Geloofwaardigheid Nederland in geding 1

ls een gebroken klomp, zo voelt de uitlating aan van Defensieminister Kamp betreffende zijn twijfel achteraf inzake het al dan niet aanwezig zijn in Irak van massavernietigingswapens, als directe aanleiding voor de oorlog aldaar.

Even angstaanjagend is het commentaar daarop van zijn partijgenoot Van Aartsen die stelt, dat deze oorlog gerechtvaardigd was, omdat Saddam Hussein jarenlang de VN-resoluties aan zijn laars lapte. Dat Saddam Hussein de peetvader was van een schrikbewind, zal niemand ontkennen. En dat hij zich niet graag liet sturen door de internationale gemeenschap is ook waar. Echter, het kan niemand ontgaan zijn dat beide politici een zekere gretigheid aan de dag legden om zich te committeren met de Amerikaans-Britse eagerness om Irak aan te vallen. Nederland heeft zijn beurt voorbij laten gaan door zich, via de VN, niet uit te spreken voor meer ruimte aan de wapeninspecteurs om hun onderzoek af te maken. Nederland zou daarin beslist niet alleen hebben gestaan. Immers, ook Europese bondgenoten, zoals België, Duitsland en Frankrijk hadden ernstige bedenkingen tegen de gang van zaken en keurden de oorlog af.

Het is wel erg mager om de resolutiekwestie op te voeren als het doorslaggevende alibi. Er zijn meer landen in de wereld die zich weinig aantrekken van VN-resoluties, sterker nog deze stelselmatig met een veto treffen, zoals in het Israël-Palestina conflict. Nederland, dat nota bene onderdak biedt aan het Internationale Gerechtshof, het Internationale Strafhof en het Joegoslavië Tribunaal, zou zich grote zorgen moeten maken over zijn geloofwaardigheid inzake de internationale rechtsorde. Het zou zich als juridisch gidsland kunnen profileren en daarmee iets van zijn identiteit op de wereldkaart kunnen neerzetten. Als het al niet te laat is.