Premier van Kosovo weg na aanklacht

De pas benoemde premier van Kosovo, Ramush Haradinaj, heeft zijn functie neergelegd omdat hij officieel is aangeklaagd door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.

Een woordvoerder van de regering van Kosovo maakte dat nieuws vanochtend in Priština bekend.

Haradinaj is door het VN-hof aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaan tijdens de oorlog in Kosovo (1998-1999). Medewerkers van het tribunaal gaan er vanuit dat Haradinaj zich op korte termijn vrijwillig zal melden in Den Haag.

In december benoemde president Ibrahim Rugova de oud-commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK), inmiddels politicus, tot premier. Na 1999 richtte Haradinaj een eigen partij op, de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK). De AAK presenteert zich als gematigd en liberaal dit in tegenstelling tot de Democratische Partij van Kosovo (PDK), van Haradinajs vroegere militaire chef, UÇK-leider Hashim Thaçi.

De AAK is de derde partij van Kosovo, na de LDK en de PDK. Ondanks alle verwijten aan Haradinajs adres had Ibrahim Rugova, leider van de LDK, hem tot premier benoemd en hij had hem opdracht gegeven een coalitieregering van de LDK en de AAK te vormen.

De benoeming van Haradinaj was vanaf het eerste begin al omstreden. Een maand voor zijn benoeming werd de oud-commandant door onderzoekers van het Joegoslavië-tribunaal formeel ondervraagd over mogelijke door hem gepleegde oorlogsmisdaden tijdens de Kosovo-oorlog.

Ook in Servië loopt een arrestatiebevel tegen Haradinaj met een gedocumenteerde lijst van 108 misdaden. Zo overvielen op 12 juli 1999 Haradinajs soldaten een Roma-bruiloft, ontvoerden ze elf Roma, folterden ze hen drie dagen lang en schoten ze vervolgens vijf van hun slachtoffers dood.

De voormalige Servische minister van Justitie, Vladan Batić, zegt dat Haradinaj voor en tijdens de Kosovo-oorlog 67 moorden heeft begaan. Daarnaast zou hij opdracht hebben gegeven tot ten minste 267 andere moorden en de ontvoering georganiseerd hebben van zeker 400 Kosovo-Serviërs.

Hij zou, volgens Batić, de drijvende kracht zijn geweest achter de verdrijving, na de intocht van NAVO-troepen in juni 1999, van 200.000 Kosovo-Serviërs. Batić heeft documenten met bewijsmateriaal naar het Joegoslavië-tribunaal gestuurd. Volgens een medewerker van Carla Del Ponte hebben de stukken een ,,belangrijke rol'' gespeeld bij het opstellen van de aanklacht.

De 36-jarige Haradinaj verloor in de oorlog twee broers; een derde broer zit een gevangenisstraf van vijf jaar uit wegens moord en foltering in de Kosovo-oorlog.