Deining rondom het patriarchaat

In de Griekse hoofstad is bezorgd gereageerd op het bericht dat een Israëlisch gerechtshof de benoeming van de Grieks-orthodoxe patriarch Irinaíos ongeldig heeft verklaard.

Deze dateert uit 2001 maar is pas bijna drie jaar later door het Israëlische Hooggerechtshof bekrachtigd, met drie tegen twee stemmen. Tegenstanders van de patriarch hadden een brief boven water gebracht die Irinaíos zou hebben geschreven en waaruit een anti-joodse gezindheid sprak. Vanuit het patriarchaat werd de brief een vervalsing genoemd.

Thans heeft een Arabische orthodoxe advocaat, Josef Nasser, de verkiezing succesvol aangevochten op grond van het ondemocratisch karakter ervan. Tegen een van zijn tegenstanders, bisschop Timothéos, zou door Irinaíos een leugencampagne zijn gevoerd met vervalst fotomateriaal inzake vermeende homoseksualiteit. De zaak is toegespitst doordat in het kader van de Griekse kerkcrisis aan het licht kwam dat duistere figuren uit Griekenland een grote rol hebben gespeeld bij de verkiezing. Onder hen was onder een valse naam een gezochte drugssmokkelaar, Apóstos Vavílis.

De patriarch kan tegen de beslissing nog in hoger beroep gaan, maar zijn positie is verder verzwakt. Gelijktijdig sprak een Palestijnse rechtbank in Bethlehem een Palestijn vrij van beschuldigingen als zou hij namens Timothéos een moordaanslag hebben beraamd op Irinaíos.

Voor Athene is het patriarchaat van Jeruzalem een `nationale zaak'. Al vele eeuwen is de bescherming van het Heilig Graf in Griekse handen. Tegenstanders spreken van `toeristische exploitatie'. Vooral ook door de donaties en legaten van vrome christenen is het uitermate rijk geworden. Tot zijn onroerend goed behoort het gebouw van het Israëlische parlement (Knesset), de woningen van president en premier, en de Grote Synagoge.

Ook op Cyprus en in Griekenland heeft het patriarchaat uitgebreide bezittingen. In Athene moeten vier theaters huur betalen aan het `Heilig Graf', dat er is vertegenwoordigd door een `exarch'.

Op het Griekse ministerie van Buitenlandse Zaken koestert men de hoop dat de Israëlische autoriteiten voortzetting van het Griekse beheer over de Heilige Plaatsen zullen prefereren boven een Arabisch beheer, hoewel het aantal Grieken in Jeruzalem miniem is geworden. De Arabische orthodoxen, vorige week nog weer bijeen op een conferentie in Amman, oefenen steeds meer druk uit het patriarchaat over te nemen, zoals al eerder is gebeurd met het patriarchaat van Antiochië in Damascus, waar ook het Arabisch als taal is ingevoerd.