Lichte daling van veel voorkomende criminaliteit

Een kwart van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder is in 2004 slachtoffer geworden van `veel voorkomende criminaliteit' als diefstal, vandalisme, mishandeling en bedreigingen.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die vandaag zijn gepubliceerd.

Het aantal slachtoffers van veel voorkomende criminaliteit is daarmee ten opzichte van 2003 ongeveer gelijk gebleven. In 2004 werden 3,3 miljoen mensen slachtoffer van in totaal 4,7 miljoen delicten.

In 2002 lag het aandeel slachtoffers met 27 procent op het hoogste niveau sinds 1997. In het steekproefonderzoek van het CBS, waarbij circa 10.000 mensen van 15 jaar en ouder is gevraagd naar slachtofferschap, gaf 12 procent aan te zijn bestolen. Ruim 11 procent kreeg te maken met beschadigingen aan de auto en andere vernielingen.

Ruim 5 procent van de ondervraagden had in 2004 te maken met geweld. Bedreigingen kwamen het meeste voor, gevolgd door mishandeling en seksuele delicten. In totaal werden volgens dit onderzoek 1 miljoen geweldsdelicten gepleegd.

Bijna 5 procent (circa 600.000 mensen) zegt geregeld te zijn lastiggevallen met ,,kwaadwillige telefoontjes'', aldus het CBS. Dit verschijnsel beleefde zijn piek in 1997, toen 900.000 mensen nog klaagden over dergelijke ,,vervelende telefoontjes'', zoals het CBS ze omschrijft. Sindsdien is sprake van een geleidelijke daling, tot 2002.

Het eerste kabinet-Balkenende heeft zich in september 2002 ten doel gesteld om de criminaliteit en de overlast in de publieke ruimte in 2003 landelijk te verminderen. Vorig jaar trok het ministerie van Justitie in zijn jaarverslag de conclusie dat in 2003 onder meer door extra politieinzet en het overdragen van meer zaken aan het openbaar ministerie een daling van ongeveer 5 procent was gerealiseerd bij de veel voorkomende criminaliteit. Het jaarverslag over 2004 wordt in mei gepubliceerd.