`Begrip Jan Modaal kan beter ten grave gedragen worden'

Een model gebaseerd op welvaart en draagkracht vormt een betere basis om de effecten van het fiscale en sociaal-economische beleid door te rekenen dan de koopkrachtplaatjes die gebaseerd zijn op inkomens.

Dit betoogt Steven van Eijck, kortstondig staatssecretaris van belastingen voor de LPF in het eerste kabinet-Balkenende, in een toelichting op zijn proefschrift `Het vermogen te dragen' waarop hij dinsdag aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam is gepromoveerd. Van Eijck heeft een `WD-klassenmodel' (welvaart en draagkracht) ontwikkeld, waarmee hij de bevolking op grond van elf kwalitatieve en kwantitatieve variabelen in zeven `homogene groepen van huishoudens' verdeelt. Met dit WD-model worden volgens Van Eijck koopkrachtplaatjes overbodig. ,,Jan Modaal kan het beste ten grave gedragen worden'', aldus van Eijck.

Het Centraal Planbureau, dat met het Mimos-II-model de koopkrachteffecten van kabinetsbeleid of verkiezingsprogramma's doorrekent, toont weinig belangstelling voor Van Eijcks model. Volgens een zegsman gebruikt het CPB al jaren berekeningen gebaseerd op huishoudens en zijn de CPB-modellen zeker niet aan vervanging toe.

,,Mijn WD-klassenmodel is completer en nauwkeuriger'', houdt Van Eijck niettemin vol. Volgens hem is het beter in staat om veranderingen als gevolg van beleidsmaatregelen inzichtelijk te maken, omdat in de zeven clusters verschillende eigenschappen worden gecombineerd. In het `Jan Modaal-model' van de koopkrachtplaatjes gaat het telkens om één eigenschap waartegen de inkomenseffecten van het beleid worden afgezet.

Van Eijck heeft zijn model getoetst op de herziening van de inkomstenbelastingen in 2001. Op grond van het model kan ook uitgerekend worden wat de effecten zijn van de invoering van een vlaktaks (één tarief voor de inkomstenbelasting) of de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.

Volgens Van Eijck ontkomt het politieke bestel niet aan een fiscale herijking van het eigenwoningbezit. Door de beperkingen op de hypotheekrenteaftrek die sinds 1997 mondjesmaat zijn ingevoerd en de stijging van het eigenwoningforfait groeien deze twee fiscale posten macro-economisch gezien steeds meer naar elkaar toe. Hierdoor wordt het makkelijker om ze tegen elkaar weg te schrappen, meent Van Eijck.