Natuurlijk: grondrechten voor dieren

Femke Halsema van Groenlinks heeft onlangs bepleit de grondrechten van dieren in de Grondwet op te nemen. Sommigen vinden dat wellicht een idioot idee, maar dat is onterecht, meent Taede A. Smedes.

Onze omgang met de natuur is eeuwenlang gekarakteriseerd door antropocentrisme. Men meende op grond van de bijbel dat de mens geschapen was naar het beeld Gods en daarmee een `tussenwezen' was dat met zijn ongeschapen ziel dicht bij Gods wereld stond, maar met zijn lichaam met dierlijke neigingen dichtbij de geschapen natuur stond. Descartes betoogde op grond van dit dualisme van lichaam en geest dat dieren zielloze machines waren. Daarmee werd gezegd dat dieren geen emoties hadden of pijn konden lijden. En net zoals je een machine kon demonteren om achter zijn werkingen te komen, zo kon dat ook bij levende dieren.

Vanaf de vroege Middeleeuwen tot de laat-moderne tijd is dit bijbels gelegitimeerde dualisme het centrale mensbeeld gebleven, waarbij wellicht niet meer de aarde, maar toch wel de mens in het centrum van het heelal stond. Dat beeld wordt door de moderne mens- en natuurwetenschappen stukje bij beetje gesloopt.

Dat afbraakproces komt al naar voren bij Charles Darwin. Zijn evolutietheorie veronderstelde een continuïteit tussen de natuur en de mens. Deze kennis werkte relativerend ten aanzien van de positie van de mens in de natuur. De mens was niet langer een `tussenwezen', maar werd voluit een natuurlijk product met een eigen evolutionaire historie. Die historie werd door latere archeologische vondsten alleen maar bevestigd, met name door de ontdekking dat de huidige mens ooit slechts een van vele (nu uitgestorven) mensensoorten was. Curieus genoeg is bij Darwin tegelijkertijd met de relativering van de mens een veranderende houding ten aanzien van dieren merkbaar. In 1872 verscheen Darwins boek over de evolutionaire wortels van emoties bij mens en dier. Anders dan Descartes erkende Darwin dat dieren gevoel en emoties hadden.

Aan het begin van de twintigste eeuw toonden Freuds bevindingen aan dat psychische gesteldheden lichamelijke effecten konden hebben. Freuds onderzoek ligt ten grondslag aan huidige, meer medicinaal gerichte benaderingen, waarin de centrale vooronderstelling is dat geest en lichaam een `psychosomatische' eenheid vormen. De `ziel' wordt daarmee tot een metafoor gereduceerd. Ook hier wordt de speciale positie van de mens tussen natuur en bovennatuur gerelativeerd en de mens tot het natuurlijke beperkt.

Bovendien houden primatologen, zoals Frans de Waal, ons reeds geruime tijd de spiegel voor van het gedrag van chimpansees en bonobo's. In een aantal boeken gaat De Waal zelfs zover om culturele uitingen die wij als typisch menselijk beschouwen, te relateren aan het gedrag van onze naaste verwanten. Er is nauwelijks iets bij mensen te vinden dat niet al in beginsel bij bepaalde diersoorten voorkomt.

Het mag duidelijk zijn dat sinds de Verlichting een dubbele beweging gaande is van een opwaardering van de natuur en daarmee verbonden een relativering van de status van de mens. Het antropocentrische mensbeeld verdampt langzaam door onze toenemende wetenschappelijke kennis van de mens. Dit betekent niet dat de mens ten aanzien van de natuur geen enkele waarde meer heeft. Immers, geen ander wezen dan de mens is in staat om zichzelf bewust te relativeren ten behoeve van een ander, of het nu gaat om individuen van de eigen soort of om andere soorten. Het is de mens die zichzelf kan wegcijferen en ruimte kan maken voor de ander. Het is de mens die de rechten van niet-menselijke wezens in een Grondwet kan vastleggen en daarmee het leven van niet-menselijke wezens als waardevol erkent.

De kern is dat de manier waarop wij met de natuur omgaan, iets zegt over hoe wij onszelf zien en hoe wij onze eigen plaats in de natuur waarderen. Alleen al daarom zou iedere partij het voorstel van Halsema moeten ondersteunen. Historisch gezien is het niet meer dan een natuurlijke stap om deze kwestie op de politieke agenda te zetten – zie bijvoorbeeld Duitsland, waar op 17 mei 2002 de Bondsdag met tweederde meerderheid besloot dierenbescherming in de Grondwet op te nemen.

Het kabinet-Balkenende heeft de mond vol van normen en waarden. De natuur kent geen normen en waarden. Het is de mens die normen en waarden kan erkennen en dus ook een waardering over ander leven uit kan spreken. Het vastleggen van grondrechten van andere schepselen is een natuurlijke en logische volgende stap die de mensheid zou sieren.

Dr. Taede A. Smedes is theoloog en godsdienstfilosoof en als postdoc werkzaam aan de Faculteit Godgeleerdheid van de Universiteit Leiden.