Het vosje

Nog onrechtvaardiger dan het leven is de dood, dacht ik gisteren in een gevaarlijk wijsgerige bui toen ik de opening bezocht van de expositie Wilhelmina - Vorstin in oorlogstijd in het Legermuseum van Delft. Een mens die geëerd wordt met een tentoonstelling over de dierbaarste periode uit zijn leven, zou daar toch zelf van moeten kunnen genieten?

Niets daarvan.

Iedereen was uitgerukt, van de premier tot de professor (Cees Fasseur, Wilhelmina's biograaf), maar de vorstin was er allang niet meer. Wij konden alleen nog enigszins lijfelijk bij haar in de buurt komen door te staren naar enkele van haar attributen. Zoals de met konijnenbont gevoerde helm waarmee zij in 1940 op een marineschip de oversteek naar Engeland maakte. En, vooral, het zilvervosje, dat bontgevalletje in grijs en bruinzwart, dat ze zo graag om haar schouders sloeg.

Het vosje! Wilhelmina hield niet van opsmuk, waarom dan toch dat vosje? De tekst in de vitrine geeft het antwoord: het vosje diende als bescherming tegen besmettelijke ziekten. Het lijkt me even wetenschappelijk onderbouwd als het klassieke moederlijke advies: ,,Kind, doe je sjaal om.''

Wilhelmina zou vooral van `haar' tentoonstelling genoten hebben, omdat haar grote liefde voor de krijgsmacht er gestalte krijgt. Ze wist alles van militaire zaken, vertelde Fasseur, ze kon zelfs een oefengranaat uit elkaar halen. ,,U moet bij veel dingen bedenken dat ik tenslotte een militair ben'', zei ze eens.

Misschien moeten we daar, op het militaire vlak, de kern van haar geestverwantschap met prins Bernhard zoeken. Bernhard hield meer van haar dan van zijn eigen vrouw, lijkt het soms wel. Op de expositie is een in februari 2004 gefilmd, nooit eerder vertoond interview met Bernhard te zien. Daarin zegt hij: ,,Ik heb in mijn leven niemand ontmoet waarvoor ik in veel opzichten – niet álle (de prins lacht even) – zoveel respect had.''

Militairen behoren hun gevoelens te onderdrukken – ook Wilhelmina was daar een meester in. ,,Ik heb haar nooit een traan zien vergieten'', vertelt de prins. Om er enigszins malicieus aan toe te voegen: ,,Mijn vrouw wél.'' Deze mededeling van de prins moeten we overigens niet helemáál letterlijk nemen, want Fasseur schrijft in zijn biografie dat Bernhard haar in Londen eens in tranen aantrof. Ze treurde over het vertrek van haar dochter naar Canada.

De balkonscène in het Paleis op de Dam bij haar troonsafstand in 1948 is juist door de onderdrukte emotie een ontroerende gebeurtenis. Wilhelmina leest haar tekst voor, staande tussen Juliana en Bernhard. Zij roept ,,Lang leve de koningin!'', waarbij ze zodanig met haar rechtervuist zwiept dat Juliana de eerste koningin dreigt te worden die meteen na haar aantreden door een vuistslag geveld wordt. Vervolgens geeft ze haar dochter onhandig een kus.

Dan treedt ze achteruit, gezicht en lichaam opzij gebogen. Ze wuift niet, ze kijkt niemand meer aan, ook Bernhard niet. Het volgende moment is ze weg. Bernhard kijkt haar, aan de grond genageld, na. De prinsesjes, onder aanvoering van Beatrix, komen opgewekt het balkon opgestormd.

Het was afgelopen, het kon weer opnieuw beginnen.