Parlementslid Julia hult zich in raadselen

De Franse regering wacht op de vrijlating van de in Irak gegijzelde journaliste Florence Aubenas. Didier Julia rijdt daarbij iedereen in de wielen.

In hoeveel mysterie het Franse rechtse Assemblée-lid Didier Julia zich ook hult, één ding is zeker: hij verstaat als geen ander de kunst zijn tegenstanders op de kast te jagen. Begin deze week gaf hij weer een staaltje ten beste op de Italiaanse televisie, die toch al bol stond van de opwinding over de tragische bevrijding van de in Irak ontvoerde journaliste Giuliana Sgrena waarbij een lid van de Italiaanse geheime dienst werd doodgeschoten door de Amerikanen. Hij zei in verband met de op 5 januari eveneens ontvoerde Franse journaliste Florence Aubenas: ,,Als (zij) de dochter van meneer Raffarin was geweest [...] dan waren de onderhandelingen al begonnen en hadden die misschien al wel tot resultaat geleid.''

De opmerking deed de deur dicht, en wel van de UMP, de meerderheidspartij waartoe zowel Julia als premier Jean-Pierre Raffarin behoort. Afgevaardigde Julia gaat solo verder. Gisteren werd hij uit de fractie gezet, of hield de eer aan zichzelf: zijn lezing wijkt weer eens af van die van de anderen.

Wie weet is met dit afscheid een einde gekomen aan de voortdurende verlegenheid waarin Julia de regering brengt. Maar mogelijk is het slechts een voorlopig hoogtepunt in de curieuze handel en wandel van Julia.

Het 71-jarige parlementslid speelde een zeer omstreden rol bij de pogingen de in Irak ontvoerde journalisten Christian Chesnot en Georges Malbrunot vrij te krijgen, twee maanden geleden. Samen met twee enigszins obscure medewerkers, die net als hij in het verleden contacten onderhielden met Ba'ath-partij van de toenmalige Iraakse leider Saddam Hussein, zette hij een `parallelle diplomatie' op touw. Terwijl de Franse geheime diensten volop bezig waren contact te leggen met de ontvoerders, ging het drietal zelf op missie. Het werd daarbij beurtelings geholpen en tegengewerkt door het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken. Enerzijds zag het ministerie aanleiding tot wantrouwen in hun operatie, waarvoor ze wonderlijk genoeg de beschikking kregen over het regeringstoestel van de Ivoriaanse president Laurent Gbagbo, anderzijds wilde het geen middel onbeproefd laten om beide journalisten vrij te krijgen.

Uiteindelijk frustreerden Julia en zijn medewerkers, volgens de lezing van het ministerie, een op een haar na voltooide bevrijding door de officiële diensten. Het contact tussen ontvoerders en Franse regering zou voor wekenlang verloren zijn gegaan. Gevolg was dat, nadat beide journalisten in december vorig jaar toch heelhuids in Frankrijk waren teruggekeerd, Julia aan de schandpaal werd genageld. Tegen zijn twee medewerkers werd een gerechtelijk onderzoek geopend. Julia, als parlementslid zelf gevrijwaard van dergelijke onderzoeken, liet zich van zijn kant niet onbetuigd, noemde minister van Buitenlandse Zaken Michel Barnier ,,een nul'' en zichzelf een ,,zondebok''.

De gewapende vrede die volgde werd verstoord door de video-opname van een zichtbaar verzwakte Florence Aubenas, die op 1 maart opdook. Daarop vroeg zij, wanhopig en verschillende keren, uitgerekend Julia haar te helpen. De dramatische oproep bracht premier Raffarin in ernstige verlegenheid. Er worden voortdurend in het hele land evenementen ten behoeve van de bevrijding van Aubenas geoorganiseerd. Onder druk van de publieke opinie was Raffarin bijna gedwongen zijn afkeer en wantrouwen te overwinnen en weer in zee te gaan met Julia. Deze maakte van de gelegenheid gebruik en stelde afgelasting van het onderzoek tegen zijn medewerkers als voorwaarde voor zijn medewerking. Zijn eigen partij sprak prompt schande van dit voorbehoud.

De affaire kreeg ook een mistige, geo-politieke dimensie. Op een eerdere video, die al in handen van de regering bleek, noemde Aubenas Julia niet. Wel leek duidelijk, dat haar ontvoerders niet tot een islamitisch-terroristische groepering behoren. Bovendien kenden zij Julia en waren ze op de hoogte van de politieke gevoeligheden ten aanzien van zijn persoon. Dit leidde in de media tot de veronderstelling dat de ontvoerders behoren tot de ondergrondse van Saddams Baath en dat zij contact onderhouden met Syrië. Dat land zou de Fransen met de pijnlijke oproep aan Julia willen straffen voor de mede door hen gestelde eis om zich terug te trekken uit Libanon.

Julia verhoogde de spanning: ,,Ik heb een sterk vermoeden wie de ontvoerders zouden kunnen zijn. Als de ontvoerders mij kennen, ken ik ze ook.'' De dag daarop, op 2 maart, ging premier Raffarin over tot een hoogst ongebruikelijke stap. In de Assemblée sommeerde hij, in de richting van Julia kijkend, ,,iedereen'' die over relevante informatie beschikte, de regering op de hoogte te stellen. Hij verbood tegelijkertijd iedere vorm van ,,parallelle diplomatie''. Op 3 maart werd Julia gehoord door de geheime dienst. Nog diezelfde middag deed Raffarin zelf een oproep aan de ontvoerders Aubenas vrij te laten. Hij zei dat Julia over ,,geen enkele nieuwe of concrete informatie'' bleek te beschikken. Julia sprak van ,,geblaf in de woestijn'', noemde de betrokken ministers ,,Jan Klaassens'' en legde hij er maandag op de Italiaanse televisie nog een schepje bovenop. Pas gisteravond deed hij zelf een klemmend beroep op de ontvoerders.