In onderbroek in een ijskoude cel, ergens in Europa

Het Europees arrestatiebevel botst met uiteenlopende juridische praktijken. Het beginsel van vertrouwen beproefd.

Welkom in de wereld van het EAB, het nieuwe Europese arrestatiebevel, zegt de Amsterdamse advocaat J.M. Rammelt bitter. Hij heeft zojuist meegemaakt dat een Let werd teruggestuurd naar zijn thuisland hoewel er een stapel verontrustende rapporten op tafel lag. Over de lokale justitie en onmenselijke omstandigheden in gevangenissen. Om de gedachten te bepalen: hele nachten met alleen een onderbroek aan in een ijskoude cel.

Dat mensen zo makkelijk worden teruggestuurd in omstandigheden waarbij grote vraagtekens passen, heeft te maken met het EAB, het gevolg van een kaderbesluit dat de regeringsleiders namen naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001. Zij spraken af de reguliere uitleveringsprocedures binnen de Europese Unie te vervangen door iets wat `overlevering' werd genoemd.

Deze twee juridische vaktermen lijken erg op elkaar, maar er is een groot verschil. Overlevering is een radicaal gestroomlijnde procedure, waarin weinig aandacht is voor koude cellen en andere complicaties. Het plan voor een EAB dateerde al van vóór de dramatische aanslagen. Het blijft ook niet beperkt tot terroristische samenzweringen. Zelfs het verlenen van kerkasiel kan onder het EAB vallen.

Het eerste evaluatierapport over het EAB is net uit en de Europese Commissie toont zich niet ontevreden. In de eerste acht maanden zijn 2.603 arrestatiebevelen uitgegaan, 653 personen gearresteerd en 104 overgeleverd. Ook na de aanslag in Madrid van 11 maart 2004 verloopt de acceptatie van het EAB echter niet zonder haken en ogen, erkent de Commissie. Italië heeft het zelfs nog steeds niet ingevoerd. De oppositie in Rome fluistert dat premier Berlusconi bang is dat het ooit tegen hemzelf kan worden gebruikt wegens zijn zakenpraktijken. Duitsland heeft in feite een moratorium afgekondigd in afwachting van een uitspraak van het Federale constitutionele hof. Ook in andere landen dreigen constitutionele moeilijkheden. Negen landen, waaronder Nederland, voldoen nog niet op alle onderdelen van de versnelde procedure.

Advocaat Rammelt is een van de initiatiefnemers van de in Amsterdam gevestigde organisatie Euromos (European Monitoring System), die de gevolgen van de gestroomlijnde overleveringsprocedure in diverse landen kritisch volgt. De juristen weten ook wel dat de internationale uitleveringspraktijk berust op het `vertrouwensbeginsel': landen oordelen niet over elkaars rechtssysteem. Maar dat is iets anders dan vrijwel automatische overdracht van elke opgeëiste persoon, zoals het EAB beoogt. Zeker binnen de uitgebreide EU bestaan nog steeds aanzienlijke kwaliteitsverschillen tussen de nationale justitiële praktijken. Het motto `u vraagt, wij draaien' is dan ook misplaatst, betoogde Rob Blekxtoon, oud-voorzitter van de uitleveringskamer van de Amsterdamse rechtbank in het Nederlands Tijdschrift voor Europees Recht.

De nieuwe overleveringsprocedure schaft de betrokkenheid van de minister van Justitie bij een gewone uitlevering af, terwijl deze vaak een kansje biedt nadere garanties te bedingen bij het opeisende land. Tegelijk is in de nieuwe overleveringszaken het beroep op de Hoge Raad geschrapt. In 1998 had dat in 37 procent van de uitleveringszaken enig resultaat, werd in de Eerste Kamer opgemerkt.

Het is vreemd dat over een simpele overtreding bij twee rechterlijke instanties kan worden geprocedeerd, terwijl bij overlevering één rechtbank de eindbeslissing heeft, schreven drie Amsterdamse advocaten in Delikt en Delinkwent. Zij waarschuwden tegen een nieuwe bepaling die overlevering van eigen onderdanen aan een andere Europese staat toestaat ook voor feiten die hier niet strafbaar zijn. Als afschrikwekkend voorbeeld noemden zij de geruchtmakende zaak van de Nederlandse vliegtuigspotters die in Griekenland in moeilijkheden kwamen voor een liefhebberij die hier is toegestaan.