Sigaar

Sport heet een metafoor van het leven te zijn. Als sport een metafoor van het leven is, wat is sportverslaggeving dan? Een verslag van een metafoor van het leven, of is sportverslaggeving zelf een metafoor?

Als professioneel wielrenner dook ik eens in een Zwitsers ravijn. Een merkwaardige ervaring. Eerst heb je grond onder je voeten, daarna lucht. De zwaartekracht doet de rest. Toen de groggy toestand plaats maakte voor de toestand die in de volksmond wordt aangeduid als `bij positieven' kon ik moeilijk staande houden dat de pijn me als metafoor voorkwam.

De tuimeling achtervolgde me een jaar of drie. Ik was mijn niveau kwijt. Het was een voortreffelijke metafoor van het noodlot, maar ik voelde het wel in mijn portemonnee. Die rare bezigheid die sport genoemd wordt heb ik nimmer als metafoor ervaren. Sterker nog, het was een kwestie van leven en dood.

Ik ben een groot liefhebber van de analyses van Henk Gemser. Bij Henk kan er pas een lachje af wanneer Mart hem met een verbale koevoet openbreekt. Henk is ernstig en humorloos. Hij lijdt en juicht even oprecht als de schaatsjongens en schaatsmeiden op het ijs. De rillingen over de rug van Henk zijn groots. Ik voel ze op de mijne. Wanneer Henk Gemser zegt dat die en die fantastisch ,,in gesprek is met het ijs'', dan is dat niet metaforisch bedoeld. Ik ken niemand anders die zo onder de huid van de sportman kan kruipen. De psyche van de sporter is bij Henk in goede handen.

Het zou me niet verbazen als Henk Gemser, net als ik, een aanhanger is van het meesterwerk Mysterieuze krachten in de sport. Het boek, geschreven door de sportjournalist Joris van den Bergh, verscheen in 1941. Afgaande op eigen intuïtie dichtte Van den Bergh de psyche van de atleet een allesbepalende rol toe. Met Van den Bergh in de hand is de opkomst van het fenomeen Chad Hedrick zonneklaar. Hedrick staat bekend als losbol, bier speelt een belangrijke rol in de voorbereiding op toernooien. Van den Bergh beschrijft verscheidene gevallen waarin alcoholische ontspanning vóór een belangrijk treffen in positieve zin de doorslaggevende factor was. ,,Als hij zijn wedstrijdtenue aantrekt, neuriet de dansmuziek van de vorige avond nog na, het is alsof de wijn en de champagne nog in hem nawerken, hij dolt en gekscheert met zijn concurrenten, zelfs nog als hij naar de start gaat en hij vliegt.''

Sprekend is de anekdote van de wielrenner van Thollenbeek. De coureur is in felle achtervolging op de kopgroep. Hij roept naar zijn ploegleider: ,,Karel, hedde'n sigaar?'' Van Thollenbeek krijgt zijn sigaar waarop hij ,,gulzig aanviel''. ,,Als geladen met nieuwe energie kromde hij zich over het stuur en met de sigaar tussen de tanden zette hij er nu zulk een woedend tempo in, dat hij zijn twee metgezellen in enkele kilometers op de leiders trok''.

Sport is altijd een bloedserieuze zaak geweest.