Overheid pakt saneren grond niet goed aan

De Algemene Rekenkamer heeft forse kritiek op de aanpak van minister Dekker (VROM) en haar staatssecretaris Van Geel bij de bodemsanering in Nederland.

,,De kwaliteit van de saneringen is onvoldoende gewaarborgd'', luidt de conclusie in het vandaag gepubliceerde rapport `Voortgang bodemsanering'.

In de afgelopen periode hebben onderzoekers van de Algemene Rekenkamer bekeken hoe de omvangrijke bodemsanering verloopt. Daarbij ging het om de planning van de schoonmaakbeurten, de kostenbeheersing en de kwaliteit van het werk. De algemene conclusie luidt dat de bewindslieden ,,te weinig grip'' hebben op de sanering. In het rapport wordt de minister als politiek verantwoordelijke aangesproken, maar staatssecretaris Van Geel is in de praktijk de verantwoordelijke, terwijl de uitvoering bij provincies en gemeenten is gelegd. Voor de komende vier jaar is een miljard euro beschikbaar, maar de onderzoekers van de Rekenkamer stellen vast dat ,,de aandacht voor de kostenbeheersing onvoldoende is''.

Volgens de conclusies in het rapport ontbreken net als in de voorgaande jaren goede ramingen van het aantal te saneren locaties en daarmee zijn ook de kosten niet goed in te schatten. ,,Ook voor het huidige beleid ontbreekt een sluitende kwantitatieve en financiële onderbouwing'', aldus de onderzoekers. Deze bevindingen tellen volgens de Rekenkamer des te zwaarder omdat in de afgelopen vijftien jaar al vaker dezelfde problemen zijn vastgesteld. ,,Ze hadden nu opgelost moeten zijn'', aldus de onderzoekers in het rapport. Ze voegen daar aan toe: ,,Doordat dit tot op heden niet is gelukt, is onzeker of de negatieve milieu-erfenis en de risico's voor toekomstige generaties zullen worden weggenomen''.

In het verleden bleken zowel de beoogde einddatum als de financiering door bedrijven en particulieren niet haalbaar. Hierdoor moest de grote schoonmaakoperatie drastisch worden bijgesteld. In 2003 werd besloten dat de vervuilde terreinen niet in 2023 maar in 2030 zullen zijn gereinigd. Sinds vorig jaar is duidelijk dat het aantal `verdachte' plekken meer dan twee keer zo hoog is als in 1997 geraamd: 750.000 en niet 350.000.