Waarom geen proef?

Het had eleganter gekund, gaf algemeen deken Jeroen Brouwer van de Nederlandse orde van advocaten toe. Maar bijna een jaar geleden ging bij de balie toch de kogel door de kerk. De orde nam een verordening aan over een proef met `no cure no pay'. Daarin krijgt de advocaat in bepaalde schadezaken alleen betaald als hij resultaat boekt. De formule is bekend uit de zeesleepvaart. Jan de Hartog wijdde er een klassiek geworden boek aan met de titel Hollands Glorie. In de wereld van het `nobile officium' (edele ambt) van de advocatuur leidt het principe van het prijsgeld voorshands tot weinig heroïek en veel gekrakeel. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en minister Donner (Justitie, CDA) staan lijnrecht tegenover elkaar.

De NMa gooide de knuppel in het hoenderhok met de boodschap dat het vrije spel der economische krachten voorrang heeft, zonder veel oog voor de onmiskenbare bezwaren van `no cure no pay'. Hoe men het keert of wendt, de advocaat krijgt direct financieel belang bij de afloop van een zaak. Dat brengt een scala aan verhoogde risico's mee, variërend van het opschroeven van schadeclaims tot juist een te grote schikkingsbereidheid. Om maar te zwijgen van het bedingen van een exorbitant aandeel van de eventuele opbrengst. Dat risico is niet denkbeeldig, aangezien `no cure no pay' nu juist bedoeld is voor cliënten die geen kant op kunnen.

Dat laatste is tegelijk de rechtvaardiging om het tenminste eens te proberen. De bewerkelijkheid van bepaalde soorten (letsel)schade kan onoverkomelijke financiële barrières opleveren voor de rechtzoekende burger. Minister Donner wil echter zelfs niet horen van een proefneming, ook al gaan daarvoor in het parlement stemmen op. De minister wil daarentegen de proefverordening van de orde van advocaten gewoon verbieden. Wel wil hij een fonds instellen om tegemoet te komen aan de hoge kosten voor deskundigen die met name letselzaken nogal eens meebrengen. De NMa maakt op zijn beurt geen aanstalten af te wijken van het dogma van het vrije ondernemerschap.

Dat zou bijna doen vergeten dat het hier gaat om de professionele standaards van een beroepsgroep met eigen wettelijke bevoegdheden. Men kan de orde van advocaten moeilijk onbesuisd optreden verwijten. Er zijn serieuze aanwijzingen dat de rechtshulp in grote schadezaken een steuntje kan gebruiken. Er is lang over gedelibereerd. Het gaat hier om een proef, geen definitief besluit. De kwestie is in de kring van de advocaten zelf bepaald niet onomstreden, hetgeen de kans op een serieuze evaluatie van de proef vergroot. Als het nodig is kan Donner altijd nog ingrijpen. Of de NMa. De manier waarop deze twee elkaar nu in de haren vliegen getuigt van weinig respect voor de onafhankelijkheid van de advocatuur.