden. Bayen: ,,Mijn Nederlands raakte in het slop doordat ik niet aan de slag kwam.'' Nu heeft ze weer ambities. Zij zou graag weer lesgeven en denkt eraan de benodigde diploma's te halen. ,,Maar ik ben nu nog niet tevreden over mijn uitspraak van het Nederlands'', zegt ze. Dus gaat ze zich eerst concentreren op de binnenstromende belastingaangiften.