Op jacht naar een beul in Cambodja

Een vrouw vertelt. Ze heeft een man gezien die aan zijn voeten was opgehangen en werd gevild. Zijn hart, zag ze, klopte nog. Tak tak tak. Ze heeft ook, horen we later, gezien hoe van andere dode gevangenen de lever werd uitgesneden en gekookt, waarna de soep door hun moordenaars werd opgedronken. De leider van deze beulsknechten heette Karoby. Hij leeft nog. En hij moet gestraft.

Dat is het uitgangspunt van de documentaire Deacon of Death van de Nederlanders Jan van den Berg en Willem van de Put, die zij de ondertitel `Op zoek naar recht in hedendaags Cambodja' meegaven. De titels worden aan het begin van de film afgerold over het gelaat van een oudere man die in de vlammen tuurt. Dat is 'm dus. En twee vrouwen gaan hem opzoeken. De een durft niet, die is bang, de ander zet door.

Wat volgt is een uur lang behoedzame benadering van meneer Karoby, en intussen krijgen we bijna terloops het verhaal van de terreur van de Rode Khmer in de vroege jaren zeventig te horen. De terreur die zich vooral tegen intellectuelen richtte en een bloedspoor door het land trok. Elk district had zijn meneer Karoby en elk district zijn tot gevangenis en martelkamp omgebouwde school of pakhuis. In 2003 werd op het IDFA S21 vertoond, een documentaire van de Cambodjaan Rithy Panh, die twee overlevenden terugbracht naar hun kamp. Zelfde provisorisch gemetselde celletjes, zelfde martelverhalen. Dit land is nu druk zijn verleden aan het bewältigen.

Daarbij speelt de boeddhistische cultuur een doorslaggevende rol, althans, zo lijkt het in de documentaire van Van den Berg en Van de Put. Wat blijkt namelijk? Karoby kweekt tegenwoordig heilzame kruiden en speelt bij alle begrafenissen in het dorp een rol in het ritueel. Als de ene vrouw hem vindt, is hij juist bezig het huwelijk van zijn zoon voor te bereiden. Zij confronteert hem met het verleden, hij erkent dat hij voor de Rode Khmer vocht. Alleen zegt hij: `Als ik werkelijk had gedaan wat u zegt, had ik nu niet meer geleefd.' Na de verjaging van Pol Pots regime in 1975 is het bijltjesdag geweest in Cambodja.

De vrouw begint te twijfelen, zeker als ze aanwezig is op de huwelijksplechtigheid en ziet dat tussen bruid en bruidegom sprake is van echte liefde. De tweede vrouw wordt er ook bijgehaald. Zij confronteert Karoby nog harder, in het bijzijn van een boeddhistische monnik. Karoby geeft nauwelijks een krimp. Ja, het kan zijn dat er levers werden gekookt en opgegeten, want de jonge Khmer-strijders waren geen lieverdjes, maar híj wist daar niks van. Of de vrouw zo tevreden is, vraagt de monnik. Onwillig zegt ze ja. Goed, concludeert de monnik dan. Karoby heeft zijn leven gebeterd door een belangrijke rol te spelen bij ceremoniële gebeurtenissen, dus volgens de leer van Boeddha is hij nu een goed mens. Het is een benijdenswaardig ruimhartige conclusie. Niet alle slachtoffers zijn het ermee eens, misschien, maar zoals Karoby zegt: ,,Het wiel der geschiedenis draait en wie zijn voet tussen de spaken durft te steken, wordt erdoor verpletterd.''

Deacon of Death kreeg in 2004 het gouden kalf voor beste documentaire op het Nederlands filmfestival. Trefwoorden in het juryrapport waren destijds `aangrijpend', `respectvol' en `overtuigend'. Dat is een eerbetoon dat zowel de makers als de zoekende vrouwen verdienen.

Deacon of Death. Regie: Jan van den Berg en Willem van de Put. In: 18 bioscopen