Kaartjes opera worden duurder

De Nederlandse Opera verhoogt de toegangsprijzen. Hiermee hoopt de opera ondanks de met drie procent verminderde subsidie toch voldoende – en goede – voorstellingen te kunnen blijven geven.

De goedkope kaartjes (17,50 euro) worden nauwelijks duurder, de duurste kaarten voor premières gaan van 85 naar 100 euro. De prijzen van abonnementen gaan in verschillende mate omhoog, de populairste het meest. De kassa-inkomsten moeten vijf procent stijgen, ook wordt het sponsorbeleid actiever. Verder wordt de organisatie in het Muziektheater, waar de Opera vorig jaar een zaalbezettingsgraad van 98,7 procent haalde, zo mogelijk nog efficiënter, zei Operadirecteur Truze Lodder gisteren bij de presentatie van het nieuwe seizoensprogramma.

Het seizoen opent met drie complete cycli van Wagners Der Ring des Nibelungen, de laatste voorstellingen van deze productie van artistiek directeur Pierre Audi. De nieuwe chef-dirigent Ingo Metzmacher leidt vier producties, The Bassarids van Hans Werner Henze in de regie van Peter Stein, Het sluwe vosje van Janácek, Simone Boccanegra van Verdi en Elektra van Strauss. In de Amsterdamse Stadsschouwburg gaan Tamerlano en Alcina van Händel in ensceneringen die Pierre Audi eerder maakte in het Zweedse Drottningholm. Een wereldpremière in het Nieuwe Muziekgebouw aan het IJ wordt After Life van Michiel van der Aa naar de gelijknamige film van Hirokazu Kore-Ede.

Nieuwe producties komen van Cavalleria rusticana/ Pagliacci van Mascagni en Leoncavallo en Lady Macbeth van Mtsensk met het Concertgebouworkest onder leiding van Mariss Jansons. Voor het laatst zijn er voorstellingen van Il barbiere di Siviglia in de succesproductie van Dario Fo, opgedragen aan de de onlangs overleden opera-intendant Jan van Vlijmen.