Demonen onrendabel boekhandelskanaal

Literair agent Paul Seles kent zijn slagenrepertoire. In NRC Handelsblad van 7 maart betoogt hij dat Nederlandse uitgevers niet deugen en dat daarom hun (let wel!) ,,niet bestsellende schrijvers'' eindelijk de ,,risicodragende ondernemers'' moeten willen worden die zij feitelijk altijd al zijn geweest. Hun uitgevers zijn namelijk ingedutte types, die het zich dankzij het lage BTW-tarief en de vaste boekenprijs kunnen permitteren om geen `echte' ondernemers te zijn. In plaats daarvan rommelen zij in de culturele marge van wat niet eens bedrijfsleven mag heten, schepen zij hun niet-bestsellende schrijvers af met hongerloon-voorschotten en smoesjes over een te klein taalgebied en een overvolle boekenmarkt, nog door henzelf gecreëerd ook. Nee, de moderne niet-bestsellende schrijver moet zijn teksten buiten het ,,onrendabele boekhandelskanaal'' om verkopen aan tijdschriften, bedrijven of instellingen die hem wél in klinkende munt betalen, want alleen zó verwerft hij een inkomen dat hem in staat stelt zijn oeuvre te ontwikkelen.

Trouwens, die uitgevers liegen ook nog dat ze barsten, want wat zij niet investeren in hun niet-bestsellende schrijvers, investeren zij wél met tienduizenden dollars tegelijk in `veelbelovende' onbekende Britse of Amerikaanse auteurs: schande!

Soms lees je een flutstuk in een krant ,,die de nuance zoekt'' en wil je de schrijver ervan fileren en het allemaal nog eens precies uitleggen aan de beroepsmatig nietingevoerde lezer, die mogelijk denkt dat wat hij in zijn krant leest ook de nuance ís. Maar dat vergt al snel een halve pagina en daar heeft de krant bijna geen plaats voor. Dan is het fijn wanneer je met een korter stuk kunt volstaan. Paul Seles, die zielige, niet-bestsellende auteurs alle demonen aanpraat die het onrendabele boekhandelskanaal volgens hem bevolken, vermijdt zorgvuldig erbij te zeggen dat hijzelf 15procent inpikt van de hoge voorschotten die hij hun voorspiegelt wanneer zij tenminste eerst hém maar in de arm nemen. Daarná zal risicodragende ondernemer Seles de uitgevers direct de rug toekeren en in zee gaan met échte bedrijven, instellingen en tijdschriften waar de dollars voor niet-bestsellende schrijvers door de burelen dwarrelen (waar zou Seles anders zelf van moeten leven?) en waar ongetwijfeld wél mensen werken met know-how en toewijding voor de begeleiding van zijn klanten bij de opbouw van hun oeuvre.

En zo, bij elke bal die Seles de uitgevers in zijn passiepreekje om de oren mept, herinneren wij ons de hysterica die als eerste de edele tennissport verziekte met haar gekrijs van `Hiii! Hiia! Hiii!' En zij, de uitgevers, zijn uiteraard te fatsoenlijk om ook haar naamgenoot het mes in de rug te steken dat hij verdient. Maar om Paul Seles te ontmaskeren als een ordinaire schreeuwlelijk, daarvoor hoeven zij de hand niet om te draaien.