Revolutie in de Bomenwijk

De huurwoningen in de Bomenwijk in Delft moeten wijken voor luxueuze koopappartementen. Maar dat pikken de bewoners niet: `Eerst de euro en nu de Bomenwijk plat. NEE, NOOIT!'

Zegt de directeur van de woningbouwcorporatie tegen ons: ,,Ik moet drie koopwoningen bouwen om één sociale huurwoning te kunnen bekostigen.'' ,,Oh'', repliceert Fred B. van de bewonerswerkgroep, ,,waarom sloopt u er dan zoveel?'' De woningbouwcorporatie wil onze goedkope huurwoningen weg hebben. ,,U sloopt niet alleen steen, u sloopt ook menselijke verhoudingen, we raken onze buurtjes kwijt'', zeg ik. Hij kijkt onaangedaan. In zaken is emotie geen argument.

Een paar straten verderop ligt een lelijk veld braak. Het ligt er al twee jaar. Op een hoek van het grasveld is een groot bord opgericht met een artist impression van de nieuwe bebouwing: `De Smaragd. Luxe appartementen. Nu in de verkoop!' Waar zijn de mensen gebleven die hier in goedkope duplexwoningen zaten?

Crooswijk Rotterdam is goedgekeurd door de gemeenteraad. Daar wordt de armoede al weggesloopt, tweeduizend goedkope huurwoningen weg. Bij ons in Delft is het nog niet zover. Wij van de Bomenwijk leveren nog strijd.

Ik ben er vreselijk verkouden van geworden. Otto Lopes Cardozo stond onverwachts aan de deur. Hoe kon ik weten dat hij zo breedsprakig was? ,,We moeten iets doen!'' begon hij. Terwijl hij sprak over actie en saamhorigheid van de wijk en maar niet ophield met praten voelde ik de winterse kou in mijn botten kruipen. Hij had een hele dikke jas aan, maar ik stond in mijn overhemd. En hij stond niet alleen. Mijn buurvrouw was naar buiten gekomen, en mijn andere buurvrouw stond er ook. Zomaar naar binnen gaan was niet mogelijk zonder hen voor het hoofd te stoten. Bovendien was ik lid van de bewonerswerkgroep. Dat schept verplichtingen.

,,We laten ons niet wegjagen, buurman'', zei Maaike, ,,we blijven hier zitten tot ze onze huisjes slopen.'' Maaike had een groot stuk papier in haar handen met koeienletters. ,,Dat moet jij aan je deur hangen, buurman, want we pikken het niet.''

Ik las de strijdkreten: `Eerst de euro en nu de Bomenwijk plat. NEE, NOOIT! Mensen denk na. Economie slecht, huursubsidie kalft af. Nee, nee, en nog eens nee!'

,,We gaan handtekeningen verzamelen!'' riep ze. ,,Ja'', zei Otto, ,,goed plan, want als 70 procent van de bewoners tegen is gaat het hele feest niet door.''

,,Waar moeten we heen?'' riep mijn andere buurvrouw. ,,Al die andere goedkope wijken worden immers ook gesloopt? Ik kan van mijn inkomen van 700 euro toch niet de helft aan huur gaan betalen?''

Op de plek van mijn duplexhuisje is een riante eengezinswoning gepland, drie verdiepingen, met inpandige garage, of wij maar even willen opdonderen, want de corporatie is projectontwikkelaar geworden, en mijn goedkope huisje staat op een toplocatie. Aan de voorkant ligt het centrum van de stad op loopafstand, en achter me strekt zich een landschapspark uit tot aan Zoetermeer. ,,We moeten aan de toekomst denken'', roept de directeur van de corporatie, ,,nu slopen is investeren in de toekomst.'' Ja, maar het is niet mijn toekomst. Hij wil glimlachend yuppen verwelkomen, die in hun dikke SUV's de inpandige garage komen inspecteren.

Nu ben ik ziek, ik stond te lang in mijn overhemd in de koude buitenlucht voor de goede zaak, en Otto was nog lang niet uitgesproken. Er hing een revolutie in de lucht. De buurvrouwen gingen de barricaden op. Onder die omstandigheden is het niet verstandig over je gezondheid te beginnen. Daden werden van mij verwacht. En wel meteen.

,,We gaan de hele wijk mobiliseren'', riep Otto, ,,ik wil mezelf geen mister Bomenwijk noemen, maar ik ga ervoor, ik zet me er 100 procent, wat zeg ik, 1.000 procent voor in. Ik heb nu al reacties van mensen die zich grote zorgen maken over hun bejaarde ouders. Als je iemand van 80 gedwongen gaat verhuizen, wordt dat zijn dood.'' En anders de mijne wel, dacht ik bibberend van de kou. ,,Ik open een actietelefoon'', riep Otto, ,,we gaan niet lijdzaam wachten tot de sloophamer valt.''

,,We moeten contact leggen met de politiek'', zei ik zwakjes. Otto wachtte tot ik was uitgesproken. ,,Want samen'', zei hij, ,,moeten we het tegen kunnen houden, we gaan ervoor vechten, en als ik de geluiden uit de wijk beluister, staat iedereen als één man achter me. Alleen kan ik het niet, jij kan het ook niet alleen, en de buurvrouw ook niet. Maar als we het samen met elkaar eens zijn, ja dan kunnen we iets.''

Mijn benedenbuurvrouw knikte instemmend, ze heeft een chronische ziekte. ,,Vanaf nu'', riep ze strijdlustig, ,,is het slapen, maar als ik wakker ben, is het alleen nog Bomenwijk, en ik ben een taaie.'' ,,Goed zo'', riep Otto, ,,ik hoop dat ik meer mensen zo strijdlustig krijg als jij.''

Hoestend en snotterend schrijf ik daarom dit revolutie manifest. Aux armes, citoyens! Ontwaakt! Verworpenen der aarde. Formez vos bataillons!