Twee voetbalwerelden

Kracht, lengte, lenigheid en balgevoel: Surinaamse voetballers onderscheiden zich van Nederlandse voetballers. Barry Hughes, als trainer van FC Haarlem de ontdekker van Ruud Gullit, vergeleek zijn oogappel met een panter bij wie het blanke, houterige `reclamebord' Piet Huyg schril afstak. ,,Geen gezicht, die twee naast elkaar in de kleedkamer'', vertelt hij in de documentaire Het Surinaamse legioen van Hans Heijnen.

,,Ons lichaam is niet gebouwd voor fietsen of schaatsen, wel voor voetbal'', zegt Stanley Menzo. De oud-doelman reist als coach van de `Suriprofs' naar zijn moederland. Voor een duel tegen de thuisploeg klinkt tot zijn verbazing het Wilhelmus. Hij houdt een peptalk. ,,Wij zijn de ambassadeurs van het Surinaamse voetbal in Nederland, we mogen niet falen. We moeten de mensen hier bijbrengen wat we in Nederland geleerd hebben: organisatie en discipline.''

Het bezoek van de Suriprofs (in Nederland spelende Surinamers) aan Paramaribo is even beeldend als schrijnend. De rijke voetballers maken foto's van de krottenwijken. Mark de Vries, topscorer van het Schotse Hearts, heeft gemengde gevoelens bij de eerste ontmoeting met zijn in Suriname gebleven vader. Hij heeft hem in zijn jeugd gemist langs de lijn.

De twee werelden zien we ook terug bij Humphrey Mijnals uit Utrecht die al negentien jaar niets tegen zijn blanke buurman zegt. Hij was in 1960 de eerste Surinamer in Oranje. De speler van Elinkwijk baarde opzien met een spectaculaire omhaal. Zijn broer Frank herinnert zich een stomp in zijn maag van een MVV'er die hij terugsloeg. Hij moest voorkomen: 75 gulden boete en 15 dagen voorwaardelijk. Frank Mijnals is somber over de voetbalkolonisatie. ,,Eerst waren we slaven, nu worden we als diamanten weggehaald.'' President Venetiaan ziet het anders. ,,Jullie voetballers zijn net als als onze garnalen: de kweekvijver met een speciaal voetbaltalent.''

De twee werelden komen tot uiting in het Clarence Seedorf Complex, dat de naamgever in een gulle bui schonk. De Surinamers zijn nauwelijks dankbaar: ze klagen over het gebrek aan betrokkenheid van de weldoeners uit Nederland. Ze schenken geld, maar laten zich bijna nooit zien. Zo schijnt Edgar Davids zijn (verre) familie zelden op te zoeken. Wel zien we hem in Suriname op herten jagen, vanuit een helikopter.

Het Surinaamse legioen, Ned.1, 23.05-0.24u.