Bin jip

Sinds The Isle (2000) in Nederland werd uitgebracht, hebben we hier bijna alle films van de Zuid-Koreaanse regisseur Kim Ki-duk kunnen zien en konden we wennen aan zijn gewoonte om met één been in en met het andere buiten de werkelijkheid te lopen. Zijn esthetiek is dwingend en wordt door sommigen hinderlijk gevonden. Het verwijt van mooifilmerij is vaak aan zijn adres geuit. Het is ook een gevoelig evenwicht, de tegelijk tere en wrede gebeurtenissen die hij oproept en de fenomenale beeldkracht waarmee hij ze vastlegt.

Zo filmt de Koreaan ook in Bin jip en als de stijl je niet hindert, dan is het opnieuw een prachtige film. Hij gaat over een jongen die telkens een paar dagen zijn intrek neemt in een huis waarvan de bewoners een paar dagen niet thuis zijn.

Huis na huis betreedt hij. Alles volgens een zorgvuldig en vast ritueel. Het slot wordt geopend. Het bandje van het antwoordapparaat wordt afgeluisterd. Er wordt gekookt. De planten krijgen water. Er wordt gebaad en dan, liefst vlak voor de rechtmatige bewoners weer thuiskomen, zweeft hij naar buiten. In een van die huizen ontmoet hij een vrouw. Pas in een van de laatste scènes van de film wordt er gesproken. Daarvoor is dat niet nodig.

Regie: Kim Ki-duk. Met: Jae Hee, Lee Seung-yeon, Lee Seung-yun. In: 8 bioscopen.