Na zes jaar plotseling haast in Italië

ABN Amro zoekt groei in Italië. Maar de Italiaanse bank waar ABN Amro een belang in heeft, wil gewoon Italiaans blijven. Daardoor dreigt een kostbaar overnamegevecht.

De tijd dringt. Na zes jaar aanwezigheid dreigt ABN Amro in tijdnood te komen. Volgens Italiaanse experts heeft de bank nog slechts een week om te beslissen of het een bod wil doen op Antonveneta, de zevende bank van Italië die momenteel voor 12,7 procent in handen is van de Nederlanders. Slechts een week, omdat anders de goedkeuringsprocedures niet zijn afgerond vóór de aandeelhoudersvergadering van Antonveneta in mei.

De beslissing zal ABN-topman Rijkman Groenink niet makkelijk afgaan. De bank moet groeien en Italië biedt perspectieven. Aan de andere kant is een overname duur en kan een bod uitlopen op een gevecht met de president van de Italiaanse centrale bank, Antonio Fazio. Groenink sprak gisteren in Rome met de machtigste monetaire bestuurder van het land. Fazio houdt vooralsnog vast aan zijn beleid dat een buitenlands bedrijf niet meer dan 15 procent van een lokale bank mag bezitten.

Groenink klonk strijdbaar na het gesprek met Fazio. ,,We zijn verplicht om onze investeringen te beschermen. Er zijn geen redenen meer om ons niet te verdedigen'', zo citeerde de Italiaanse krant La Repubblica de topman gisteren.

Groeninks' tijdgebrek is zo urgent omdat een andere Italiaanse bank, Banca Popolare di Lodi, heeft aangegeven Antonveneta te willen kopen. Die Banca Popolare heeft officieel een belang van 2,6 procent in de rivaal, maar volgens bronnen zou het via via al 30 procent hebben vergaard. Jaren van geleidelijk investeren door ABN Amro worden hierdoor in gevaar gebracht.

Italië lijkt een perfecte markt voor ABN Amro, dat naarstig zoekt naar groei en een vierde thuismarkt. De drie huidige regio's waar ABN een sterke positie heeft – Nederland, Brazilië en het Midden-Westen van de VS – zijn óf volwassen markten óf markten waar overnames kostbaar zijn. Groenink zei vorige maand dat de bank kijkt naar opkomende markten als India en China, maar daar wordt snelle uitbreiding gehinderd door overheidsregulering.

In Italië zijn financiële instellingen relatief klein en bovendien talrijk. Waren het er tien jaar geleden nog duizenden, nu zijn er nog altijd 740 banken in Italië en de consolidatie is nog in volle gang. Aan de andere kant zijn er obstakels, zoals de centrale bank. Fazio werd onlangs op de vingers getikt door Brussel, maar hij heeft zijn beleid nog niet gewijzigd.

Italië – waar ABN Amro ook een belang heeft van 9 procent in Capitalia, het voormalige Banca di Roma – biedt ook mogelijkheden voor groei via reorganisaties. De banken hebben in vergelijking met andere EU-landen veel personeel waardoor de kosten hoog zijn. Verder is de samenwerking gebrekkig. Automatisch overboeken is pas sinds kort in zwang en internetbankieren staat in de kinderschoenen.

Er zijn diverse scenario's mogelijk. ABN Amro kan een bod doen, maar doet dat liever niet om de relaties goed te houden. Probleem is dat het aandeel Antonveneta het afgelopen half jaar met 30 procent is gestegen waardoor de marktwaarde van de bank zo'n 6,5 miljard euro bedraagt. Volgens analisten moet een bod boven de 7 miljard euro liggen om aandeelhouders tot verkoop te verleiden. Het is de vraag of zo'n investering snel kan worden terugverdiend.

Fazio zou er gisteren bij Groenink op hebben aangedrongen om een vergelijk te zoeken met de Banca Popolare di Lodi. Volgens de Italiaanse media zou de ABN-topman direct na het bezoek aan Fazio zijn doorgevlogen naar Milaan om daar president Gianpiero Fiorani van die bank te ontmoeten. Wat dat gesprek heeft opgeleverd is onduidelijk. Bekend is dat beide partijen tijdens een eerder gesprek in januari niet tot elkaar zijn gekomen en dat de sfeer kil is. ABN Amro heeft weinig behoefte aan een samenwerking met de Banca Popolare, omdat moeilijk te voorzien valt waartoe dat zal leiden. Sinds geruime tijd circuleert ook de optie van een eventuele fusie tussen Antonveneta en Capitalia. Bij zo'n fusie zou ABN een belang van 15 procent kunnen opbouwen en groeien.

Mocht ABN Amro er op wat voor wijze ook in slagen een Italiaanse bank over te nemen, dan nog blijft het een klus om deze overname renderend te maken. Het land kampt met een overmaat aan regels en een juridisch systeem dat zo traag draait dat vele zaken verjaren. Of zoals een Nederlander in het Italiaanse bankwezen stelt: ,,In Italië is het altijd de vraag of je als buitenlander niet bij voorbaat met 1-0 achterstaat.''