Verborgen gebreken

Het komt regelmatig voor: werknemers die een ziekte verzwijgen uit angst dat ze ontslagen worden. ,,Het is wel erg toevallig als een veelbelovende medewerker alleen nog de lullige klussen te doen krijgt.''

Een ziekte verzwijgen, het komt in de beste kringen voor. Dat bleek toen de voormalige Britse staatssecretaris voor Cultuur, Chris Smith, vorige maand `uit de kast' kwam. Bij Smith werd in 1987 hiv geconstateerd. Daarover had hij, buiten wat intimi, nooit iemand iets gezegd. Ook niet aan Tony Blair, toen deze hem in 1997 een regeringspost aanbod. Smith besloot het stilzwijgen te verbreken in navolging van Nelson Mandela, die onlangs bekendmaakte dat zijn zoon aan aids was gestorven.

Mensen die een ziekte hebben en niet willen dat dit bekend wordt, leiden een dubbelleven. Doktersbezoeken mogen niet opvallen, medicijnen moeten ongemerkt worden ingenomen, vaak moeten ze verstek laten gaan bij borrels, of andere inbreuken op de dagelijkse regelmaat. Ze vrezen de dag van de ontmaskering, want wie ziek is, is bij voorbaat afgeschreven voor promoties. Tenminste, daar is de zieke van overtuigd.

Ook Carly Schuit, onderzoekster bij het marktonderzoeksbureau Synovate, leidde een tijdlang zo'n dubbelleven. In 1982, toen ze nog studeerde, werd bij haar een ongeneeslijke nierziekte geconstateerd en sinds enkele jaren dialyseerde ze viermaal daags door middel van buikspoeling. Bij haar sollicitatie had ze haar ziekte verzwegen. Het dialyseren deed ze eenmaal 's ochtends, tweemaal 's avonds en eenmaal 's nachts. Zolang ze zich maar strikt aan het rooster hield, regelmatig haar medicijnen innam en haar afspraken bij de dokter ruim van tevoren plande, was er niemand die wat merkte.

Maar het dubbelleven ging haar tegenstaan. De behoefte om over haar aandoening met collega's te kunnen praten werd almaar sterker. Bovendien viel het werk haar steeds zwaarder, vaak kwam ze uitgeput thuis. Bij het functioneringsgesprek, na een half jaar, vertelde ze haar baas daarom over haar ziekte; in de huidige vorm kon ze het werk fysiek niet langer aan, misschien was het beter dat ze opstapte. ,,Ze was verbaasd, beledigd bijna'', vertelt Schuit. ,,Waarom kwam ik daar nu pas mee, waarom had ik dat al die tijd voor me gehouden! Ze wilde me helemaal niet kwijt, ze wilde me juist graag houden.'' Haar collega's reageerden net zo. Schuit kreeg een vierdaagse werkweek, met ongemakken ten gevolge van de ziekte hielden haar collega's rekening.

Maar zo gaat het bepaald niet altijd, volgens Olaf Kramer. De 34-jarige notaris weet sinds zijn 26ste dat hij aan een chronische leverziekte lijdt. Van zijn internist kent hij de verhalen van jonge mensen die ook een leveraandoening hadden en daarover wél open kaart speelden bij hun werkgever. En die vervolgens ,,naar een zijspoor'' werden gedirigeerd. ,,Je kunt het niet hardmaken'', zegt Kramer. ,,Maar het is wel erg toevallig als een veelbelovende medewerker alleen nog de lullige klussen te doen krijgt. Het zal niet in alle bedrijven zo gaan, maar ik begrijp het heel goed als mensen hun mond houden.'' De specialisten bij wie hij onder behandeling is geweest, dachten hier heel verschillend over. ,,De ene vond dat ik het niet mocht verzwijgen, de andere raadde me aan om dat vooral wel te doen.''

Kramer deed het laatste. Op de notariskantoren waar hij na zijn studie kwam te werken, besloot hij er het zwijgen toe te doen. Maar gaandeweg werd het lastiger om zijn geheim te bewaren. ,,Ik moest de ziekenhuisbezoekjes heel vroeg plannen en kwam dan wel eens te laat'', vertelt Kramer. En hij moest voorkomen dat een oud-studiegenoot, die stage liep op zijn kantoor, per ongeluk zijn mond voorbijpraatte aan de lunchtafel.

Toen hij bij een nieuw kantoor solliciteerde, gaf Kramer direct openheid van zaken. ,,Ik voelde dat dit keer wél als een verplichting, want op termijn zochten ze een partner. Dan vind ik dat ze er recht op hebben om alle relevante dingen van me weten. En daarbij had ik ook geen zin meer om smoezen te moeten bedenken voor ziekenhuisbezoekjes. `Jullie moeten me nemen zoals ik ben', heb ik ze gezegd. Gelukkig reageerden ze heel positief.'' Kramer werd aangenomen.

Het beeld is gemengd. Sommige werknemers met een verborgen ziekte vinden bij hun werkgever begrip en inschikkelijkheid, anderen worden `beloond' met een rol in de marge of het niet verlengen van hun contract. Spreken of zwijgen, wat is wijsheid?

Over het algemeen: spreken, zegt arbeidspsychologe Anneke Mijnhardt. ,,Je hebt voornamelijk jezelf ermee als je met het geheim blijft rondlopen. Maar als je in een bedrijfscultuur werkt waar mensen zijn ontslagen of op een zijspoor gezet, zou ik wel heel voorzichtig zijn.'' Het hangt volgens haar ook af hoe een werknemer de afgelopen jaren heeft gefunctioneerd. ,,Als je je goed hebt ingezet voor het bedrijf, heb je meestal meer credit. Waarschijnlijk zijn er dan best mogelijkheden om te kunnen krijgen wat je vraagt en toch te blijven werken. Maar balanceer je toch al op het randje, dan kan dit de laatste zet zijn.''

Het hangt helemaal van de kwaal af, zegt Arie Koster, sinds twintig jaar bedrijfsarts en nu werkzaam bij Arbo-dienst Commit. ,,Sommige mensen zeggen: met mijn ziekte heeft niemand op mijn werk iets te maken. En zolang het goed gaat, is er geen enkele reden waarom je dat zou moeten vertellen. Het wordt lastiger als je erdoor in de problemen komt: omdat je eerder weg moet, of tijdens een vergadering vaak naar de wc gaat. Dat gaat opvallen, en dan kan het verstandig zijn om het te zeggen.''

Hoe beperk je de risico's van zo'n mededeling? Een kopje koffie drinken met de personeelschef en maar hopen op een begripvolle reactie? Dat kan, maar Koster adviseert om eerst een afspraak te maken met een bedrijfsarts. Elk bedrijf in Nederland is klant bij een Arbo-dienst en werknemers kunnen daar in vertrouwen praten met een bedrijfsarts. De kosten hiervoor worden vergoed door de werkgever, maar die komt de naam van de werknemer niet te weten. Deze bescherming van de werknemer is wettelijk vastgelegd.

Koster gaat heel doelgericht te werk tijdens zo'n gesprek. ,,De vraag is: hoe ervaart de werknemer zijn ziekte op het werk, en hoe zou hij zijn werk anders willen inrichten zonder minder te presteren? Je zoekt een oplossing voor het probleem en daarmee ga je naar je werkgever toe, samen met je bedrijfsarts.'' Als dit traject gevolgd wordt, wil de baas ,,in negen van de tien gevallen best meebewegen'', is Kosters ervaring. ,,Zolang je maar met een concreet voorstel komt op welke manier je het werk wél wilt doen.''

Wat hebben de bedrijven die niet `meebewegen' gemeen? ,,Bedrijven met een botte cultuur'', antwoordt Koster. ,,Als je het niet aankan, dan donder je maar op, die mentaliteit. O ja hoor, die bestaan.''

Arbeidspsychologe Anneke Mijnhardt onderscheidt nog een andere categorie: bedrijven met een uitgesproken `winnaarscultuur'. ,,Het zijn de bedrijven die grenzeloos gedrag belonen, zoals afspraken 's avonds en bereikbaar zijn tijdens vakanties. Grenzen tussen privé en zakelijk accepteren ze moeilijk. Dan wordt het niet gemakkelijk om je grens aan te geven, wanneer je moe of ziek bent, of als je je niet lekker voelt of omdat er iets speelt in je privé-leven.''

Een paar jaar geleden portretteerde het VPRO-programma De Nieuwe Wereld een bedrijf met zo'n `winnaarscultuur'. De cameraploeg filmde een motivatiebijeenkomst van het telecombedrijf T-Mobile. In een congreshal stonden honderden werknemers in pak of mantelpak verzameld voor een groot beeldscherm waarop beelden van de wielerploeg van T-Mobile te zien waren, in actie tijdens de Tour de France. Opgezweept door een `motivator' op het podium en luide technomuziek scandeerden de T-Mobilers, de armen in de lucht geheven, een overwinningskreet. Het werk als topsport, de stijgende lijn van het bedrijfsresultaat als de dwarsdoorsnede van de Alpe d'Huez.

Hoe gaat T-Mobile om met werknemers die, om in wielertermen te blijven, door ziekte `een tandje lager moeten schakelen'? Directeur personeelszaken Hans van der Hoeven predikt in de eerste plaats openheid. ,,Een werknemer hoeft het niet te zeggen, maar als hij minder goed functioneert is het wel goed als we dat weten. Dan houden we er rekening mee dat het disfunctioneren door psychische of lichamelijke problemen wordt veroorzaakt. Vaak weten we het ook wel, als iemand duidelijk de kenmerken van een ziektebeeld vertoont.'' Van der Hoeven zegt diverse voorbeelden te hebben van werknemers die succesvol reïntegreren. ,,Zo was er pas een vrouw die door psychische klachten niet langer in een stressvolle omgeving kon werken. Ze kreeg ook lichamelijke klachten. Voor haar hebben we minder belastend werk gevonden. Omdat we een groot bedrijf zijn, lukt dat meestal wel.'' Maar soms mislukt de reïntegratie, erkent Van der Hoeven. ,,Dan begeleiden we de medewerker naar passend werk elders.''

Bedrijven die een zieke werknemer mét vast contract het liefst zo snel mogelijk kwijt zijn, proberen werknemers er volgens Koster eerst van te overtuigen dat het beter is als ze vrijwillig opstappen. ,,Heeft dat geen effect, dan vragen ze ontslag aan bij de kantonrechter wegens `verstoorde arbeidsverhoudingen'. Maar daar halen ze nog wel eens bakzeil. Op zijn minst moeten ze dan een flinke ontslagvergoeding betalen.'' Zo'n zak met geld is leuk, maar Koster vindt het de prijs die betaald wordt in de vorm van ,,een juridische loopgravenoorlog'' niet waard. Hij adviseert om bij een patstelling een bemiddelaar te zoeken. ,,De werkgever kan zijn verplichtingen nakomen door te investeren in de omscholing van de werknemer, zodat die een baan kan zoeken die beter te combineren is met zijn ziekte.''

Carly Schuit en Olaf Kramer vonden begrip. Zij werkt bij het Hans Mak Instituut, dat de kwaliteit van de nierzorg bewaakt, hij loopt met een ,,bom- en bomvolle agenda'' van de ene afspraak naar de andere. Maar helemaal gerust is Kramer nooit. ,,Nu gaat het goed, maar accepteren ze het ook als ik echt iets mankeer? Ik blijf een beetje wantrouwend.''