`Doder van baby's' weerspreekt aantijgingen in VS

De neonatoloog Eduard Verhagen — de `Hitler van Groningen' zoals hij in de Verenigde Staten wordt genoemd — schrijft vandaag in het vooraanstaande Amerikaanse medische tijdschrift The New England Journal of Medicine over het protocol dat in Nederland ontwikkeld is voor levensbeëindiging bij ernstig zieke baby's die ondraaglijk lijden en die geen kans meer op genezing hebben.

Tot nu toe is er in de Verenigde Staten steeds zeer afkeurend gereageerd op het protocol, dat nu ruim een jaar in Nederland door een aantal ziekenhuizen gebruikt wordt. Amerikaanse kranten en televisiezenders spraken eerder al van `vierde trimester abortus' en `systematische moord'. Death penalty no, baby killing yes. Verhagen kreeg honderden hate mails.

Vandaag citeert The New York Times, na een zakelijke samenvatting van het artikel in The New England Journal, een vertegenwoordiger van de organisatie `Not Dead Yet' die zegt dat het protocol een manier is om van kinderen af te komen ,,op basis van andermans oordeel over de kwaliteit van hun leven''. `Not Dead Yet' ziet euthanasie als een grote bedreiging voor mensen met een handicap.

In The New York Times komt ook een advocaat aan het woord die geboren is met een ernstige vorm van spina bifida, een open ruggetje. Hij zegt dat artsen baby's te snel als hopeloos geval zouden kunnen zien. ,,Met goede medische zorg kunnen ze een gelukkig leven leiden.''

Eduard Verhagen reageert met het artikel in The New Engeland Journal — dat hij samen met de neonatoloog Pieter Sauer schreef op uitnodiging van de redactie — op de ,,bloedstollende misverstanden'' die in de Verenigde Staten over het protocol zijn ontstaan.

In Nederland, schrijft hij, wordt levensbeëindiging van baby's ook gewoon als moord gezien. Het protocol is er om te voorkomen dat de officier van justitie de politie op artsen afstuurt. Daarin staan de eisen waaraan artsen moeten voldoen voordat ze het leven van een kind beëindigen. Als de officier van justitie vindt dat artsen zich eraan gehouden hebben, kan hij besluiten hen niet te vervolgen.

Verhagen rekent in het artikel voor dat het in Nederland vijftien tot twintig keer per jaar gebeurt dat het leven van een baby wordt beëindigd. De afgelopen zeven jaar werden in totaal 22 gevallen gemeld bij de officier van justitie. Verhagen, die ook jurist is, vindt dat álle gevallen gemeld moeten worden. Het zou niet stiekem, maar openlijk gebeuren, zodat de samenleving kan controleren of het zorgvuldig gebeurt.

In The New York Times van vandaag zegt bioethicus Arthur Caplan, hoogleraar aan de universiteit van Pennsylvania, dat hij zich niet kan voorstellen dat het protocol dat in Nederland is ontwikkeld, ooit de norm zal worden in de VS. ,,Het protocol past in onze juridische en sociale cultuur'', zegt Verhagen. Of het ook in andere landen kan werken, weet hij niet.