Taiwan onder schot

Het blijft een problematische relatie die China en Taiwan met elkaar hebben. De stekeligheden over en weer naar aanleiding van een nieuw wetsvoorstel waarmee Peking formele afscheiding van Taiwan met militaire middelen kan voorkomen, leggen een oud en nimmer opgelost conflict weer eens genadeloos bloot. Taiwan zegt dat met de nieuwe wet, waarvan de details vooralsnog ontbreken, de status quo tussen beide landen wordt doorbroken. Gevolg: oude spanningen laaien op. Omdat het hier om een geopolitiek conflict van de eerste orde gaat, waarbij principes en het grote geld om voorrang strijden, bemoeien ook anderen zich ermee: de Verenigde Staten, de Europese Unie en afzonderlijke lidstaten, landen in de regio.

De vraag is of de Volksrepubliek China met de wet een nieuw hoofdstuk voor Taiwan heeft opgeslagen, een doctrine die afwijkt van de tot heden gehanteerde. Daar ziet het voorlopig niet echt naar uit. Wel heeft Peking een duidelijk signaal aan Taiwan èn aan de wereldgemeenschap gegeven. China voert de druk op. Unificatie zal eens worden afgedwongen – als het moet kwaadschiks. Het geduld van het grote `moederland' begint op te raken. Dreiging van een militair ingrijpen was er de laatste vijftig jaar altijd al, maar met de nieuwe wet wordt deze alleen maar groter. De impasse van meer dan een halve eeuw wordt er niet mee doorbroken, integendeel

China en Taiwan leven sinds 1949, toen het Chinese vasteland in handen van de communisten kwam, in onmin met elkaar. Peking beschouwt Taiwan als een afvallige provincie die zich op termijn weer bij het moederland dient te voegen. Deze `hereniging' – het woord alleen al is een principiële aanduiding – gaat echter voorbij aan de gecreëerde feiten van de afgelopen decennia. Taiwan is uiteraard veel meer dan een `afvallige provincie'; het is een min of meer democratisch land met een eigen politieke en economische structuur, een eigen cultuur en een eigen geschiedenis. `Hereniging' naar Chinees model zou neerkomen op een inlijving zoals de Volksrepubliek die ook hanteerde voor Hongkong, dat eind vorige eeuw volgens afspraak met de Britten tot speciaal administratief gebied werd verklaard. Het punt is alleen dat de Taiwanese bevolking dit helemaal niet wenst. Ze zou er haar onafhankelijkheid door verliezen, en wat ze ervoor terugkrijgt is nog maar afwachten. De ervaringen met Hongkong zijn niet bepaald hoopgevend.

Hoe graag Peking het ook zou willen, de kwestie-Taiwan is geen binnenlandse politiek. Het is uitgegroeid tot een veiligheidsvraagstuk voor de hele regio. De Verenigde Staten hebben Taiwan van een moderne krijgsmacht voorzien. China heeft zijn leger, marine en luchtmacht de afgelopen jaren ook sterk gemoderniseerd en houdt letterlijk het afvallige eiland onder schot. De Europese Unie wil graag nòg meer zaken met China doen, dat in ruil voor orders opheffing van het wapenembargo bepleit dat sinds 1989 van kracht is. In het licht van de toenemende spanningen tussen beide landen is het beter met opheffing van het embargo te wachten en aan te dringen op een dialoog die de realiteit van de eilandstaat als uitgangspunt neemt.