Wonen in de levens van andere mensen

Hij verplaatst zich weliswaar op een viriele motor, maar de jongen is meer schim dan man. Onzichtbaar, onhoorbaar en gewichtloos waart hij door de huizen van Seoul, op zijn voetzolen lijkt de rest van zijn lichaamsgewicht niet te drukken. Eerst denken we dat hij reclamefoldertjes rondbrengt. Dan snappen we dat het een truc is om te zien welke huizen leeg zijn en welke bewoond – bin jip betekent `lege huizen' in het Koreaans.

Huis na huis betreedt hij. Alles volgens een zorgvuldig en vast ritueel. Het slot wordt geopend. Het bandje van het antwoordapparaat wordt afgeluisterd. Er wordt gekookt. Er wordt iets gerepareerd. De planten krijgen water. Er wordt gebaad en er worden kleren gewassen en uitgehangen. Foto's worden gemaakt. Dan, liefst vlak voor de rechtmatige bewoners weer thuiskomen, zweeft hij naar buiten.

We volgen hem twee keer, drie keer. Dan is er ineens iemand die hem ziet. Grappig, het is eigenlijk net zo iemand als hijzelf. Iemand die onzichtbaar blijft, onhoorbaar en gewichtloos. Ze heeft wel een blauw oog, dus we mogen veronderstellen dat iemand haar heeft gezien en pijn deed. Daarom zit ze ook verscholen in dit prachtige huis. We herkennen het nog van het eerste beeld: een marmeren vrouwenbeeld achter een net. ZWOESJ! We horen het zwiepen van een balletje en zien het net bollen. We snappen, al zien we het niet in zoveel beelden, dat iemand zijn golfslagen staat te oefenen en daarbij op die vrouwelijke schoonheid mikt.

Tussen de twee schimmen ontspint zich heel kort een zwijgend spel in het huis, zonder dat ze elkaar nog hebben aangekeken. De vrouw rolt vanuit de gang een golfballetje naar de jongen in de kamer en hij rolt het terug. Dan komt de man des huizes binnen, tiert tegen de vrouw en merkt dan pas dat er iemand in zijn huis is. De jongen staat in de tuin te golfen. Als de man hem wil aanvliegen, vuurt de jongen golfbal na golfbal op hem af, tot hij kermend op de grond ligt.

Zo bevrijdt de jongen de vrouw van de man. Op zijn motor rijden ze weg. Vanaf gaan ze samen de huizen langs en zij beweegt zich als vanzelf in zijn rituelen, voegt daar haar eigen elementen aan toe. Onzichtbaar, onhoorbaar en gewichtloos komen de twee nader tot elkaar, niet op zoek naar liefde maar er allang middenin.

Sinds The Isle (2000) in Nederland werd uitgebracht, hebben we hier bijna alle films van de Zuid-Koreaanse regisseur Kim Ki-duk kunnen zien en konden we gewend raken aan zijn gewoonte om met één been in en met het andere buiten de werkelijkheid te lopen. Zijn esthetiek is uiterst dwingend en wordt door sommigen hinderlijk gevonden. Het verwijt van mooifilmerij is meer dan eens aan zijn adres geuit. Het is ook een gevoelig evenwicht, de tegelijk tere en wrede gebeurtenissen die hij oproept en de fenomenale beeldkracht waarmee hij ze vastlegt.

Het is niet anders, ook in Bin jip niet. Zo filmt de Koreaan en als je geen hinder voelt bij die stijl, dan is Bin jip opnieuw een prachtige film. Het bijzonderst is wel dat het moment waarop het reële voor het surreële wordt verruild geen cesuur in de film is. Er is geen Felliniaans moment waarin de werkelijkheid wordt overdonderd door een tot leven gewekte reclamegodin, een man die een ladder naar de vrouwenhemel beklimt of een opgetakelde neushoorn. De overgang ligt in zijn vanzelfsprekendheid veel dichter bij het surrealisme van Buñuel. Met dit verschil, dat als Kim de grens is overgegaan, hij niet meer terugkeert. Het laatste deel van de film speelt zich nadrukkelijk boven de werkelijkheid af. De jongen en de vrouw zijn dan uit hun stille wereld gehaald en in al hun goedheid geconfronteerd met de woede van de wereld, van haar echtgenoot, van een politieman. In die overgang gebruikt Kim voor het eerst dialoog. Niet van vrouw en jongen, maar van de wereld om hen heen. Met woorden beukt die wereld op hun zielsverwantschap in. Het maakt geen verschil. Zij blijven stil.

Dit zal niet voor iedereen een aanbeveling zijn om Bin jip te gaan zien. Toch heeft de zwijgzaamheid nooit de geforceerdheid van mimespelers die het liefst zouden uitschreeuwen wat zij verbeelden. Er is gewoon voor de twee hoofdrolspelers geen enkele reden om uit te spreken wat zij beide al weten. Na afloop van de film realiseren we ons dat de jongen werkelijk geen enkel woord heeft gesproken. De woede heeft woorden nodig, de liefde niet.

Bin jip. Regie: Kim Ki-duk. Met: Jae Hee, Lee Seung-yeon, Lee Seung-yun. In: 8 bioscopen.