Verwarring over nut van geschiedenis

Geschiedenis is plots politiek. Nederlanders zijn op zoek naar hun identiteit. De schrijver van een vaderlandse canon is ,,verbaasd'' over het debat.

Het aantal mensen dat de afgelopen paar maanden heeft ontdekt dat het woord `canon' meer betekent dan een meerstemmig zangstuk loopt waarschijnlijk in de duizenden. In hoge mate verantwoordelijk voor deze ontdekking is Piet de Rooy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met zijn Leidse collega Jan Bank presenteerde hij vorig jaar een canon van de Nederlandse geschiedenis, een beargumenteerde tijdbalk van hunebedden tot Pim Fortuyn. Deze week verscheen hun licht uitgebreide canon als boekje, Kortweg Nederland. Op uitdrukkelijke wens van De Rooy is de ondertitel gewijzigd van `Wat iedereen moet weten van onze geschiedenis' in `Wat iedereen wíl weten van onze geschiedenis'.

Opeens komt de canon van vele kanten. Het regent historische handboeken en - met name - handboekjes tijdens de gisteren begonnen Boekenweek. Jaartallen, schoolplaten, verhalen; elk boek biedt op eigen wijze een raamwerk. Op het voorstel van De Rooy en Bank volgde in januari een pleidooi van de Onderwijsraad voor een canon van de Nederlandse cultuur. In dag- en weekbladen ontstond een heus debat over de wenselijkheid van zo'n verplichte kennismaking met vaderlandse hoogtepunten. Inmiddels gaat het om veel meer dan alleen historische kennis, het gaat om het bevorderen van sociale cohesie. Premier Balkenende citeerde vorige week met instemming filosoof Maarten Doorman: ,,De canon vormt namelijk juist de context voor een debat over onze culturele identiteit en diversiteit.''

Piet de Rooy is ,,verbaasd'' over de omvang en duur van het canondebat. ,,Het lijkt of we een open zenuw hebben geraakt.''

U was zeker wel blij met het voorstel van de Onderwijsraad?

,,Integendeel, het was heel vervelend dat hun voorstel zo snel op het onze volgde. Het heeft de zaak aanzienlijk gecompliceerd. Het heeft gezorgd voor een heilloze verwarring omdat hun pleidooi een heel andere lading heeft. De Onderwijsraad suggereert dat we dankzij zo'n canon van Nederland gaan houden. Voorzitter Van Wieringen wil het patriottisme stimuleren, zegt hij. Dat is een terugkeer naar onderwijswetgeving uit 1857. Ze willen een brede maatschappelijke discussie over wat er in de canon moet worden opgenomen. We weten van vorige discussies dat zoiets nergens toe leidt, alleen tot polarisatie van de standpunten.''

De canon van Onderwijsraad en politici is veel breder dan die van u. U wilt Thorbecke, zij willen de Deltawerken.

,,Ik zie niets in zo'n brede culturele canon. Nog afgezien van praktische bezwaren - de afbakening is onmogelijk - heb ik morele bezwaren. Kennis en inzicht komen dan in het verlengde te liggen van normen en waarden. Dat leidt alleen tot tevredenheid over onszelf en ontevredenheid over de ander. Dat is staatspedagogiek.''

Hoe verklaart u de kennelijke behoefte aan een canon die bijdraagt aan vaderlandsliefde?

,,We zijn in Nederland opgevoed met het idee dat vaderlandsliefde helemaal niet nodig is. Met uitzondering van het Oranje elftal, dat helaas wisselvallig presteert, hebben we geen nationale symbolen. Onder verwijzing naar de Europese geschiedenis zeiden we altijd dat nationalisme tot onheil leidt. Recent ontdekken we dat we met deze houding een malle uitzondering zijn, en als reactie zijn we ons aan het normaliseren.''

Wat heeft die `normalisering' in gang gezet?

,,Sinds 2001 blijkt uit enquetes een radicale daling van het vertrouwen van de bevolking in de regering. Het klassieke beeld van een tolerant, harmonieuze en bezadigde samenleving bleek niet langer te kloppen en de politiek had daar geen antwoord op. Als de politiek geen antwoord heeft, zoeken burgers compensatie in versterking van de civil society, ze gaan zelf voor normen en waarden zorgen. Het lijkt een kwestie van tijd voordat het Amerikaanse voorbeeld van de vlag in de klas hierheen komt.''

Toch lijken nationale sentimenten, zoals in Frankrijk en Duitsland, hier niet goed denkbaar.

,,Dat komt door de verzuiling. Door het naast elkaar bestaan van de vier levensbeschouwelijke zuilen heeft zich in Nederland niet één dominant idee kunnen ontwikkelen. De vier ontrafelde verhalen zijn niet vervangen door één nieuw verhaal, omdat we dat niet nodig dachten te hebben. Nu zoeken we een nieuw verhaal niet op staatsniveau, zoals Frankrijk, maar op het niveau van burgerlijke waarden. Samenhang, op elkaar letten, het pannetje soep voor de buurvrouw. Dat klinkt wat ironisch, maar het zijn hele belangrijke dingen.''

Het is bon ton om te klagen over de teruggang van historische kennis en historisch besef. Is dat terecht, weten de huidige eerstejaars studenten geschiedenis minder dan hun voorgangers?

,,Ja, ze weten minder. Twee zaken vallen op bij eerstejaars studenten. Ze hebben minder chronologisch besef dan voorheen, omdat het geschiedenisonderwijs in de laatste jaren van het vwo wordt gedicteerd door de eindexamenthema's. En ze stellen resultaat boven originaliteit: knippen en plakken van andermans gedachten vinden ze normaal. Dat komt door het Studiehuis, waar `googelen' heilig is verklaard. Ter relativering geldt wel dat het verschijnsel niet uniek is voor Nederland, in Amerika en Engeland speelt het net zo goed. En het speelt al lange tijd. De historische kennis van veertigers en vijftigers is evenmin geweldig, dus de teruggang is al begonnen voor de Mammoetwet.''

Waarom is historisch besef nuttig?

,,Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mensen met meer historisch besef minder vatbaar zijn voor geloof in overspannen utopieën en complotten. Als samenleving kun je beter niet teveel mensen hebben die daar in geloven.''