`Beperk bijstand voor migranten'

Het kabinet wil het beroep beperken dat migranten op de bijstand en andere voorzieningen van sociale zekerheid doen. Dat blijkt uit een brief met voorstellen die staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het kabinet wil vreemdelingen die geen recht meer hebben om in Nederland te verblijven en die daartegen in beroep gaan, niet langer een bijstandsuitkering geven.

Om gemeenten het recht te geven de uitkering te weigeren, moet de Wet werk en bijstand worden aangepast. Overigens is zo'n weigering niet mogelijk voor landen die zijn aangesloten bij de Raad van Europa (de Europese Unie, Turkije, Rusland en landen in de Kaukasus), omdat daar een internationaal verdrag over is gesloten. Nederland wil een voorbehoud maken op dit verdrag.

Het kabinet wil ook de mogelijkheid onderzoeken om migranten pas na enige tijd voor bijstand in aanmerking te laten komen. In Denemarken bestaat al zo'n drempel. Daarnaast wil het kabinet ervoor zorgen dat werkgevers en partners die financieel garant staan voor migranten, hun verplichtingen beter nakomen.

Ook zou het mogelijk moeten worden om een een financiële garantstelling te weigeren van mensen die eerder onbetrouwbaar zijn gebleken. Het kabinet overweegt de periode waarin het verblijfsrecht van een migrant afhankelijk is van de Nederlandse partner, te verlengen van drie naar vijf jaar. Voor `actieve inburgeraars' zou een uitzondering kunnen worden gemaakt.

Tot slot wordt onderzocht of migranten die naar Nederland komen, verplicht kunnen worden zich vooraf bij te verzekeren voor hun toekomstige AOW-uitkering. Migranten moeten dan eerst een bedrag betalen voordat zij naar Nederland mogen komen.

De achtergrond van de voorstellen is de discussie die in de Kamer is gevoerd naar aanleiding van het rapport van de commissie-Blok over de gevolgen voor de sociale zekerheid van de toenemende immigratie in de afgelopen decennia.