Pokeren in Haagse saloon

Vroeger, in vóórpaarse tijden, nog niet lang geleden dus, kreeg het CDA (en daarvoor de KVP) soms het verwijt dat het zich niet werkelijk democratisch gedroeg. Namelijk wanneer het, hoewel zelf maar een minderheid, als coalitiepartner zijn eigen exclusieve opvattingen, bijvoorbeeld aangaande abortus, wist door te drukken in regeerakkoorden of in de praktijk van het regeerwerk. Doordat links (PvdA) en rechts (VVD) elkaar van elke samenwerking uitsloten, kon het voor de meerderheidsvorming onmisbare CDA (en daarvoor de KVP) hoge prijzen vragen en krijgen. Zo wist het als parlementaire minderheid de opvattingen van een meerderheid in bepaalde kwesties langdurig te blokkeren. Wat tot heftige verwijten leidde, bijvoorbeeld uit een partij als D66, waar zo'n kneveling van de meerderheid door een minderheid werd gezien als voorbeeld van wat er in het nationale politieke bestel mis was.

Nu klopten die verwijten in zoverre niet dat het natuurlijk de polarisatie tussen links en rechts was die het CDA, respectievelijk de KVP, in een disproportioneel machtige positie bracht. Een positie waarin deze partij naar believen kon kiezen tussen `lood' (links) of `oud ijzer' (rechts). Anders gezegd: PvdA en VVD boden een gelegenheid waarvan de derde grote partij als `gepassioneerde' minderheid graag gebruikmaakte. Met de vorming van hun paarse coalitie in 1994 begonnen de PvdA, de VVD, met D66 als initiator, wat dit betreft aan een nieuwe tijd.

Nieuwe tijd? Nu is D66 zelf een partij met maar zes zetels in de Tweede Kamer, die in de laatste kabinetsformatie voor haar bereidheid om CDA en VVD aan een meerderheid te helpen een hoge prijs vroeg. Namelijk de zekerheid, vastgelegd per regeerakkoord, dat Nederland zich bestuurlijk zo snel mogelijk zou vernieuwen, onder meer met kroonjuwelen als een ander kiesstelsel en een gekozen burgemeester. Waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat CDA en VVD sinds de Fortuynse schok zulke vernieuwingen niet langer afwijzen.

Dat was al gebleken in 2002 uit hun regeerakkoord met de LPF, al hebben zij afwijkende opvattingen over de opzet en de uitvoering ervan. Daarover gaat het gevecht inmiddels ook. Ook voor de oppositionele PvdA, wier Eerste-Kamerfractie het gevecht over het tempo en de opzet van de komst van de gekozen burgemeester nu in de pokerbeker heeft gegooid. Namelijk door te wijzen op een mogelijke chaos in het lokale bestuur, zo kort na de invoering van het duale stelsel daar en vlak voor de verkiezingen van 2006, waarin zwaar weegt of er een gekozen of benoemde burgemeester komt. De PvdA verbindt daaraan nu het dreigement later deze maand (22 maart) in de senaat haar voor de vereiste tweederde meerderheid onmisbare steun niet te geven aan de verwijdering van de koninklijk benoemde burgemeester uit de Grondwet.

Dat wil zeggen: tenzij minister De Graaf (D66, bestuurlijke vernieuwing) alsnog belooft met alternatieven te komen en niet al in 2006 alle burgemeesters te laten kiezen. Maar bijvoorbeeld alleen die in de vier grote gemeenten en elders, na evaluatie, pas in 2010. Zo niet, dan blijft de Grondwet ongewijzigd en gaat het feest niet door, dreigt de PvdA.

Zelf heeft De Graaf vorige week in een tour door Nederland, reizenderwijs dus, zoveel mogelijk onbeweeglijkheid gedemonstreerd, waardoor deze onderneming in tactisch opzicht wonderlijk mocht heten. De minister, die tot nu toe weinig heeft geïnvesteerd in informeel overleg met de parlementaire medewetgevers, is in dat opzicht op zijn plaats in het tweede kabinet-Balkenende. Het ongewoon openlijke dreigement van de voorzitter van de senaatsfractie van de PvdA aan het adres van De Graaf, zondag in het tv-programma Buitenhof, had vermoedelijk te maken met het ontbreken van informele contacten en met De Graafs intransigente houding, ook tijdens zijn pr-tour van vorige week.

In elk geval schijnen alle politieke schijnwerpers nu scherp op de speeltafel van De Graaf. Zijn positie en die van de voornaamste medespelers zijn gisteren in deze krant beschreven. Rien ne va plus? Dreigt er een crisis? Zeker niet, in de regeringscoalitie wil niemand dat, zie ter verklaring alleen al de opiniepeilingen. Bovendien: wie kan zich een verkiezingscampagne voorstellen over een thema als dit? Daarvoor zou de belangstelling van de kiezers voor de opzet van hun bestuur eerst heel veel groter moeten worden, wat de betrekkelijkheid van dit vernieuwingsgevecht trouwens illustreert. De Graaf, die gelet op de opvattingen van CDA en VVD ook in het kabinet behoedzaam moet zijn, gaat dus voor 22 maart nog wel bewegen.

Toch is het een mooi gevecht, een mooie etappe in de bestuurlijke ontwikkeling van Nederland, dat, ruim vier eeuwen geleden, een Habsburgse soeverein afzwoer zonder een geschikte vervanger (Anjou, Leicester) te vinden en waarin gewesten (provincies) botsende belangen met vaak per geval verschillende bevoegdheden moesten zien te verenigen, soms min of meer chaotisch, in een republiek die haar nationale afgevaardigden gebonden wist aan strenge regionale of lokale last en ruggespraak.

Een land dat na 1815, na de Franse tijd, eenheidsstaat werd onder een koning en een grote vormgever als Thorbecke die via begrippen als autonomie en medebewind toch zoveel mogelijk rekening wilde houden met een traditie van regionale en lokale besturen en hun belangenverschillen. Een polderland bezaaid met checks and balances, van overleg van veel bestuurslagen en heel veel bestuurders. Een land dat, om praktisch te blijven, langzamerhand kortere bestuurlijke lijnen tussen minder bestuurders en een directere band tussen bestuurders en kiezers zou mogen krijgen.

Vorige week publiceerde de VVD, die zich ziet als erfgenaam van Thorbecke, een nieuw (ontwerp)Liberaal Manifest. Het voortbestaan van twaalf provincies is minder belangrijk dan goede en zichtbare bestuurlijke samenwerking, zegt het.

En ook: medebewind moet worden afgeschaft, want het moet kiezers duidelijk zijn welk bestuursorgaan waarvoor verantwoordelijk is. Daarom ook moeten beeldbepalende bestuurders, als burgemeesters, rechtstreeks door de bevolking worden gekozen, zegt het voorts.

De Graaf, goed bewegen maar, en snel, zou je zeggen, wanneer er zulke geluiden uit zo'n hoek komen.