Honkbal hoopt `hockeymodel' na te bootsen

Aan de totstandkoming ging een venijnige loopgravenoorlog vooraf die de voorzitter, tv-commentator Theo Reitsma, uiteindelijk geen andere keuze liet dan de honk- en softbalbond (KNBSB) te verlaten. Maar zie, nog 176 dagen te gaan en het wereldkampioenschap in Nederland, verspreid over vijf speelsteden (Almere, Amsterdam, Eindhoven, Haarlem en Rotterdam), lijkt dan toch van de grond te komen.

Nu heeft de term `wereldkampioenschap' een magische klank, maar in een sport met twee almachtige profcompetities (Major League Baseball in de Verenigde Staten en Puro Yakyu in Japan) betekent dat simpelweg dat 's werelds beste spelers hun neus ophalen voor de strijd om de wereldtitel. Voorzitter Bert Paalman van het organisatiecomité kan slechts hopen dat de duurbetaalde profs uit de lagere regionen wel op het vliegtuig naar Nederland stappen. Om de kans daarop te vergroten, besloten de oud-honkbalinternational van Kinheim en de zijnen het toernooi te verschuiven van augustus naar begin september.

Bondscoach Robert Eenhoorn, gisteren wegens scoutingswerkzaamheden in Amerika afwezig bij de bekendmaking van de poule-indeling, mikt met Nederland op een plaats bij de laatste acht, en de oud-prof van de New York Yankees beseft dat hij wat goed te maken heeft. Het olympisch toernooi, afgelopen zomer in Athene, eindigde in een ontgoocheling voor zijn naar verluidt losbandige ploeg. Met als triest dieptepunt de nu al `historische' nederlaag tegen het vooraf nog als gelijkwaardig ingeschatte Australië: 2-22.

Eenhoorn hoopt het toernooi verder te benutten als een middel om honkbal als topsport op de kaart te zetten en de noodzaak van een gedegen opleiding voor de jeugd te onderstrepen. In Nederland regeert de breedtesport, constateert hij een tikje verbitterd in de nieuwsbrief van het organisatiecomité: `Zolang de politiek geen besluit neemt over een andere sportstructuur, werkt het hier voor geen meter'.

Ironisch genoeg heeft de bond, met het WK in eigen huis, juist vooral oog voor die breedtesport. Volgens de laatste officiële opgave (1 november 2004) telt de KNBSB momenteel 24.333 leden, waarvan 11.664 geregistreerde honkballers, en dat aantal moet met behulp van de 26ste editie van de World Cup Baseball omhoog. ,,Wij willen de hockeybond achterna'', zegt Paalman, die mede daarom een van de succesvolle ideeën van de KNHB heeft omarmd: in elke speelstad een zogeheten Kids City, bedoeld om de allerjongsten bezig te houden én enthousiast te maken voor de honkbalsport.

Zeven jaar geleden organiseerde de hockeybond in het Galgenwaard-voetbalstadion Utrecht het wereldkampioenschap voor zowel mannen als vrouwen. Het `dubbeltoernooi' was het startsein van een uitgekiende campagne, met de beoogde onstuimige ledenaanwas tot gevolg: van 132.000 naar inmiddels 172.399.

Maar vooralsnog resten Paalman andere zorgen. Zijn organisatiecomité presenteerde gisteren in Rotterdam weliswaar een tweede hoofdsponsor (Monsterboard.nl), een sluitende begroting heeft hij nog niet. Van de vereiste vier miljoen euro grootste kostenpost is de huisvesting en het vervoer van de zeshonderd deelnemers ontbreekt nog één miljoen.

Het vorige WK honkbal in Nederland eindigde negentien jaar geleden in mineur: een schuld van bijna een half miljoen gulden. Het bracht de bond in acute geldnood. Om een nieuw debacle te voorkomen is ditmaal gekozen voor de oprichting van een autonoom opererende stichting.

Van de recettes moet de organisatie het niet hebben. Geen sport met zo'n lage drempel als honkbal. Een passepartout voor alle twintig duels in Rotterdam kost 100 euro. Dat is, vergeleken met vergelijkbare sportevenementen, een schijntje, weet ook Paalman: ,,Maar we kunnen de prijzen niet omhoog gooien; het blijft wel honkbal, dat zou onze achterban niet pikken.''