`Archief geeft roman kleur'

Schrijvers waren gisteren in het Nationaal Archief, een rijke bron voor historische romans. Ze werden verrast met een onbekende brief van Gerard Reve.

Drie A4-tjes schreef Gerard van het Reve in 1988 vol in een brief aan toenmalig minister van Cultuur, Elco Brinkman. Vanaf zijn woonadres in Frankrijk reageerde de schrijver op de weigering van de boekenweekcommissie – in 1980! – om zijn korte roman De vierde man als boekenweekgeschenk uit te brengen. Volgens de commissie week de roman te veel af van de eerder ingeleverde synopsis, en zaten er te veel controversiële passages in.

Reve stuurde een pocket-exemplaar van de roman mee, ,,niet uit gierigheid, maar omdat u het door zijn bescheiden formaat in de binnenzak van uw regenjas kunt steken. Gesteld u laat zich in de dienstauto naar de grote stad Groningen rijden, ik noem maar wat, om u aldaar door een vooruitstrevende dansgroep met eieren, tomaten en/of slagroomsoezen te laten bekogelen, dan kunt u tòch op de heenweg de eerste helft, en op de terugweg de tweede helft lezen.''

De brief van 9 maart 1988 dook eind vorig jaar op in het Nationaal Archief in Den Haag tussen de overheidsdocumenten, die het archief altijd na verloop van tijd ontvangt. ,,Reve schreef de brief acht jaar na dato, het zat hem blijkbaar hoog'', zegt archivaris Paul Brood. De brief is een antwoord op een brief van Brinkmans zijde, maar wat daar in heeft gestaan is niet duidelijk. ,,De oud-minister herinnert zich de brief niet'', vertelt Brood, ,,maar hij heeft destijds wel aangegeven dat de brief bewaard moest blijven.''

Dat is dus gebeurd, en nu krijgt de brief een plekje in de nauwe Haagse betonnen ruimtes met tl-buizen en kilometers stellingkast. Schrijvers Nelleke Noordervliet en Arthur Japin gaven er gisteren op de `Dag van de historische roman' rondleidingen aan auteurs en publicisten, en vertelden over de rol van archieven in hun werk. ,,Ik vind het altijd een merkwaardige ervaring om in een depot te staan'', vertelde Noordervliet. ,,In plaats van romantische spinnenwebben en zeemanskisten is er beton.''

Het maakt haar niet minder enthousiast over de `couleur locale' die archiefonderzoek een verhaal kan geven. ,,Je kunt de naam van een schip verzinnen, noem hem De Eendracht en verzin een kapitein Jacob Duim. Leuker is het om een middagje hier rond te kijken en echt bestaande namen te gebruiken.'' Ze liet de notulen van de Constituerende Vergadering uit 1798 zien, de vergadering tijdens de Bataafse Republiek waarin de eerste grondwet werd ontworpen, en de documenten van de Vrede van Munster, uit 1648. Voor haar nieuwste boek Altijd roomboter dook ze in het Utrechtse archief en ontdekte dat haar overgrootmoeder, wier leven Noordervliet in het boek beschrijft, een onwettig zoontje had. ,,De geboorte werd gemeld door een ziekenhuisbode, een archief vertelt meteen zoveel.''

De Britse historicus Mike Dash is al net zo dol op archieven. Voor zijn boek, De ondergang van de Batavia uit 2002, gebruikte hij behalve bronnen uit het Nationaal Archief de gemeentelijke archieven van Haarlem, Amsterdam, Dordrecht en Leeuwarden. Schrijver Thomas Lieske gaf tegengas. Archieven kunnen nuttig zijn voor schrijvers, erkent hij, maar het belangrijkst is overtuigingskracht. Als een schrijver die heeft, kan hij zijn verhaal net zo goed verzinnen.

Voor meer informatie: www.boekenweek.nl. Reve's brief is te lezen op www.nationaalarchief.nl.