Een fataal dutje op de snelweg

Naar schatting 20.000 Nederlanders lijden aan een beroepsziekte. Hoe gaan zij daar mee om? Vandaag Jacques Cerfontaine (57), vrachtwagenchauffeur.

,,Ik was altijd een sociaal mens, had veel lol, hield van feestjes. Gaandeweg veranderde dat. Ik schoot vaker uit mijn slof, sliep veel, had geregeld hoofdpijn. Je wordt wat ouder, denk je dan.

Het ging pas echt mis toen we met de buren gingen bowlen, ruim drie jaar geleden. Op de bowlingbaan wist ik op een gegeven moment niet meer waar ik was. Niets drong tot me door en ik herkende de buurman niet meer. Toen zei mijn vrouw: jij gaat naar de huisarts. Die constateerde dat ik depressief was en een burn-out had. Ik heb de huisarts uitgelachen. Ik? Een burn-out? Dat kan niet. Ik moet wat anders hebben. Maar ik had niets anders.

Ik had roofbouw gepleegd op mijn lichaam. Jarenlang. Vanaf mijn negentiende was ik al vrachtwagenchauffeur en ik deed altijd alleen dagritten, dus vooral ritten binnen Nederland. Maar toen het bedrijf waar ik werkte werd overgenomen, ging ik ook internationale ritten rijden. Mijn nieuwe baas zei dat hij niemand voor een internationale tocht had en dus deed ik dat, want het is toch je nieuwe baas. Maar het bleef niet bij die ene keer. Ik zei nog dat de afspraak was dat ik alleen dagritten zou doen. Maar daar gaf hij niets om. Dat ik toch ben gebleven, had te maken met het feit dat het werk in Maastricht niet voor het oprapen ligt. En de baas was wél betrouwbaar als het om betalen ging.

Ik was dagen van huis weg en miste het contact met collega's. De druk op mij nam toe, want het was zwaar werk. Mijn ogen vielen weleens dicht, dat heeft iedere chauffeur. Maar op het laatst kon ik ze haast niet meer openhouden. Dan moest ik een parkeerplek opzoeken om een halfuurtje te slapen. Toen ik in Duitsland reed, in augustus 2001, was ik ook van plan mijn wagen even aan de kant te zetten. Maar op het moment dat ik de parkeerplaats op had moeten rijden, dutte ik weer even in. Een paar kilometer verder kreeg ik een ongeluk. Ik weet nog dat ik wakker schrok en de vrachtwagen voor me op me af zag komen. In een reflex gooide ik het stuur naar links. De vrachtwagen voor me schoof zo rechts van me de cabine in. Bovendien had ik een personenauto aangereden, die op de linkerbaan reed. Van de auto was weinig over, maar gelukkig had die vrouw niets.

Toen ik daarna mijn baas opbelde om te vertellen wat er was gebeurd, zei hij dat ik die middag alsnog naar de klant in Frankfurt kon om de vracht af te leveren. Dat heb ik niet gedaan, dat vond ik een beetje te gek. Maar ik ben na dat ongeluk gewoon blijven werken. Tot aan de kerst dus, toen ik onwel werd op de bowlingbaan. Op 2 januari, na de diagnose van de huisarts, heb ik me ziek gemeld.

Vanaf dat moment is het circus gaan draaien. De baas accepteerde het niet. Aanstellerij, die burn-out. Je kan wel zeggen dat ik in dat eerste ziektejaar nog dieper in de put ben geraakt. De Arbo-arts stuurde me na vier weken al weer terug, om veertig uur te gaan werken, maar dat kon ik helemaal niet aan. Ik heb ook nog even drie dagen in de week gewerkt, maar de Arbo-arts, die naar de pijpen van de werkgever danste, voerde de druk weer op. Mijn baas ging minder ziektegeld betalen – iets waar ik ook nog eens tegen in verweer moest komen. Er lopen nu twee processen, tegen mijn ex-baas en tegen de Arbo-arts.

Inmiddels zit ik ruim drie jaar thuis. En ben ik in therapie. De ergste depressie is over, maar ik ben nog steeds vaak moe en heb last van hoofdpijn. Ik kan de woonkamer stofzuigen en de gang dweilen, maar daarna lig ik de rest van de dag op de bank. Mijn vrouw en ik komen haast nergens meer. Ook voor haar is dat moeilijk: ze leeft nu met een hele andere man dan degene met wie ze ooit trouwde.''

Dit is een serie over beroepsziekten. Volgende week: dermatitis als gevolg van het werken met chemicaliën.