De rebel met de uitgestrekte hand

Het werd zo langzamerhand een vermoeiende `good cop, bad cop' routine. Telkens als de radicale krijgsheer Sjamil Basajev ergens een bloedbad aanrichtte, nam rebellenleider Aslan Maschadov daar afstand van. Tsjetsjenen vechten niet tegen vrouwen en kinderen, zei hij dan, maar het brute Russische optreden maakte terrorisme onvermijdelijk.

Afgelopen september bood Maschadov zelfs aan om `zonder voorwaarden vooraf' naar Beslan te reizen om daar honderden gegijzelde schoolkinderen te bevrijden. Uiteraard wist hij dat Moskou hem nooit op deze manier zou legitimeren, want in Russische ogen was hij zelf een terrorist. Er stond een prijs van tien miljoen dollar op zijn hoofd.

Is Sjamil Basajev de vuist van de Tsjetsjeense rebellen, dan was Aslan Maschadov (53) de uitgestrekte hand. Nu hij gesneuveld is, is president Vladimir Poetin in zekere zin verlost van zijn gevaarlijkste opponent. Poetin noemde zijn inval in Tsjetsjenië in 1999 bewust een `anti-terroristische operatie': met terroristen valt niet te onderhandelen. Nu is er echt niemand over met de wil en het gezag om over vrede te praten.

Voor velen was Maschadov nog altijd een gesprekspartner, hoewel die status onder toenemende druk stond. Zeker na `Beslan' volstond het niet langer om verbaal afstand te nemen van terrorisme, maar wel met terrorist Basajev samen te werken. Maschadov besefte dat: vorige maand stelde hij voor Basajev na een vredesakkoord aan een internationaal tribunaal over te dragen. Alsof hij daartoe in staat was – militair had Basajev hem allang overvleugeld.

Aslan Maschadov werd geboren in 1951 in het dorp Sjakai in de steppe van Kazachstan, waar zijn ouders woonden sinds Stalin in 1944 het complete Tsjetsjeense volk deporteerde. Na de dood van Stalin keerden zijn ouders terug naar Tsjetsjenië. Maschadov nam dienst in het Rode Leger en klom snel op tot kolonel van de artillerie. Hij gold als getalenteerd, een trots en gereserveerd man die zich verre hield van de drankgelagen van zijn collega-officieren.

Zijn militaire talent bewees hij na 1991, toen hij chefstaf van de artillerie in Litouwen was. Tsjetsjenië riep in dat jaar de onafhankelijkheid uit, Maschadov zwaaide af en bood de nieuwe Tsjetsjeense leider, luchtmachtgeneraal Doedajev, zijn diensten aan. Hij onderscheidde zich daarna in schermutselingen met door Russische troepen gesteunde tegenstanders van Doedajev.

Toen Russische tankkolonnes in december 1994 een roekeloze inval in Grozny deden, lokte hij ze in de val en decimeerde ze. Hij verdedigde het presidentiële paleis, maar week toen de Russen Grozny tot puin bombardeerden. Daarop had Maschadov gerekend: in het zuidelijke hooggebergte stonden commandobunkers en wapendepots klaar voor een langdurige guerrilla-oorlog. De `Afghaanse variant', zoals Maschadov het noemde.

Maschadov gold toen al als de seculiere, nationalistische component van de opstand. In 1995 openbaarde zich voor het eerst de kloof met radicale islamitische krijgsheren, die soms raids tot diep in Rusland organiseerden, waarbij honderden burgers omkwamen. Maschadov nam daar afstand van.

In augustus 1996 bestormden zijn troepen onverwachts Grozny en sloten ze de Russen op in hun garizoenen. Een vermoeide president Jeltsin stuurde zijn populaire generaal Lebed naar Maschadov om de impopulaire oorlog te beëindigen. De twee beroepsmilitairen begrepen elkaar en sloten een akkoord over een Russische terugtocht: over de status van Tsjetsjenië zou pas na vijf jaar worden besloten.

In 1997 koos Tsjetsjenië, de facto onafhankelijk, Aslan Maschadov met 63 procent van de stemmen tot president. Hij was toen de vredeskandidaat en een welkome gast in het Kremlin. Als president stelde hij teleur. Hij kreeg geen greep op de radicalen, die in Tsjetsjenië het islamitisch recht invoerden en streefden naar een kalifaat voor de hele Kaukasus. Maschadov schipperde: soms onthief hij radicalen van hun regeringsposten, dan deed hij weer concessies. Tsjetsjenië werd onder zijn bewind een zwart gat van wetteloosheid en georganiseerde misdaad.

Toen Tsjetsjeense jihadstrijders in augustus 1999 tegen zijn wil de buurrepubliek Dagestan binnenvielen, werd een tweede Russische invasie onvermijdelijk. Maschadov vocht terug, maar kon niet langer rekenen op onverdeelde steun van zijn volk. De Russen kregen geen greep op Tsjetsjenië, Maschadov was niet in staat tot tegenoffensieven. Resultaat was een uitputtingsslag van zuiveringen, hinderlagen en terreuraanslagen.

Het is de vraag of Maschadov bij zijn dood nog veel invloed had. In zijn laatste interview stelde hij dat alle rebellen hem gehoorzaamden, maar dat gold waarschijnlijk alleen voor zijn eigen militie. Krijgsheren als Basajev beseften wel dat zij politiek niets konden bereiken, dus handhaafden ook zij de fictie dat Maschadov hun opperbevelhebber was. Die deed van zijn kant concessies aan de radicale islam. Op zijn uniform maakte de wolf, het nationale symbool van Tsjetsjenië, plaats voor koranspreuken.

Maschadov bleef zijn hand uitstrekken. Zijn laatste initiatief was een eenzijdig bestand, begin vorige maand. Mogelijk was dat ook afgedwongen door de verdwijning van acht familieleden, die waarschijnlijk in handen zijn van pro-Russische Tsjetsjenen. In zijn laatste interview stelde Maschadov dat ,,een eerlijk gesprek van dertig minuten'' met Poetin voldoende was om de oorlog te beëindigen.

Geloofde hij dat nog werkelijk? Wellicht was Aslan Maschadov in zijn hart nog steeds de trotse sovjetofficier en Tsjetsjeense nationalist, die zijn autobiografie Eer is waardevoller dan het leven noemde. Misschien was hij, verbitterd door zijn isolement van het Westen, inmiddels half bekeerd tot de jihad. Ook in dat laatste geval had hij een matigende invloed. Met zijn dood is er geen weerwoord meer voor apocalyptische jihadstrijders als Sjamil Basajev.